De taal van ijs, ijzers en Hamlet

Beorn Nijenhuis (20) is vandaag en morgen de grote afwezige bij de WK sprint in Salt Lake City. De schaatser van TVM verloor vorige week ,,door mijn eigen stommiteit'' de skate-off van Erben Wennemars. Over kromme ijzers, koele kikkers en revolutionaire helden.

,,Als je echt goed bent, rijd je ook een wereldrecord op kunstschaatsen.'' Beorn Nijenhuis heeft een half uur naar plausibele verklaringen gezocht voor zijn nederlaag in de skate-off tegen Erben Wennemars, voordat hij tot de essentie van zijn falen komt. Hij was in Calgary fysiek niet goed genoeg om zich als vierde Nederlander te plaatsen voor de wereldkampioenschappen sprint. Punt. Vandaag en morgen is hij slechts reserve, nadat hij in het voorseizoen nog zo'n sterke indruk had gemaakt op de korte afstanden. ,,He kicked my ass'', erkent de student Engels in de lobby van het Hilton-hotel in Salt Lake City.

Als hij zich vorige week niet zo moe had gevoeld, zou hij op klapschaatsen zijn tegenstander in elk geval beter partij hebben kunnen bieden. Alle fysieke problemen ten spijt, de grootste malheur was van materiële aard, geeft hij schoorvoetend toe. Hij zoekt niet graag naar excuses voor zijn off-day in de skate-off. Bij de NK sprint in Groningen – het kwalificatietoernooi voor de WK sprint – kwam hij net als Wennemars ten val op de 500 meter. Nijenhuis dacht dat daardoor de buis van zijn linkerschaats verbogen was. Samen met zijn materiaalman, die over een computergestuurde `rondingmachine' beschikt, maakte hij na de NK ,,een van de grootste fouten in mijn carrière'', vervolgt hij zijn verhaal in uitstekend Nederlands.

Hij kan er om glimlachen, maar mede door deze stommiteit is zijn veelbelovende schaatsseizoen verpest. Met zelfkritiek: ,,We hebben de buis verbogen op grond van metingen, die niet bleken te kloppen. Eenmaal op het ijs in Heerenveen, raakte ik in paniek. Ik zei meteen tegen mijn coach: `Als ik me nu nog voor de WK weet te plaatsen, is dat one of the biggest hurdles I've ever jumped'. De schaatsen communiceerden niet meer met het ijs. Dat was me tijdens een wedstrijd nog nooit overkomen. Het ijs sprak een andere taal dan de ijzers. There is no pity in this game.''

Drie dagen heeft hij gesleuteld om het euvel te verhelpen. Ondertussen vloog hij naar Calgary ter voorbereiding op de tweekamp met Wennemars, die daar nietsvermoedend zijn oefenrondjes reed. ,,Ik zag dat Erben goed bezig was. Zelf was ik gematigd optimistisch. Ik was niet nerveus, ben een koele kikker. We hebben goed aan finetuning kunnen doen. En toen vloog zomaar mijn rechterschaats de baan uit en reed ik op m'n schoenen door de bocht. En de volgende ochtend zag ik een haarbreuk in mijn linkerschaats. Weer hebben we van materiaal moeten wisselen. It was like throwing a stone in an engine. De skate-off werd een pokerspel. Helemaal toen ze het ijs gingen schaven. Het werd bros en hard. Ik kon geen druk meer zetten. Wennemars is lichter en had er minder last van.''

Excuses genoeg, maar Nijenhuis beseft dat zijn rivaal verdiend heeft gewonnen. Hij won de tweekamp met 4-0. Wennemars was op alle afstanden sneller en is volgens Nijenhuis topfavoriet voor prolongatie van zijn wereldtitel. ,,Ik heb via via gehoord hoe snel Erben deze week op de training is. Ik zou niet weten wie hem in deze vorm moet verslaan. Nee, ook Wotherspoon niet. Hij reed slecht in Calgary en maakt hier op de training ook geen goede indruk. Ik ken Jeremy een beetje, hij speelt vlak voor een WK geen spelletje'', zegt de halve Canadees over de hele Canadees.

