`Goed bestuurder denkt in mensen'

Na de sociale conflicten van vorig jaar ging premier Balkenende voor het eerst in op de toekomst van het sociaal-economisch beleid. Verdere hervormingen van de verzorgingsstaat blijven nodig.

In 2050 is de dochter van premier Balkenende 51 jaar en de dochter van PvdA-leider Bos 46 jaar. In beginsel staan de dochters van beide politici dan midden in hun loopbaan en gezinsleven en daarna hopen ze op een goed verzorgde oude dag.

Dit inkijkje in het familiealbum gaf minister-president Balkenende (CDA) zaterdag om te illustreren dat het sociaal-economische beleid niet alleen over de belangen van de huidige generatie, maar ook over die van toekomstige generaties gaat. De premier sprak op de Bilderbergconferentie die jaarlijks georganiseerd wordt voor een besloten gezelschap van ondernemers en vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. Goede bestuurders, zei Balkenende, denken niet in cijfers maar in mensen.

Het was een `sleuteltoespraak', waarin Balkenende voor het eerst na de hevige sociale conflicten van het afgelopen jaar inging op elementen van het sociaal-economische beleid voor de toekomst. Want – een recente uitspraak van zijn partijgenoot De Geus (Sociale Zaken) ten spijt – verdere hervormingen van de verzorgingsstaat blijven noodzakelijk om de houdbaarheid voor toekomstige generaties veilig te stellen.

De Nederlandse – en Europese – verzorgingsstaat zit aan drie kanten klem. Ten eerste is er de ontgroening. De bevolkingsomvang stagneert of neemt zelfs af. Ten tweede is er de vergrijzing. Het aandeel van ouderen die van pensioen en zorg gebruikmaken, neemt toe. En ten derde groeien economieën met een stagnerende en vergrijzende bevolking minder hard. Volgens scenario's van het Centraal Planbureau zal de welvaartsgroei de komende vijftig jaar niet geheel verdwijnen, maar wel veel minder worden dan men gewend is.

Minder groei en hogere kosten zetten de toekomst van de sociale zekerheid en de zorg onder druk.

Balkenende noemde vijf ,,coördinaten voor een nieuwe ordening''. Ten eerste zal er door de demografische omslag de komende decennia geen gebrek aan vraag naar arbeid zijn, maar een gebrek aan aanbod van kennis. Dat vereist grotere inspanningen om kennis te verwerven. Ten tweede zal de mobiliteit op de arbeidsmarkt toenemen. Dat vereist grotere flexibiliteit in de arbeidscontracten. Ten derde is meer werken onontkoombaar, maar moet de werklast beter verdeeld worden door groepen die nu aan de zijlijn staan in het arbeidsproces te betrekken en door de werkdruk te spreiden over de levensloop. Ten vierde hebben hiërarchische verhoudingen afgedaan. Ten vijfde komen verantwoordelijkheden steeds meer bij mensen en organisaties te liggen en steeds minder bij de centrale overheid.

Volgens Balkenende is een voortdurend proces van vernieuwing van de verzorgingsstaat nodig. Niet gericht op passiviteit en uitkeringen, maar op activiteit en kennisverwerving. Mensen zonder baan zijn in zijn visie niet langer `werkloos', maar `tussen twee banen'.

Hierop aansluitend presenteerde Balkenende vier ,,oriëntatiepunten'' voor een dynamischer verzorgingsstaat. Het belang van kennis maakt een speciaal `kenniskostenforfait' (belastingaftrek voor kennisverwerving) het overwegen waard. Het onderscheid tussen belastingen en werknemerspremies moet in ere worden hersteld om zichtbaar te maken wat de lusten en de lasten van de sociale zekerheid zijn. Opgebouwde arbeidsrechten moeten makkelijker meegenomen kunnen worden als werknemers van baan veranderen. De inkomenspolitiek moet

zich minder richten op de koopkrachtplaatjes van één moment en meer op de inkomensontwikkeling gedurende de levensloop.

De strekking van Balkenendes betoog is niet dat er in de resterende kabinetsperiode nieuwe ingrepen in de sociale zekerheid, het belastingstelsel of de zorg te wachten staan. Maar wel dat het denken over de gevolgen op lange termijn van economische gegevenheden, demografische ontwikkelingen en de houdbaarheid van de verzorgingsstaat niet stil kan blijven staan. Balkenende mikt op een herwaardering van de rol van de sociale partners, het maatschappelijke middenveld van werkgevers en werknemers. En op grotere aandacht voor de levensloop van werkenden, eveneens een thema van de christen-democraten.

Waarmee het CDA een eerste stap gezet heeft om de moderniseringsagenda van de sociale zekerheid stevig naar zich toe te trekken.

    • Roel Janssen