Kesbir niet uitleveren

PKK-kopstuk Nüriye Kesbir mag niet aan Turkije worden uitgeleverd, zo heeft ook het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep besloten. De Koerdische activiste loopt een reëel risico in Turkije te worden gemarteld, aldus het Hof.

Kesbir (43) kwam in 2001 als asielzoekster naar Nederland. Sinds 2002 zat ze vast in afwachting van een eventuele uitlevering aan Turkije. Volgens Turkije was Kesbir, die lid was van de presidentiële raad van de Koerdische arbeiderspartij PKK, in de jaren negentig betrokken bij een groot aantal aanslagen.

Op 7 mei vorig jaar besliste de Hoge Raad, na een slepende procedure, dat de uitlevering van Kesbir mogelijk was, zoals minister Donner van Justitie wilde. De Hoge Raad stelde toen wel vast dat Kesbirs vrees te worden gemarteld ,,niet van elke grond'' ontbloot was, en adviseerde Donner garanties te vragen aan de Turkse regering omtrent de veiligheid van de PKK-activiste. Dat advies is onvoldoende opgevolgd, constateerde de Haagse rechter op 4 november in een kort geding dat Kesbirs advocaten hadden aangespannen. De toezeggingen die de Nederlandse staat van Turkse zijde had gekregen waren te vaag en te algemeen gesteld, vond de rechter, die de uitlevering alsnog verbood. Deze lezing wordt nu door het gerechtshof bevestigd. ,,De tot op heden verkregen toezeggingen'', aldus het Hof, ,,voldoen [...] niet aan de eisen die daaraan in de onderhavige situatie worden gesteld.'' De staat kan nog in cassatie tegen de uitspraak van het Hof.

Na de uitspraak van het hof is Kesbir donderdagmiddag vrijgelaten. Wat er verder met haar gaat gebeuren, is nog ongewis. Haar asielaanvraag is geweigerd, waardoor ze in principe niet in Nederland mag blijven. Kesbirs advocaat, Victor Koppe, is ,,opgelucht'' over de uitspraak van het Hof.