Hartmann-jaar ook in Rotterdam

In het jaar van zijn honderdste geboortedag bereiken de inspanningen om de muziek van Karl-Amadeus Hartmann (1905-1964) voor de vergetelheid te behoeden een hoogtepunt. München, de stad waar hij heel zijn leven doorbracht, is het middelpunt van het Karl-Amadeus Hartmann-Jahr 2005.

In de periferie neemt ook Rotterdam een markante plaats in. Met twee concerten en een tentoonstelling wordt daar dit jaar aandacht besteed aan deze bijzondere en anti-nazistische componist. Vrijdag dirigeerde Ingo Metzmacher bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest de Zevende symfonie, op 3 februari klinkt kamermuziek, onderdelen van een driejarige Hartmann-cyclus.

Op de tentoonstelling in het Goethe-instituut in Rotterdam geeft een klein, schijnbaar onbeduidend briefje dat Hartmann ontving van Alban Berg een interessante blik op zijn muzikale aard. Wordt in biografieën vaak met enige verbazing vermeld dat Hartmann compositieles had bij Anton Webern, in feite had hij meer bewondering voor de muziek van Berg en wilde hij eigenlijk bij hém in de leer.

Berg overleed echter voor het ervan kon komen en dus ging Hartmann maar naar Webern. De tegenstelling tussen Weberns rationele muziek en het lyrische, doorleefde karakter van het werk van zijn `leerling' Hartmann, is dus niet heel vreemd: het was de veel lyrischer componist Berg aan wie Hartmann getuige dit briefje om nieuwe kamermuziek had gevraagd en niet Webern.

De tentoonstelling laat Hartmann vooral ook zien als organisator, bijvoorbeeld van de Musica Viva-concertreeks waarvan affiches en programmaboekjes worden getoond. Ingo Metzmacher, vanaf volgend seizoen chef-dirigent van De Nederlandse Opera, wil Hartmann nadrukkelijk als symfonicus presenteren. Dirigeerde hij in Rotterdam vorig jaar bijvoorbeeld diens Eerste al naast de Achtste van Sjostakovitsj, nu plaatste hij Hartmanns Zevende naast die van Beethoven. De strekking is duidelijk: Hartmann is degene die de symfonische traditie van Bruckner en Mahler heeft voortgezet.

Beethovens Zevende klonk vrijdag explosief en viriel. Metzmachers koortsachtige benadering zorgde soms voor een wat grofkorrelig resultaat. Delicate passages, zoals het tweede deel Allegretto kwamen hierdoor niet echt uit de verf, maar het eerste en laatste deel klonken om dezelfde reden juist triomfantelijk.

Het optimisme en de potentie van Beethoven maakten bij Hartmann plaats voor ambivalentie. Elke climax is bij hem tegelijk ook een anticlimax. De zeer verzorgde uitvoering maakte indruk, vooral door Metzmachers aandacht voor de veelstemmig krioelende, gistende lyriek. Ondanks een dozijn slagwerkers hield hij het geweld onderhuids, opgekropt. Als Metzmachers opzet slaagt, wordt Hartmann in het ijzeren repertoire opgenomen en zullen meer dirigenten hun licht over zijn symfonieën laten schijnen. Dat is te hopen. Tot die tijd zijn ze bij Metzmacher in goede handen.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher. Gehoord: 21/1 De Doelen Rotterdam. Expositie: Goethe-Institut Rotterdam, Westersingel 9 (di-vr tot 18/2).