Nijenhuis leerde Wotherspoon kennen tijdens de trainingsuren in Red Deer, een provinciestadje op honderd kilometer van het gehucht Horburg, de woonplaats in zijn vroege jeugd. De 28-jarige vedette was destijds een voorbeeld voor het 20-jarige talent. Hun ouders waren bevriend; ze reden hun zoons door weer en wind naar verre schaatsoorden. De vader en moeder van Nijenhuis – zo'n dertig jaar geleden naar Canada geëmigreerd en allebei werkzaam in het onderwijs – kwamen vaak midden in de nacht thuis van een urenlange autorit om vervolgens vroeg in de ochtend weer even monter voor de klas te staan. Achter het ouderlijk huis, op een ondergelopen weiland, had pa Gerrit een alternatieve 400-meterbaan geprepareerd, compleet met alternatieve dweilmachine – een slee met een heetwatertank die door een gasvlam werd verhit.

,,Ik was in onze familie de specialist op de 800 meter'', zegt de jongste van drie schaatsende broers. De oudste twee gingen ijshockeyen. ,,Zolang het vroor kon ik altijd schaatsen, gemiddeld vijf maanden per jaar. De andere maanden werd ik naar Red Deer of Calgary gereden. De Olympic Oval was tweehonderd kilometer verderop. We woonden letterlijk in de middle of nowhere. Ik zat in mijn eentje in de schoolbus en raakte bevriend met de chauffeur. Thuis hoorde ik mijn vaders auto al van een kilometer afstand. Mijn moeders auto ook, die maakte een ander geluid. Ik ben in de natuur opgegroeid. Die rust mis ik wel. Ik heb in Nederland moeite met alle drukte om me heen. Hoewel de gezelligheid ook zijn positieve kanten heeft. In Heerenveen zegt iedereen me goeiedag, ook toen ik nog geen bekende schaatser was.''

Hij heeft wederom een 400-meterbaan in zijn achtertuin, dit keer Thialf geheten. Van zijn geremigreerde ouders had hij een paar jaar geleden de woonplaats voor het uitkiezen. De voorafgaande jaren woonde hij in Brunssum, waar zijn vader in 1998 op een school ging werken. Volgens zijn moeder Tina, lerares Frans, heeft de jonge puber daar veel verdriet en heimwee gehad. Zelf zegt hij zich geen huilbui te kunnen herinneren. ,,Maar ik had in Friesland inderdaad niets te verliezen'', blikt hij terug op zijn middelbare schooltijd in Limburg. ,,In het zuiden moet je in een klein kringetje terecht komen om geaccepteerd te worden. Qua mentaliteit pas ik beter in het noorden. Nee, ik weet niet waar ik over een paar jaar zal wonen. Ik heb te veel mooie plekken gezien om me nu al te settelen. We zien wel waar ik ooit terecht kom. I am like a pinto: een paard met twee kleuren. Ik ben een culturele mix, voel me een bevoorrecht mens.''

In de schaatsploeg van TVM heeft de filosofisch ingestelde sportman moeten wennen aan de Hollandse humor ,,die vaak ten koste van anderen gaat''. Intussen heeft hij de onderbroekenlol leren waarderen. ,,In Canada was ik heel anders gewend. Ik heb me leren aanpassen, dat zit in de mens opgesloten. Ik kan nu ook lompe dingen zeggen, ben street-smart geworden want book-smart is ook niet alles. Maar ik mis de serieuze gesprekken op trainingskamp. Gelukkig kan ik met collega-schaatser Yuri Solinger over allerlei levensvraagstukken praten. Verder mail ik met m'n broer in Canada en praat ik met m'n ouders. Mij hoor je niet klagen. Ik ben schaatser van beroep, krijg er een hoop levenswijsheid voor terug.''

Vraag is of hij niet te veel nadenkt – over zijn materiaal bijvoorbeeld – en als sportman niet beter een tunnelvisie kan hebben. Hij noemt Eric Heiden en Alexander de Grote als twee beroemdheden, die recht op hun doel afgingen. Volgens hem leiden er meerdere wegen naar de Olympische Winterspelen van Turijn, waar hij volgende winter hoopt te schitteren. ,,Ik wil weten waarom ik goed rijd. Ik wil nog een keer een boek schrijven over de perceptie van een race. Maar op het ijs ben ik niet zo'n piekeraar, hoor. Je kan niet nadenken of je wel hard gaat. Je denkt hard of zacht te gaan, maar dat is heel wat anders. Je denkt niet aan de snelheid, je begrijpt de snelheid, you know what I mean?''

