Zingend bedelen

Guus Middag luistert naar nieuwe Nederlandstalige liedjes. Vandaag naar `Als je iets kan doen', het lied dat Nederlandse artiesten maakten om geld in te zamelen voor Azië.

Leed, leder, leedst. Wat is de overtreffende trap van leed? In een gedicht van Elizabeth Bishop huilt iemand in stil verdriet `een theekop vol donkere tranen'. In een droevig lied van Frank Boeijen komt `een stuwmeer van tranen' voor. Jan Rot was eens zo ongelukkig dat hij een hele nacht moest huilen: `een zee van tranen/ tot het ochtend werd.'

Een theekop, een stuwmeer, een zee van tranen: kan het nog erger? Een aardbeving in de Indische Oceaan veroorzaakte op 26 december 2004 een schokgolf die op de kusten van Azië een onvoorstelbare verwoesting teweegbracht, met honderdduizenden doden en gewonden als gevolg. Een golf van ellende sloeg over het land. Hoe het leed te beschrijven? Hoeveel theekoppen tranen?

Freek de Jonge dacht aan `een oceaan van verdriet'. Dat werd het begin van `Als je iets kan doen', het lied dat enkele tientallen Nederlandse artiesten maakten om geld in te zamelen voor de getroffen gebieden. Snel schrijven, snel instuderen, snel inzingen, snel uitbrengen, snel verkopen (voor 5,55 euro per cd, inmiddels meer dan honderdduizend exemplaren verkocht) en de opbrengst snel doorsluizen naar de samenwerkende hulporganisaties.

`Een oceaan van verdriet vraagt om meer dan een lied' horen we Marco Borsato zeggen. Dat is gek. Het lied moet nog beginnen, maar Marco zegt namens de verzamelde artiesten al bij voorbaat dat een lied niet voldoende zal zijn. Dat snappen wij ook wel: een lied houdt geen golf tegen, het maakt de dood niet ongedaan en het ruimt geen puin op. Maar waarom er dan nog aan beginnen? Moet het lied dan nog wel gezongen worden? Met het betalen voor de cd is het belangrijkste immers al gebeurd. Marco weet het, maar laat er toch maar een lied op volgen. Ziehier de spagaat van het zingen voor het goede doel: gaat het om de inzameling of om de muziek?

Ook de tekstschrijvers (Karin Bloemen en Tjeerd Oosterhuis) hebben zich niet goed raad geweten met het zingend bedelen om geld. Het is een betoog vol losse zinnen geworden waarin iemand zegt dat hij zich niet dagelijks voor het goede doel inzet, maar van goede wil is, en dus toch ook wel weer een beetje om zich heen kijkt, maar ook weer soms best wel niet te veel, maar dat hij ook wel iets voor een ander wil doen, en dus waarom ook niet? De tekst rammelt aan alle kanten. Het lied breit zich voort vol enerzijdsen en anderzijdsen, dubbele ontkenningen, omslachtige formuleringen en kreupel rijm. `Ik weet: ook ik kan soms iets doen,/ en als je iets kan doen,/ waarom zou je dat dan niet voor een ander doen.'

Het is een vage mix van schuldbelijdenis en feel good fundraising in halve reli-taal en fijne sociale betrokkenheid in tenenkrommende zinnen: `het gaat om besef,/ besef van waarde van elk leven;/ daar help je je medemensen mee.' Ja? En daar dan met zijn allen blijmoedig overheen zingen. Hoor het koor van de verzamelde artiesten voor Azië aanzwellen: `ik draag graag mijn steentje bij'.

Het goede doel heiligt de middelen, dus je mag er niks van zeggen. Gelukkig wordt het slome kwijlnummer in het midden nog even onderbroken door een opjuinende rap van Brainpower en Ali B. Zij komen wat sneller tot de zaak. Het rijm is kort en krachtig, en hun boodschap is snel te begrijpen: `je doet niets tegen het geweld,/ maar ieder mensenleven telt,/ dus wordt een held,/ en stort wat geld/ op giro vijf vijf vijf.'

Een fragment van `Als je iets kan doen' is te beluisteren via www.nrc.nl/ik