Vrouwen die matig drinken blijven langer goed bij hun hoofd

Bejaarde vrouwen die de afgelopen 20 jaar gemiddeld minder dan één glas wijn, bier, port of welk alcoholisch drankje dan ook per dag dronken, scoren iets beter op kennis- en geheugentests dan vrouwen die helemaal geen alcohol drinken. Vrouwen die één tot twee glazen alcoholhoudende drank drinken scoren ook nog wat beter dan de geheelonthoudsters, maar dat gemeten verschil kan ook op toeval berusten.

Langdurige matige alcoholconsumptie remt dus de ontwikkeling van dementie. Dat blijkt uit het drinkgedrag van 11.000 deelneemsters aan de beroemde Nurses' Health Study, gemeten door onderzoekers van Harvard University in Boston. De alcoholinname van de verpleegkundigen is bekend sinds het onderzoek in 1976 begon. De deelneemsters aan het onderzoek zijn inmiddels 70 tot 81 jaar oud en hun cognitieve functies werden rond 2000 met tussenpozen van twee jaar tweemaal getest. De bejaarde ex-verpleegkundigen die gemiddeld minder dan één glas alcohol per dag dronken, waren in cognitieve leeftijd anderhalf jaar jonger dan degenen die helemaal geen alcohol dronken (The New England Journal of Medicine, 20 jan).

Drank is goed voor hart en bloedvaten. En veel te veel alcohol is slecht voor de hersenen. Korsakovpatiënten hebben hun hele korte-termijngeheugen weggedronken en herinneren zich alleen nog wat er lang geleden is gebeurd. Daarnaast bestaat echter het hardnekkige gerucht dat na iedere slok alcohol enkele honderden hersencellen voorgoed verloren gaan door alcoholvergiftiging.

Eerdere, korter durende onderzoeken naar dementie en alcoholgebruik wezen al op een beschermend effect van alcohol, maar in die onderzoeken waren minder proefpersonen betrokken, of ze werden minder lang gevolgd. Uit dit nieuwe grote en langlopende onderzoek blijkt nu dat, mochten er al hersencellen verloren gaan, dit in ieder geval geen effect heeft op het geheugen.

Een begeleidend commentaar in The New England Journal of Medicine prijst de kwaliteit van het onderzoek, maar constateert nog valkuilen. Mensen die wat drinken zijn vaak sociaal actief en mensen die sociaal actief zijn, zijn goed bij hun hoofd. Anders vermijden ze contacten. En de vermijders drinken niet, want eenzame drinkers zijn er niet zoveel. Er is dus een mechanisme denkbaar waardoor niet-drinken het gevolg is van slechtere geheugenfunctie en dan is de oorzaak-gevolg-volgorde omgekeerd aan wat het onderzoek wilde toetsen. En bovendien is het de vraag of een gering positief effect van een beetje drinken opweegt tegen de schade die het kleine percentage doorschieters zich aandoen. Die vraag is vooral van belang voor het volksgezondheidbeleid: hoeveel schade bij weinigen weegt op tegen een geringe baat van velen? Op de nieuwe schijf van vijf die de Nederlandse voedingsvoorlichters sinds kort gebruiken is voor het glas alcohol nog steeds geen plaats ingeruimd. De beleidsmakers zeggen altijd dat de kans op doorschieten hen weerhoudt.

    • Wim Köhler