Hallucinerende ervaring: nieuw Lacroix-hotel in Parijs

Het modehuis van Lacroix wordt verkocht, maar daar staat tegenover dat hij in Parijs een groots designhotel heeft geopend, schrijft Suzy Menkes

Het had Heartbreak Hotel kunnen heten. Want net op het moment dat Christian Lacroix begin deze maand in Parijs zijn jongste designproject presenteerde een kakelbont hotel in de Marais, dat bruist van joie de vivre werd bekend dat het modehuis Lacroix in de etalage is gezet.

Terwijl hij zijn handen vol had aan zijn haute-couturecollectie en zijn werk voor Pucci, kreeg Lacroix te horen dat het naar hem vernoemde modehuis door het moederbedrijf LVMH, Moët Hennessy Louis Vuitton, wordt verkocht. Na zeventien jaar wachten tot er winst gemaakt zou worden, besloot LVMH-topman Bernard Arnault het enige couturehuis dat hij zelf heeft opgericht van de hand te doen. Het ontnuchterende nieuws had geen schriller contrast kunnen vormen met de hotelbar waar Lacroix zijn perspresentatie gaf, in een aubergine fluwelen jasje en een trui met geborduurde bloemen en met een collage van wanddecoraties als achtergrond. ,,Ik kan me nu niet te veel met die toestand bezighouden, ik moet me op mijn couturecollectie en mijn prêt-à-porterlijn concentreren. Het is verstandiger om pas een besluit te nemen als ik dat achter de rug heb'', aldus Lacroix. Wel heeft hij vorige week al gesproken met Leon Falic, een van de drie broers die eigenaar zijn van het in Florida gevestigde Duty Free Americas, dat op het punt staat om het modehuis over te nemen.

TOEVLUCHTSOORD

Het Hôtel du Petit Moulin is een ideaal toevluchtsoord. Het zeventien kamers tellende etablissement ademt de typische, sprankelende Lacroix-sfeer, van de panelen boven de bedden met enorme narcissen, of maan en sterren, tot de geraffineerde combinaties van pied de poule, brutale strepen en toile de Jouy-patronen. En het drie eeuwen oude kruip-door-sluip-door gebouw met zijn oogverblindende inrichting heeft niets met LVMH te maken. De plannen voor dit hotel, en voor drie andere die nog in de tekentafelfase verkeren, komen uit het eigen atelier waar Lacroix zijn vrije uren vult, XCLX. Andere privéklussen zijn het kleurrijke interieur van de Franse hogesnelheidstreinen, kostuums voor de Brusselse opera, uniformen voor het cabinepersoneel Air France en het corset voor Madonnas Re-Invention Tour.

De carrière van Lacroix is een aaneenschakeling van `wat als'-vragen. Stel dat hij in 1987 het roer had overgenomen bij Dior, zoals Arnault aanvankelijk had gewild? Zou het Lacroix-label dan een liefhebberij zijn geworden, terwijl Dior het grote geld binnenbracht? Want zo is het gegaan met John Galliano, Diors huidige hoofdontwerper. Of stel dat maar één van de vijftien directeuren die het huis heeft versleten een symbiotische relatie met Lacroix had ontwikkeld, zoals Yves Carcelle bij Louis Vuitton het beste naar boven bracht in huisontwerper Marc Jacobs?

Geen van beide partijen wil officiële mededelingen doen over de scheiding tussen LVMH en Lacroix. Maar Arnault schijnt zichzelf een meer dan genereuze mecenas te vinden, die zo'n 200 miljoen euro in zijn protégé heeft gestoken. Volgens die lezing is Lacroix een creatieve dromer die geen verstand heeft van zakendoen en te eigenwijs is om zich door de directie van advies te laten dienen. En insiders in het Lacroix-kamp zeggen dat de handelsstrategie en verkoopstructuur niet deugden en dat er bij LVMH nooit een sterke reclamecampagne, die voor Dolce & Gabbana en Prada de doorbraak betekende, van de grond is gekomen.

De werkelijke oorzaak is waarschijnlijk een ongelukkige timing. Toen Lacroix werd opgericht, had Arnault nog niet veel ervaring met luxe-mode en stond de couturewereld op de rand van een ingrijpende verandering. Traditionele ontwerpers, zoals Christian Dior en zelfs Yves Saint Laurent, hadden zich nooit met de financiële kant van de couture bemoeid. Ze creëerden een imago en lieten het aan licentiehouders over om daar een verkoopbaar product van te maken. Als dat model op Lacroix was toegepast, was er meteen geld genoeg binnengekomen om de schade van de onsamenhangende prêt-à-porterlijn en het voortijdig gelanceerde parfum te herstellen. Maar eind jaren tachtig werd overal in de branche de piramidestructuur in de ban gedaan, met couture aan de top en massaproducten aan de basis. Daarvoor in de plaats kwam een wielstructuur, waarbij elk huis zijn productie en verkoop voortaan in eigen hand hield. Dat vergde hoge investeringen, maar bij de grote merken werkte het fantastisch, hoewel Robert Polet, de nieuwe topman van de Gucci Group, toch zegt terug te willen naar het licentiesysteem.

Maar van wat voor tekortkomingen Lacroix ook wordt beschuldigd, het ontbreekt hem niet aan creatieve energie. Daar is zijn hotel het levende bewijs van, nog afgezien van zijn steeds elegantere couturecollecties, zijn gestroomlijnde prêt-à-porterlijn en zijn spetterende Pucci-shows.

DOOLHOF VAN KAMERS

Een rondgang door Le Petit Moulin, aan de rue de Poitou 29/31 in het derde arrondissement, is een hallucinerende ervaring. Het is een doolhof van slaapkamers met op de computer ontworpen muurdecoraties, die onder meer uit modeschetsen bestaan; de vloerbedekking varieert van traditionele rode tegels uit de Provence tot hoogpolig tapijt, en het meubilair doorloopt het gamma van 18e-eeuws barok tot nagemaakte vlooienmarktvondsten uit de jaren zestig. De badkamers zijn totaal anders dan de slaapkamers, zodat je van een Nijlgroene Zen-kamer een bizar patchwork van tegels binnenloopt of vanuit een douchecel van grijs leisteen tegen weelderige stoffen aankijkt.

,,Ik hou van hotels die de sfeer uitstralen van de plaats waar je bent'', zegt Lacroix. ,,Ik heb het hotel gezien tijdens de restauratie, met van die stukken oud behang, en toen heb ik me een voorstelling proberen te maken van de geschiedenis van het gebouw en alle inspiratiebronnen die je in de Marais hebt gehad.''

UNIEK BEHANG

Het kwam mooi uit dat de ontwerper en zijn vrouw even verderop in de straat wonen, want veel dingen in het hotel komen uit de buurt, zoals spiegels of behang dat je nergens anders vindt. Maar andere voorwerpen zijn ontsproten aan Lacroixs ongebreidelde fantasie, zoals de tegels van `ergens tussen Portugal en Noord-Afrika' en de accessoires die zijn geïnspireerd op Napoleons eerste vrouw, Joséphine de Beauharnais, en het Zuid-Frankrijk van Lacroixs kinderjaren.

Het hotel is niet bedoeld voor de verwende zakenman, maar met prijzen van 180 tot 350 euro ook niet voor de gemiddelde vakantieganger. Volgens Denis Nourry, een van de drie partners van het hotel, zal het bezoekers trekken van fototentoonstellingen en kunstexposities in de Marais. Zelf vindt Lacroix het meer iets voor de Japanse toeristen die de curiosawinkeltjes in de buurt afstruinen. De ontwerper vond het heel leuk om het decor voor het hotel te ontwerpen, zegt hij, omdat dat werk ,,tussen mode en theater in'' ligt.

Maar hoe zal het aflopen met zijn persoonlijke drama? De Franse wet verbiedt hem om op dit moment iets over de voorgenomen verkoop van zijn modehuis te zeggen. Maar hij wil er wel dit over kwijt: ,,Als het betekent dat we eindelijk een goede manier van werken vinden en het zand uit de machinerie wordt gehaald, hoeft het niet per se slecht te zijn.''

Vertaling: Cecilia Tabak