Gen voor ziekte van Parkinson veroorzaakt ethisch dilemma

Genetische screening op de ziekte van Parkinson ligt in het verschiet, nu een nieuwe verhoudingsgewijs frequent voorkomende mutatie bij patiënten met die ziekte is ontdekt. De mutatie in het gen LRRK2 blijkt niet alleen een rol te spelen bij de erfelijke, familiale vorm van Parkinson maar ook bij niet erfelijke varianten van deze ziekte. Bij de ziekte van Parkinson zijn starheid, bevingen en moeite om in beweging te komen het gevolg van afstervende zenuwcellen in het hersengebied van waaruit de motoriek wordt bestuurd. (The Lancet, 18 jan online).

Aan het onderzoek naar het gen werkte de aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam verbonden klinisch geneticus dr. Vincenzo Bonifati mee. Hij zocht naar één mutatie op het LRRK2-gen bij 61 (vooral Italiaanse) families waarin de ziekte van Parkinson voorkomt. Bij vier van deze families kwamen de mutaties voor. In een tweede experiment waar Bonifati aan meewerkte, vonden de onderzoekers de bewuste mutatie bij 7 van de 482 Britse patiënten met een niet-familiale sporadische vorm van de ziekte van Parkinson. Controlepersonen met andere neurologische ziekten hadden de mutatie niet. Een andere, Amerikaanse, studie bevestigt deze resultaten.

De ene LRRK2-mutatie komt voor bij zo'n vijf à zes procent van de patiënten met de ziekte van Parkinson. Dat lijkt niet veel, maar vergeleken met andere gevonden Parkinsonmutaties is dat wel zo. Bovendien zijn er inmiddels ook op andere plekken in het LRRK2-gen mutaties aangetroffen. Daarmee is screening van kinderen of familieleden van patiënten met de ziekte van Parkinson niet meer ver weg. Daarbij duiken ethische problemen op die vergelijkbaar zijn met die bij de ziekte van Huntington (een andere ernstige erfelijke hersenaandoening waarvan de genmutatie bekend is). Beide ziekten komen op latere leeftijd (na het vijftigste) tot uiting en er bestaat nog geen behandeling voor deze ziekten. Wat moet iemand dus op jonge leeftijd met de informatie dat hij belast is met een erfelijke neurologische ziekte die pas veel later tot uiting komt? De enige mogelijkheid om iemand te behoeden voor de ziekte is hem niet geboren te laten worden, na een genetische test op de foetus. Bonifati ziet het vooral als een uitdaging om te achterhalen hoe mutaties in het LRRK2-gen tot neurodegeneratie en ziekteverschijnselen leiden. Dat kan nieuwe therapeutische en preventieve mogelijkheden opleveren. Dan wordt screening zeker zinvol.

Nog maar een paar jaar geleden meenden neurologen dat erfelijke factoren slechts een ondergeschikte rol spelen bij de ziekte van Parkinson maar de laatste tijd ontdekken klinisch genetici steeds meer genetische afwijkingen bij deze aandoening, zoals een mutatie die een abnormale eiwitklontering in de hersenen veroorzaakt (alfa-synucleVne-gen), gestoorde eiwitafbraak (Parkine- en UCHL1-gen), oxidatieve stress (DJ-1-gen) en een mitochondriale stoornis (Pink1-gen). Het nu beschreven LRRK2-gen codeert voor een eiwit dat dardarine heet, naar het Baskische woord voor het typische beven bij patiënten met de ziekte van Parkinson (de mutatie is voor het eerst bij een Baskische familie ontdekt).