Zo zegt hij geen grondige studie te maken van zijn aparte rijstijl. De bleke, blonde schaatser heeft x-benen. Net als Marianne Timmer, voegt hij er fijntjes aan toe. In de lobby van het hotel demonstreert hij hoe de onorthodoxe lichaamsbeweging is ontstaan. Hij draait bijna automatisch met zijn heupen, waardoor zijn knieën meer naar binnen staan. Geruchten als zou zijn trainer Geert Kuiper zijn houding op het ijs willen veranderen, ontkent hij met kracht. ,,We don't touch that at all. Het is mijn specialiteit. Conventies zijn er om doorbroken te worden. Het is een groot misverstand dat iederen hetzelfde moet schaatsen. Kijk maar naar Heiden, die veel meer rechtdoor ging rijden dan de rest. De hele maatschappij is trouwens gebaat bij verandering. Ik herinner me een geweldige commercial van Apple-computers. Ze lieten allemaal beroemdheden zien, die de wereld hadden veranderd.''

Heiden was de alleskunner die een kwart eeuw geleden spotte met de (Europese) schaatswetten. Nijenhuis bewondert de Amerikaan niet alleen om diens vijf gouden medailles, ook om diens onorthodoxe rijstijl en revolutionaire trainingsmethoden. ,,He destroyed the system, zoals Albert Einstein en vele anderen de wereld hebben veranderd. Heel interessant, in strijd met de empirische filosofie die een conservatieve ontwikkeling voorschrijft. Ik bewonder iedereen die wetten doorbreekt, zoals Shakespeare. Hij was ook een revolutionair. En al heel populair in zijn tijd. Mozart en Van Gogh waren tijdens hun leven armoedzaaiers.''

Nijenhuis moest eind vorig jaar in het VPRO-programma Holland Sport voorlezen uit zijn favoriete Hamlet-passage: `To be or not to be'. Hij was pas vlak voor de rechtstreekse uitzending op de hoogte gebracht van de verplichte voordracht. ,,Heel leuk om te doen. Ik was niet eens zenuwachtig, ben als schaatser natuurlijk gewend aan spanning. En ik ben met Shakespeare opgegroeid. Mijn ouders hebben me aangemoedigd. Ik zou nog veel meer studie van hem willen maken, maar ik ben nu nog te druk met schaatsen.''

Hij verlangt naar het vertrouwde gevoel op het ijs en verbijt de pijn van het reserve zijn. ,,Ik heb geen last van de andere jongens. Ik ben ook niet jaloers op Jacques'', verwijst hij naar zijn ploeggenoot De Koning die minder hard rijdt maar dit weekeinde wel aan de WK mag meedoen: hij bleef op de been. Nijenhuis ontkent dat De Koning zich op het laatste moment zou kunnen terugtrekken door een ziekte of een blessure te simuleren. ,,Jacques verdient het hier te rijden, ik niet'', negeert hij de mogelijkheid van eventuele stalorders van de sponsor.

De supersub van TVM beëindigt het gesprek met een verhaal over zijn jaloerse collega's uit Noord-Amerika, die Nederland als het mekka van het schaatsen beschouwen. In Canada en de Verenigde Staten zijn de diverse schaatshallen ook bij de grote toernooien vrijwel leeg. ,,Ik kan hier nu even adem halen'', zegt de pure schaatsliefhebber Nijenhuis, die weinig op heeft met de carnavalske sfeer in zijn thuishaven Thialf. ,,Het gaat om de essentie van de sport, niet om het mediacircus eromheen. Je hebt twee tegenstanders en verder niets: degene die naast je start en de klok. Maar ik ben realist genoeg om te beseffen dat entertainment een onderdeel van de sport is. Soms is de realiteit brutally simple. Zonder al die tv-uitzendingen had ik niet zo goed verdiend en hadden we hier misschien nu niet gezeten. Ja, ik mag de NOS wel dankbaar zijn.''