Borkent

De Amsterdamse pianist Hilbrand Borkent bracht onlangs een cd uit met op het eerste gehoor weinig opzienbarende pianowerken. Gemoedelijk kabbelen ze voort in een klassiek, romantisch of impressionistisch idioom, zonder de luisteraar met ook maar één doorwrochte passage te confronteren. Het is dan ook hun ontstaanswijze die wél opzien baart: stuk voor stuk zijn ze geïmproviseerd.

De improvisatie is in de klassieke muziek, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de jazz, een volstrekt marginaal verschijnsel geworden. Alleen in het getto van de organisten word het improviseren nog écht serieus genomen. Hierbuiten acht men improvisaties zelden de moeite waard om ermee naar buiten te treden. Toch traden componisten als Mozart, Beethoven en Liszt in hun tijd veel op als improvisator. De beroemde Impromptu's van Schubert en Chopin zijn echter al vakkundig en in alle rust uitgecomponeerde bouwsels, en met de toenemende complexiteit van de muziek in de twintigste eeuw verdween de improvisatie vrijwel geheel van het podium.

Borkent is als pianist zo versmolten met vorm en techniek van het traditionele pianorepertoire dat hij schijnbaar moeiteloos ter plekke nieuwe werken creëert. Het klinkt alsof hij in een trance raakt, waarbij zijn vingers automatisch de juiste toetsen vinden. Muzikaal vertaalt dit zich in een constant doormijmerende cadans vol pianistische gemeenplaatsen. De muziek ligt daardoor bijzonder prettig in het gehoor, maar wordt geen moment echt spannend.

Hilbrand Borkent. 25 Improvisations. (Attacca - Babel 2497)

    • Jochem Valkenburg