De toekomst van `een stinkgat' aan zee

De haven van Scheveningen vecht voor haar toekomst nu haar grootste klant, Norfolkline, heeft aangekondigd te vertrekken. Blijft de vis in Scheveningen?

Na nog geen half uur in de Scheveningse haven dringt het befaamde citaat uit Neerlands bekendste vissersdrama zich als vanzelf op in een gesprek. ,,De vis wordt duur betaald'', zegt Hoss Verhoog, oud-vice-voorzitter van de Belangenvereniging Scheveningse Havengebied. Niet omdat regelmatig vissermannen het leven laten, zoals in Heijermans' toneelstuk uit 1900, maar omdat de immer drukkende visquota de prijzen hebben opgedreven.

Toch is de opmerking van Verhoog symbolisch voor wat er `op' Scheveningen aan de hand is. De vissermannen, de sorteerders, de handelaren en de reders blijven in leven, maar kunnen steeds moeilijker in hun onderhoud voorzien. Scheveningen zag zijn kottervloot systematisch krimpen, een groot deel van de afslag is overbodig geworden, het havengebied is steeds meer terrein van de vastgoedhandel geworden, en als domper op het tanende gemoed kondigde de grootste klant in de haven, zeetransportbedrijf Norfolkline, vorige week aan Scheveningen te zullen verlaten.

Over de voorgenomen verhuizing van Norfolkline naar Vlaardingen is Verhoog niet te spreken. ,,In 2002 begon de Haagse politiek al te krakelen dat ze van Norfolk af wilde. Ik vind dat onbehoorlijk. Het bedrijf had toen net bijgedragen aan infrastructurele verbeteringen en een nieuw hoofdkantoor gebouwd.'' Hij bedoelt maar; het vertrek van Norfolk, dat substantieel bijdraagt tot de havengelden (zo'n 70 procent), maakt het niet makkelijker voor de Scheveningse visindustrie.

In café Het Zeemanshuis, strategisch aan de kop van de visafslag, met uitzicht op de honderden blauwe trailers van Norfolkline, wordt de koffie net bijgeschonken. Foto's van kotters en trawlers aan alle muren, en om de hoek bij de ingang de douches voor de buitenlandse vissers die zich hier plachten op te frissen. ,,Dat deden ze ja'', zegt de uitbaatster, ,,want het is achteruit gehold''. Wekelijks leggen minder dan twintig kotters aan bij de visafslag.

Het is net tegen het middaguur en één voor één druppelen de verwaaide stamgasten binnen. Geen van allen willen ze met hun naam in de krant, maar een mening hebben ze wel. ,,Ik heb er een nacht niet van geslapen'', zegt een verkeersleider, die het scheepvaartverkeer van en naar de haven regelt. ,,Ik hoop echt dat er iets voor Norfolk in de plaats komt. Maar alsjeblieft: geen appartementen! Dan wordt er alleen nog geklaagd over geluidsoverlast.'' Een gepensioneerde visserman stemt in. ,,De toekomst van de haven wordt bepaald door Hagenaars die vanachter de koeien vandaan komen. Die weten niet wat er in de haven speelt'', zegt hij verontwaardigd. ,,We hebben een eigen gemeente nodig, dan was dit nooit gebeurd.'' ,,Met jou als burgemeester zeker?'', zegt een jonge keurmeester spottend.

De sfeer wordt lacherig. De uitbaatster schenkt de kopjes bij. ,,Tegenwoordig praten ze over `Den Haag aan zee', daar heb ik zó de schurft aan'', zegt de verkeersleider. ,,Dan moet er weer een jachthaven komen of zo. Daar verdien je toch niets aan!'' Hij staat op en paradeert met opgeheven hoofd het café op en neer. Gespeeld bekakt zegt hij: ,,`Even een dagje gezeild kèrel. En het stormde nog óók!'. Ze doen godverdomme net of het Zuid-Frankrijk is, maar dat zal het nooit worden. Toen ik vanochtend de deur uitging had ik meteen zand in mijn oren.'' De anderen blijven erin.

