General Motors komt in de gevarenzone

De grootste autoproducent van de Verenigde Staten loopt het risico dat zijn obligaties worden afgewaardeerd naar de junkstatus. Als dat zou gebeuren, zou de Europese markt voor hoogrenderende obligaties wel eens eerder ontwricht kunnen worden dan de Amerikaanse.

Kredietbeoordelaar Standard & Poor's zegt te zullen nagaan of de verwachting dat er op korte termijn geen verandering zal komen in de BBB-minus status van General Motors wel gerechtvaardigd is. Die status is, op de junkstatus na, de laagste. Als de verwachting in neerwaartse zin wordt bijgesteld, zullen veel beleggers het ergste vrezen en tot verkoop overgaan, als ze dat al niet hebben gedaan.

GM heeft veel meer in dollars dan in euro's gestelde obligaties verkocht – ruwweg driemaal zoveel. Maar de Amerikaanse markt voor junkbonds (obligaties met de junkstatus) heeft een veel grotere omvang dan de Europese. Als we de indexen van zakenbank Lehman Brothers voor de markten voor hoogrenderende obligaties als richtlijn hanteren, is de Amerikaanse markt voor junkbonds acht keer zo groot als de Europese.

Stel dat de obligaties van General Motors de junkstatus krijgen. Als de 106 miljard dollar aan in dollars gestelde obligaties worden toegevoegd aan de Amerikaanse markt van 604 miljard dollar, vertegenwoordigen de obligaties van General Motors 15 procent van het totaal. Maar als de 25 miljard euro aan in euro's gestelde obligaties worden opgeteld bij de Europese markt van 74 miljard dollar (57 miljard euro), vertegenwoordigen zij 30 procent van het totaal. In euro's zou het effect dus tweemaal zo groot zijn.

Weliswaar bepalen sommige indexen dat deelnemende fondsen niet meer dan een klein percentage van het totaal voor hun rekening mogen nemen, bijvoorbeeld 3 procent. Dat betekent dat beleggers die uitgaan van indexen met dergelijke limieten zich niet gedwongen zullen zien tot de aankoop van grote hoeveelheden obligaties van General Motors. Bovendien hanteren beleggers vaak hun eigen restricties ten aanzien van het aantal obligaties dat zij van één enkel bedrijf mogen bezitten. Toch duidt dat er slechts op hoe moeilijk het zou kunnen worden om een nieuw thuis te vinden voor veel obligaties van General Motors.

Europese beleggers hebben veel ervaring met het handelen in voormalige beurslievelingen die van hun voetstuk zijn gevallen. Ericsson, Alcatel, Vivendi Universal en Fiat verloren in 2002 allemaal hun investment grade status. In de meeste gevallen was het kopen van deze obligaties op het hoogtepunt van de gedwongen verkopen een goede arbitragehandel.

Maar met die arbitrage is het alleen maar echt goed gegaan bij bedrijven die in staat zijn hun investment grade status te heroveren. Helaas voor General Motors is er ook een schoolvoorbeeld van een bedrijf dat daarbij nog niet veel vooruitgang heeft geboekt, en dat is een andere autoproducent: Fiat.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.