Winstgroei bij VDL ondanks hoge staalprijs

Bussenbouwer en metaalbewerker VDL heeft in 2004 ruim een derde meer nettowinst geboekt. Wel leed een aantal onderdelen van VDL verlies als gevolg van de fors gestegen inkoopprijs van onder meer staal.

Dat heeft het in Eindhoven gevestigde bedrijf, dat 4.800 werknemers telt, gisteren bekendgemaakt bij de publicatie van de voorlopige jaarcijfers. De nettowinst van VDL steeg van 29 tot 40 miljoen euro. De omzet steeg met bijna 9 procent tot 825 miljoen euro. Van de omzetgroei is ongeveer een kwart het gevolg van overnames.

De VDL-bedrijven die zich bezighouden met de toelevering van onderdelen aan andere bedrijven hadden het meeste last van de sterk gestegen prijzen van metaal en kunststof. Een aantal van hen leed daardoor verlies. Per saldo behaalde het VDL-onderdeel `toelevering' desondanks een lichte winstgroei. De omzet van het onderdeel steeg met 16 procent, onder meer door de overname van een fabriek in Son, afkomstig van de divisie Industriële Componenten van Stork.

Ook het VDL-onderdeel `eindproducten', waar fabrieken toe behoren die onder meer autoveringen, zonnebanken, machines voor de intensieve veehouderij, containersystemen en verpakkingsmachines produceren, boekte een licht hogere winst. Samen met `toelevering' is dit onderdeel goed voor ruim de helft van de omzet.

De andere helft komt van de busbouwactiviteiten, inmiddels uitgegroeid tot het grootste onderdeel van VDL. De bussen leverden tevens de grootste bijdrage aan de winstgroei. Vorig jaar werd de integratie van de in 2003 overgenomen bussenbouwer Bova afgerond. VDL werd daarmee de enige bussenbouwer van Nederland. In 2004 leverde VDL ruim 1.400 touringcars en bussen voor het openbaar vervoer, 800 onderstellen en 360 minibussen. Het Europese marktaandeel kwam daarmee op 7,5 procent.

VDL is optimistisch voor 2005. Bij de onderdelen bussen en toelevering is de orderportefeuille groter dan ooit. In november bestelde de Nederlandse busvervoerder Connexxion nog 300 bussen bij VDL. VDL lijkt zich daarmee te onttrekken aan de malaise in de metaalverwerkende industrie. Uit de conjunctuurenquête van metaalwerkgeverscentrale FME/CWM bleek onlangs nog dat metaalverwerkende bedrijven een vertraging van de groei verwachten. Het CBS rapporteerde eind december een daling van het producentenvertrouwen, de stemmingsindicator van de Nederlandse industrie.