Zweepje

Toen de honourable mister George Dubbeljoe Bush gisteren ten tweede male werd ingehuldigd als president van de Verenigde Staten, zag ik in gedachte de onderzoeksjournalist Seymour Hersh onrustig door zijn werkkamer schuiven. ,,Wij zullen nog eens zien hoe dit afloopt'', mompelde hij verbeten terwijl hij een bekertje slechte automatenkoffie naar zijn lippen bracht.

Eerder deze week konden we Hersh in Nova zien, waar hij praatte over Lynndie England en de martelpraktijken in de Abu Ghraib-gevangenis. Praktijken die, als zo vaak, door Hersh als eerste werden onthuld in het tijdschrift The New Yorker. Die martelingen waren volgens Hersh geen incidenten, maar een van bovenaf opgelegd gedragspatroon bij de ondervragers.

Het zou me niets verbazen als Hersh nog steeds op zoek is naar het zweepje onder het bed van Donald Rumsfeld, waarmee deze aan zijn vrouw demonstreerde hoe de zaken in de Abu Ghraib moesten worden aangepakt.

,,Een welingelichte werkster in het appartementengebouw van de Rumfelds'', zal Hersh dan schrijven, ,,vertelde me dat zij op 12 januari 2003 voor het eerst in het slaapvertrek van de minister van Defensie een van kunstleer vervaardigd zweepje aantrof, dat de duidelijke sporen droeg van gewelddadig gebruik. Haar verhaal wordt bevestigd door een van de Puerto-Ricaanse koks die in die tijd voor de familie Rumsfeld werkzaam waren.''

Op het gebied van bronvermelding doet Hersh alles wat de god van de journalistiek verboden heeft. Zelfs aan het stijlboek van NRC Handelsblad heeft hij maling. Daarin staat: ,,Het compleet vermelden van de bronnen is een toets voor de plaatsbaarheid van het stuk.''

Ik heb net de zesduizend woorden doorgeploegd waarmee Hersh deze week in The New Yorker uitlegt hoe vergevorderd de plannen van Bush zijn om Iran te grazen te nemen.

Het wemelt weer van de `the former high-level intelligence officials' en `the retired senior C.I.A. officials' die uit de school klappen. Niemand wordt bij naam genoemd. In de strijd met de machtigen der aarde moeten we niet te veel journalistieke scrupules hebben, vindt Hersh kennelijk. Als de feiten maar kloppen – en dat doen ze bij hem meestal.

Het adembenemende aan de mens Seymour Hersh is de nauwelijks onderdrukte woede waarmee hij over zijn `onderwerp', Bush en consorten, praat. Hij wil het woord nog niet openlijk gebruiken, maar hij vindt het crooks, zonder uitzondering. Hij wil ons voor ze waarschuwen, dat is zijn missie. Hij wil niet dat wij straks kunnen zeggen dat wij het niet hebben geweten.

Tegenover Hersh voel ik me dan ook nog altijd schuldig omdat ik hem niet voldoende heb geloofd, toen hij al in een vroeg stadium schreef dat er geen massavernietigingswapens in Irak waren.

Over mevrouw Hersh horen we nooit iets. Ik vermoed dat ze veel op de vrouw van Maigret lijkt. Als haar man 's avonds laat thuiskomt, stelt ze geen lastige vragen en gaat zwijgend naar de keuken om zijn steak te bereiden. Hersh haalt een geheim rapport uit zijn aktetas en begint te strepen met zijn markeringsstift – zijn zweepje.

    • Frits Abrahams