Centrale dicht in ruil voor de EU

`Een dwaasheid' noemt de Litouwse minister van Economische Zaken het besluit de kerncentrale in Ignalina te sluiten. Het gevolg: massale werkloosheid. Maar Brussel maakt de dienst uit.

De Litouwse kip met de gouden eieren is dood. Of beter gezegd: half dood. Sinds drie weken draait de kerncentrale in het Litouwse Ignalina, vlakbij de grens met Wit-Rusland, op halve kracht. Van de twee reusachtige reactoren is er één uitgezet. Op last van de Europese Unie, waarvan Litouwen vorig jaar lid werd. Reactor twee moet uiterlijk in 2009 worden gestopt. Dan is de kip echt dood.

,,De komende vijftig jaar is de sluiting van de centrale het grootste probleem dat Litouwen te verwerken krijgt'', zegt regioburgemeester Bronis Rope. Ignalina is van het type `Tsjernobyl', bekend van de ramp uit 1986. Hij is door de geleerden veilig verklaard, maar het spook van Tsjernobyl bleek sterker. De sluiting heeft een gat in de staatsbegroting geslagen van 300 à 400 miljoen euro, het bedrag dat Litouwen jaarlijks met energie-export verdiende, en bedreigt duizenden banen.

,,Dit is een sociaal drama'', zegt Arnoldas Abramavicius, directeur van het agentschap voor regionale ontwikkeling, twee jaar geleden met Europees geld opgericht. Hij moet de drieduizend werknemers van Ignalina aan ander werk helpen, evenals de duizenden buiten de centrale die er van leven. ,,Dit jaar verliezen de tweehonderd mensen die tegen hun pensioen aan zaten hun baan. Maar vanaf 2006 zal het ontslagen regenen. Dan begint het probleem pas echt.''

Abramavicius, wiens sjieke streepjespak schril afsteekt tegen de lokale klederdracht, erkent dat hij eigenlijk ook geen goed antwoord heeft op het naderende onheil. Want de werknemers van de centrale zijn allemaal Russen of Russischtaligen, die na het omvallen van de Sovjet-Unie in Litouwen zijn achtergebleven. Abramavicius: ,,Ze zijn hoog opgeleid, vanwege het werk in de centrale, maar ze spreken geen Litouws.'' Bovendien zijn ze gemiddeld 45 jaar. Én Russisch én te oud. ,,Dat vermindert hun kansen aanzienlijk'', zegt hij.

In de jaren tachtig, toen Ignalina in gebruik werd genomen, werd een apart arbeidersstadje gebouwd, op tien minuten rijden van de centrale. In Visaginas (29.000 inwoners) is alles Russisch: voertaal, mutsen, gouden tanden, kapsels, cafémuziek en humor. Het mag eigenlijk geen stad heten: het is een enclave, midden in de bossen, van blokflats. Alleen de schreeuwerige schooltassen van rondhobbelende kinderen, de oranje geschilderde muren van de slagerij en de damesdrogisterij zijn in kleur, evenals de granaatappels van Marina, die een kleine nering heeft naast een Russisch-orthodoxe kerk. ,,De mensen trekken weg'', zegt ze. ,,Nee, niet terug naar Rusland. Naar Italië of Duitsland.'' Wie niet afwacht en zelf zijn biezen pakt, krijgt tien maanden loon mee.

Volgens Gala, die verderop de Vriendschapsstraat sneeuwvrij veegt, zijn sommigen wel naar Rusland teruggekeerd, naar de kerncentrales daar, waar soms werk voor hen was. Gala, uit Oekraïne, kwam hier vijftien jaar geleden aan. Haar man werkt als brandweerman bij de centrale. Hij wordt binnenkort ontslagen. Voor hij afzwaait moet hij voor tests naar het ziekenhuis. Wie met gezondheidsproblemen kampt krijgt extra premies. Ongezond zijn loont, stelt Gala bitter vast. ,,Op tv horen we dat er nieuwe investeringen komen'', zegt ze. ,,Maar dat zijn praatjes voor mensen die in geld geloven. We kunnen beter in God geloven.''

Abramavicius van het agentschap spreekt van ,,een psychologisch probleem'' onder de Russen. ,,De lonen in de kerncentrale waren altijd hoger dan in de rest van Litouwen. In de centrale krijg je het vijfvoudige betaald voor handwerk waarvoor je normaal het minimumloon krijgt. De mensen moeten een stap terug doen. Het is jammer, maar zo zijn lonen op de markt nu eenmaal.''

In betere tijden, toen God en streepjespakken verboden waren, werd in Ignalina genoeg energie geproduceerd om twee keer te voldoen aan de vraag van Litouwen. Toen het land in 1991 weer onafhankelijk werd, werd Litouwen opeens een energiemogendheid. Er werd naar Rusland geëxporteerd en naar buurlanden. Met nog één actieve reactor produceert Litouwen alleen maar genoeg voor zichzelf. De export is vrij abrupt tot stilstand gekomen. Wit-Rusland is hierdoor volledig in Russische armen gedreven, komend jaar zal het Oost-Europese land 35 procent meer energie van zijn oostelijke buurland afnemen.

Vorige maand waarschuwden vier energiebedrijven uit Wit-Rusland, Rusland, Letland en Estland in een brief aan de Litouwse regering voor een regionale energiecrisis. Zij vroegen de sluiting van de reactor enkele maanden uit te stellen totdat een nieuwe warmtekrachtcentrale in de Russische enclave Kaliningrad wordt opgeleverd, in november. Vilnius legde de brief naast zich neer, maar de regering is intern verdeeld. ,,Door zijn kerncentrale te sluiten in ruil voor het EU-lidmaatschap heeft Litouwen een dwaasheid begaan'', riep minister van Economische Zaken Viktor Uspaskich onlangs uit. Uspaskich, een tot Litouwer genaturaliseerde Rus, verwacht dat de energieprijzen na 2009 hard zullen stijgen, omdat Litouwen dan stroom moet gaan invoeren.

De vraag is waar Litouwen zijn stroom vandaan moet halen. De energienetten zijn volledig afgestemd op het oosten, een Sovjet-erfenis. Litouwen wil een nieuwe verbinding met Polen en ijvert hiervoor in Brussel. Ook sprak het deze maand de wens uit om een nieuwe reactor te bouwen. Burgemeester Rope ziet echter niet veel in een nieuwe reactor. Hij zet in op toerisme. Met een nieuwe centrale trek je geen wandelaars aan.

Maar de sluiting van de oude centrale is overhaast gebeurd. ,,Het was een politiek besluit. Litouwen wilde zo snel mogelijk lid worden van de EU. Dit was de prijs die betaald moest worden. Vroeg of laat moest de boel toch sluiten, maar het had probleemloos ook vijf jaar later gekund. Dat zou ons meer tijd hebben gegeven om de massale problemen het hoofd te bieden. Soms is het beter om nog even op oude schoenen door te lopen.''

    • Stéphane Alonso