De burger bezit, de staat beheert

Er zwemt een ongekende hoeveelheid geld door het wereldwijde financiële systeem. Zijn overheden actief bezig het bezit van hun burgers te stutten?

Een van de plannen van de Amerikaanse president Bush voor zijn nieuwe termijn is om de Amerikanen niet langer elkaars sociale zekerheid te laten betalen, maar in plaats daarvan het stelsel voor een deel te individualiseren. Zelf sparen voor de eigen oude dag. Dat heeft in de verte wel wat weg van een extreme variant van de in Nederland besproken levensloopregeling. Sparen wordt individueel, en het oude collectieve omslagstel raakt uit zwang.

Maar hoe moet er worden gespaard? Bush' voornemen is om te bevorderen dat de besparingen richting de effectenbeurzen gaan. Daarmee komt het doel van een `maatschappij van eigenaren' weer een stap dichterbij. Logische vraag is of het zin heeft om nu in de financiële markten te stappen. De koersstijging van aandelen hangt op de lange termijn samen met de toename van het nominale bruto binnenlands product, en als de zaken gaan zoals ze gingen, mag er voor de VS een jaarlijkse rendement van een procent of zes worden verwacht. In Europa is dat een stuk minder, maar nog steeds een procent of 4,5 tot 5.

Nu kunnen de koersen over de tijd nogal fluctueren, zoals zij de afgelopen tien jaar hebben laten zien. Is het een goede tijd om in de markt te stappen? Het antwoord op die vraag hangt nauw samen met een diagnose van hoe die markten er op dit moment voor staan.

Wat opvalt is hoe laag de rente op dit moment is. Ook al staan er in de VS nog wat renteverhogingen op stapel voor dit jaar, de rente blijft er, zowel op de geldmarkt (kortlopende rente) als op de obligatiemarkt (lange rente) uiterst laag. Dat geldt ook voor de eurozone, en al helemaal voor Japan. De reële rente, de rente gecorrigeerd voor de inflatie, is eveneens op recordlaagte. Dat is vreemd: als de industriële wereld werkelijk voor een langdurig herstel staat, dan hoort er een opleving van de inflatie te worden ingecalculeerd, en normaliter stijgen dan zowel de nominale als de reële rentes.

In de regel wordt de verklaring voor de huidige anomalie gezocht in de veronderstelling dat de wereldeconomie zo geïntegreerd is dat er een voortdurende concurrentieslag plaatsvindt. Bedrijven kunnen hun prijzen onder die omstandigheden moeilijk verhogen. En dus blijft de inflatie lager dan we gewend waren.

Een alternatieve verklaring is ook te vinden. Er is de laatste jaren een enorme hoeveelheid geld gecreëerd door de centrale banken. Japan smijt letterlijk met geld om zijn deflatie duurzaam uit te bannen. In de eurozone groeit de geldhoeveelheid sinds de introductie van de euro in 1999 veel harder dan de Europese Centrale Bank zelf van plan was toe te staan. En in de Verenigde Staten is alles uit de kast gehaald om met een zeer ruim monetair beleid de recessie van drie jaar geleden de kop in te drukken.

Het resultaat is te zien in bijgaande grafiek. In Japan, de eurozone en de VS, samen goed voor driekwart van de wereldeconomie, is de hoeveelheid geld tot recordhoogte gegroeid. Als percentage van de waarde van alle geproduceerde goederen en diensten, het bruto binnenlands product, is de geldhoeveelheid (M3) toegenomen tot 72. Zo hoog is het nog nooit geweest.

Er klotst dus een ongekende hoeveelheid geld rond in het wereldwijde financiële systeem. En dat veroorzaakt inflatie. Niet, of nog niet, de `gewone' inflatie van de prijzen van goederen en diensten. Het is vooral de inflatie van activa die in de industriële wereld opvalt: onroerend goed, grondstoffen en obligatieleningen. De gestegen koers van obligaties drukt de effectieve rente op die obligaties naar beneden. Dat maakt dat de rente, en ook de reële rente, nu zo opvallend laag is.

Hoe dat afloopt is ongewis. Twee diagnoses zijn al wel te stellen. De eerste is dat de financiële markten op dit moment worden geschraagd door een misschien wel ongezonde vloed van officieel gecreëerd geld. De tweede is dat, in de woorden van Morgan Stanleys goeroe Stephen Roach, het beleid van westerse overheden noodzakelijkerwijs zal moeten veranderen. Zij zorgen niet meer voor een samenleving van consumenten, maar voor een samenleving van eigenaren waarvan de waarde van het bezit op peil moet worden gehouden. Dat is een geheel andere opdracht. Zeker als al die eigenaren in de toekomst worden aangemoedigd niet meer voor elkaar, maar vooral voor zichzelf te zorgen.