Ik ben thuis, miauw

Kinderliefde voor de moeder is onvoorwaardelijk vertellen films als `Nobody Knows' van Kore-Eda Hirokazu en `Demi-tarif' van Isilde Le Besco.

In De ballade van een soldaat (Grigori Tsjoechrai, 1960) mag een Russische frontsoldaat even op verlof naar zijn geboortedorp. Het wordt een reis met vele hindernissen, een race tegen de klok tenslotte. Als hij op het station van zijn dorpje arriveert, is er alleen nog tijd om zijn moeder gedag te zeggen. Hij neemt de kortste weg naar huis, rent door de korenvelden. Zijn moeder heeft juist gehoord dat hij zal aankomen, zij gaat over de dorpsweg naar het station.

In 1960 kwam zo'n scène hard aan – en in de jaren tachtig, toen ik hem zag, ook nog. Een zoon die zijn moeder misloopt, dat is een drama. (Bijna misloopt trouwens, want het komt gelukkig nog net goed, zodat de film daarna over de hele wereld successen kon vieren.)

Akira van twaalf zit met zijn moeder in een fastfoodrestaurant in Tokio. Ze is alweer op weg om hem en haar andere kinderen alleen te laten. Ze moet werken zegt ze. De vorige keer dat ze dat zei, is ze een maand weggebleven. ,,Wanneer mogen we nou naar school?'', vraagt Akira. ,,Wat zeur je toch over school?'', zegt zijn moeder. ,,Een heleboel beroemde mensen zijn ook nooit naar school geweest.'' Wie dan, wil Akira weten. Zijn ogen zijn geloken. ,,Je bent egoïstisch, mamma'', zegt hij. Zij zegt: ,,Weet je wie egoïstisch is? Je vader die zomaar uit ons leven verdween. