Haest en De Graaff testen Het Vlaemsche Duyn

Haest en De Graaff rijden door Nederland en testen kastelen, blokhutten, landhuizen, waar je met een groep kort vakantie kunt vieren. Deze week: Zeeuws Vlaanderen, Het Vlaemsche Duyn

In de folder staat: `U krijgt de alleenbeschikking over het gehele hotel, inclusief de volledig ingerichte keuken, de sfeervolle bar en het gezellige zit- en eetgedeelte. Dit samen met de prachtige ligging maakt uw groepsuitje tot een unieke belevenis.'

Haest en De Graaff gaan er op af. Gekleurde vlaggen wapperen in de polderwind. Suikerbietvelden en korenakkers maken plaats voor de beslotenheid van bomen. Bordjes met `Het Vlaemsche Duyn' en `Hertenkamp' leiden ons de donkerte in. Aan onze linkerhand zien we een ouderwetse uitspanning. De Graaff blijft staan, overmand door nostalgische gedachten. Daar gaat Haest niet op wachten, zij volgt het schelpenpad. Acht blije bokjes rennen naar haar toe. Een confrontatie blijft uit dankzij een houten hek.

Op deze plek achter de duinen in de polder werd in de Tweede Wereldoorlog zware slag geleverd. De erfenis: elf bunkers. De gemeente Groede wenste voor deze plek een metamorfose. Op twaalf juni 1948 werd hier het hertenkamp en hotel-restaurant `Het Vlaemsche Duyn' geopend. Haest beklimt een begroeide bunker via een houten trappetje en gaat op een bankje zitten. Het is stil, doodstil. Als ze terugloopt ziet ze hertjes, konijnen en kippen. In een ronde groene duiventil sukkelt een witte duif in slaap. De Graaff is nergens meer te bekennen.

BROOD VOOR DIEREN

Inmiddels branden er lichtjes in het lage wit met donkergele gebouw. Naast de voordeur bungelen twee grote lantaarns. Dikke gevlamde klimopbladeren groeien langs een houten hekwerk. Op het stoepje voor de deur staat een bakje: `brood voor de dieren'. De deur is open. De eigenaar, een Vlaming met zacht zangerige stem, heeft kleine lichtjes ontstoken en een vriendelijk muziekje opgezet. De Graaff zit prinsheerlijk binnen, onderuitgezakt, haar laarzen uitgeschopt. Zij hoeft hier niet meer weg.

Van september tot april krijg je de alleenbeschikking over het hotel. Op een leitje staat nog met wit krijt `warm appelgebak met koffie' aanbevolen. Ouderwetse gezelligheid: beukennoten fauteuils met lederen bekleding om ronde salontafels, een parketvloer en een bak hout voor de open haard. Prominent op een verhoging zien we de bar, een spiegel weerkaatst gekleurde drankflessen. Haest vult een glas. Er zit leidingwater in de flessen. Op de bar ligt een rond dienblad met een bergje kamersleutels. We zijn echt in een hotel. En we worden gastvrij onthaald.

Twee roomwitte boogvormige vensters. Deuren in een tussenliggende boog staan wijdopen en geven toegang tot de eetzaal. Boven de deuren hangt een trotse hertenkop. Haest en De Graaff begrijpen waar die vandaan komt. Keurig in het gelid wachten vierkante tafels met degelijke stoelen op het diner, op wit plastic tafelkleedjes lichten kaarsjes in groene glaasjes. Wat je hier kunt verwachten is er ook: koffiemolens, koperen pannen, oude koektrommels en bakvormen, een antieke klok. De ene plant is echt, de ander van plastic. Schuin in de hoek staat een piano. De Graaff moet zo nodig en doet met groot gebaar de klep open. Het is een besteklade. We draaien ons om en zien in een okerkleurig landschap op de muur kale boomstammetjes in de weide. Donkere hertjes kijken op in dikke lagen olieverf. De lucht is er blauw. Kamerbreed.

Ons hotel heeft een kleine tv-kamer. De wanden zijn helderblauw, de lambriseringen rood. Tegen de achtergrond van omgeploegde akkers wonen een witte wezel, een eekhoorn en een eend op de vensterbank. Een witte deur met in gouden letters `hotel' geeft toegang tot de gang met hotelkamers.

WEKKERRADIO'S

Welke kiezen we? Er is er niet één hetzelfde. Kamer vier heeft een eigen terras, kamer zes heeft rotan serrestoeltjes, kamer negen is roze. De lampenkappen: gebloemd, met franjes of een glazen kapje. De gordijnen: een katoentje met jaren vijftig print, een valletje met paard en wagen of een simpel streepje. Het bed: een donkerbruin slaapkamerameublement, lichtbruin of toch maagdelijk wit. Iedere kamer heeft een eigen badkamer met Mariablauwe tegels.

We lopen door de jaren veertig, vijftig, zestig en zeventig, daarna zijn er geen meubels meer gekocht. Wel wekkerradio's, op elk nachtkastje staat een ander model. De matrassen, kussens en lakens zijn fris en nieuw. Het is hier liefdevol en verzorgd. En hoe Haest ook speurt: geen stofje, geen smet. We lopen door de hotelgang langs talloze olieverfschilderijen met landschappen en een hert in kruissteek. Haest opent een deur met de letters `kelder'. Het is een gangkast met de geluidsinstallatie.

In de keuken hangt boven alle professionele apparatuur een gebruiksaanwijzing voor experimenterende amateurkoks. De tosti's gaan met zes tegelijk. Zout- en pepervaatjes staan in setjes bij elkaar. Aan de kraan hangt een grote slang voor het echte spoelwerk.

Haest en De Graaff zoeken nu alleen nog kamer tien tot veertien. Een zijdeur moet open, op een paar passen van ons hotel staat een grote wit gepleisterde ronde bunker. De buitentrap leidt ons naar vijf kamers die er bovenop gebouwd zijn. Hier kunnen we wegstoppen wie we willen.

Eerst even lekker uitwaaien op het strand. Het is nog geen twee kilometer naar de Groese duintjes. We knopen onze jassen dicht en slaan een dikke sjaal om. De Graaff stopt snel sleutel nummer vier in haar jaszak.

Het Vlaemsche Duyn, Gerard de Moorsweg 4, Groede. Voor 30 personen (14 slaapkamers). Huurprijs: midweek vanaf 700 euro, weekend vanaf 800 euro. Inl.: Jos van Damme, 0117-371210; www.hetvlaemscheduyn.nl