Democratie en islam zijn verenigbaar

Democratie is niet alleen toegestaan onder de islam, zij is zelfs een religieuze plicht, meent sjeik Dia al-Shakarchi.

In de afgelopen kwart eeuw heeft de islam steeds meer politieke invloed gekregen – niet alleen in de islamitische wereld – waarbij de politieke islam zich dikwijls heeft geuit in radicalisme en terreur.

Moslims én niet-moslims zijn het niet altijd eens over de de vraag in hoeverre dit verenigbaar is met de ware islam. Niet alleen onder vrome of gematigd religieuze moslims en onder niet-praktiserende moslims, maar ook onder islamitische geleerden, politieke partijen en organisaties heersen sterk uiteenlopende opvattingen over de islam. Zelfs westerse deskundigen en critici van de islam zijn het niet eens. Over het geheel genomen zijn er twee botsende visies op de islam: een vreedzame islam, die bereid is tot dialoog en coëxistentie, en een fundamentalistische islam, die militant is en zelfs terroristisch.

De misvatting dat de heilige teksten van de islam beide interpretaties toelaten, is wijdverbreid. Naar mijn mening ligt de oorzaak van de verschillende – en veelal tegenstrijdige – interpretaties in een ondeskundige en onvolledige aanpak, die afzonderlijke teksten uit hun verband licht en interpreteert zonder diepgaand begrip van de ware geest van de islam.

Volgens die benadering van islamitische teksten – die zowel te vinden is bij wereldlijk en religieus ingestelde moslims als bij niet-moslims die zich voor het onderwerp interesseren – is het twijfelachtig of islam en democratie met elkaar verenigbaar zijn en ook of de islam in staat is tot vrede en gematigdheid. Meer dan tien jaar studie en debat hebben mij echter de overtuiging geschonken dat islam en democratie met elkaar verenigbaar zijn. Ik meen zelfs dat de democratie niet alleen is toegestaan onder de islam, maar dat zij zelfs als een religieuze plicht kan worden beschouwd.

Dit inzicht berust op een principe dat besloten ligt in de grondbeginselen van de islamitische theorie van de juridische logica, die inhouden dat wanneer zwaarwegende religieuze belangen alleen door middel van een bepaalde handelwijze kunnen worden gerealiseerd, die handelwijze niet langer een optie is, maar tot religieuze plicht wordt. Daarom is het zo dat als wij kunnen vaststellen dat de democratie het middel is om zwaarwegende belangen van de islamitische gemeenschap te realiseren – en ik meen dat zulks het geval is – de democratie kan worden uitgeroepen tot een religieuze plicht onder de islam.

Zelfs als de democratie vanuit islamitisch gezichtspunt in de eerste plaats iets slechts zou zijn, is er nóg een principe voor de interpretatie van religieuze wetten onder de islam, dat inhoudt dat het kleinere kwaad – zelfs als het religieus niet toelaatbaar of in eerste instantie niet aanbevelenswaardig is – toelaatbaar wordt, wordt aanbevolen, en zelfs verplicht wordt gesteld, als dit het enige is dat een groter kwaad kan voorkomen.

Het belang dat de moslims hebben bij de democratie kan het best worden begrepen door een goed inzicht in de werkelijkheid van het islamitische bestaan. Zo herbergt een land als Irak een gevarieerde, veelsoortige bevolking: Arabieren en Koerden, soennieten en sjiieten, om nog maar te zwijgen van minderheden van andere religies en etnische groepen. Daar komt bij dat niet alle moslims hun religieuze plichten naleven, en dat zij die dat wél doen, het op verschillende manieren doen.

Daarom kan de religie niet worden opgelegd en moet ieder afzonderlijk haar naar eigen inzicht praktiseren. Dwingend opgelegde religieuze praktijken leiden alleen maar tot afkeer van de religie. Daarom geloof ik dat een politiek stelsel dat de vrije keuze het beste dient – inclusief de keuze van mensen om praktiserend moslim te zijn – de beste keuze is voor de islam.

Uiteraard kan het vraagstuk in hoeverre de islam verenigbaar is met de democratie, vanuit verschillende gezichtspunten worden geanalyseerd. Een van de mogelijkheden is een louter praktisch gerichte vergelijking van de democratie met alle andere denkbare alternatieven. Naar mijn mening staan voor een islamitisch land slechts vijf alternatieven open.

Het eerste is een wereldlijke dictatuur. Deze is om twee redenen onaanvaardbaar. In de eerste plaats is een dictatuur op zich lelijk en onaanvaardbaar. In de tweede plaats sluit een wereldlijke dictatuur de islamitische partijen uit van een normale rol in het politieke bestel. Daar hebben wij in het Midden-Oosten volop ervaring mee.

Er is nog een mogelijkheid: een islamitische dictatuur. Maar ook deze is onaanvaardbaar. Net als een wereldlijke dictatuur is een islamitische dictatuur lelijk en destructief. Zo'n dictatuur zou de islam schaden, doordat zij de islam zou associëren met een onrechtvaardig bewind en zij zou de islam vijanden bezorgen.

Een derde mogelijkheid is democratie, maar met seculiere beperkingen voor religieuze partijen. Dat zou een pseudodemocratie zijn, die het recht van religieuze mensen op volledige participatie zou schenden. Evenzo zou een islamitische democratie met beperkingen voor niet-religieuze partijen een karikatuur van de democratie zijn, en schadelijk voor de islam. Het zou ook onrealistisch zijn, omdat een schijndemocratie in het huidige tijd van globalisering zonder meer door de mand zou vallen.

Daarom is naar mijn mening een echte democratie het enige alternatief, omdat zij realistisch is en de vrede bevordert. Noem het maar een niet-ideologische democratie: een politiek stelsel dat uitsluitend beperkingen toelaat die vanuit het democratische proces zelf worden opgelegd, nooit van buitenaf.

Wij moeten erkennen dat de democratie over heel de wereld haar waarde heeft bewezen. Het is de beste manier om een samenleving te organiseren op basis van de realiteit, niet op basis van idealen. Waarom zouden de Irakezen niet profiteren van de evidente ervaring van andere volkeren?

Sjeik Dia al-Shakarchi is sjiitisch theoloog en woont in Bagdad. © Project Syndicate.