Op het stadhuis, een paar kilometer landinwaarts, heerst louter optimisme. Wethouder Wilbert Stolte (CDA), met Scheveningen in zijn portefeuille, heeft een groot vertrouwen in het voortbestaan van de haven. ,,Ik begrijp de mening in het café'', zegt hij, ,,maar er wordt wél nagedacht over Scheveningen. [...] We hebben het werkgelegenheidseffect van Norfolk [waar 350 man werkt] altijd laten prevaleren boven de overlast [van 960 `vrachtwagenbewegingen' per etmaal]'', zegt Stolte. Maar over de aanwezigheid van het bedrijf is veel discussie geweest. ,,De wereld staat niet stil. Binnen de fractie van D66, maar ook vanuit de provincie, vroegen steeds meer mensen zich af of het nog wel van deze tijd was: een groot bedrijf in het midden van een stad.''

Dat Norfolkline zich niet langer welkom voelde weet Stolte. ,,Ik heb namens het college gezegd: `jullie aanwezigheid is een probleem. Maar als jullie gaan is het een groter probleem'. Toen het bedrijf wilde uitbereiden zijn we serieus gaan uitzoeken welke mogelijkheden er waren om Norfolk verder te ontwikkelen binnen de haven.'' Maar volgens Thomas Woldbye, de Deense algemeen directeur van Norfolkline, waren die er niet. ,,We willen langere schepen en die kunnen hier niet aanleggen'', zegt hij. Toen Norfolk alsnog op zoek ging naar een nieuwe locatie, kwam dat voor de gemeente als een schok.

Dan geeft Stolte een andere wending aan het gesprek. ,,We moeten naar de toekomst kijken'', zegt hij. Hij heeft een commissie onder leiding van oud-Vendextopman Arie van der Zwan gevraagd uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn voor de haven en de plek die vrijkomt. In de wandelgangen wordt al gepraat over een passagiersferry, een scheepswerf, een opslagterrein, woningen, een hotel en zelfs een pretpark.

Het Landbouw Economisch Instituut stelde afgelopen jaar, eveneens in opdracht van Stolte, vast dat Scheveningen als vissershaven en visafslag (goed voor een omzet van dertig miljoen euro per jaar) wel degelijk kansen heeft. ,,Maar dan moet de locale economie wel samenwerken'', zegt Stolte. Hij weet uit ervaring dat het moeilijk is alle neuzen in de haven in dezelfde richting in te krijgen. ,,Veel initiatief wordt gezien als strijdig met de haven, maar dat is vaak niet waar.''

Op de visafslag wordt de laatste lading vis op soort en kwaliteit bijeen gelegd. Het sorteerorgel ratelt luidruchtig. Mannen in oranje en gele overalls gooien trefzeker verschillende kisten vol. In de schouwruimte staat de vangst van de week op schip en soort in kratten bijeen. Blikvanger is de ruim vijftien ton van de Goedereede 31.

Het is vrijdagochtend even over vijven, het drukste moment van de week. Aan de kade liggen vier kotters, geen van alle afkomstig uit Scheveningen zelf. ,,Door de storm zijn alleen de grote schepen uitgevaren'', zegt Wim Harteveld. Hij is `locatiemanager' op de afslag en coördineert de aanvoer en handel. Wanneer de vissers op zee zijn, spreekt hij hen regelmatig. ,,De mensen willen contact.'' Dat is zijn vorm van klantenbinding. Over de toekomst van de haven wil hij niets kwijt, maar hij bevestigt dat ,,het leeft''.

De vissers zelf zijn minder op hun hoede. ,,Scheveningen is een stinkgat'', zegt Tjerk Zandburg (36) uit Ouddorp aan boord van de Morgenster. Hij is druk met het boeten van de laatste netten. Daarna gaat het over land weer voor een weekeinde op huis aan. ,,Stellendam [nabij Ouddorp] is een getijdenhaven. Daar willen we geen rekening mee houden, daarom komen we hier'', zegt Zandburg, die al zeventien jaar vaart. ,,Maar als Scheveningen verdwijnt, gaan we gewoon naar IJmuiden. Dat we dan verder moeten rijden is lastig. Maar we waren er toch wel aan gewend dat moeder de vrouw niet aan de kade staat.''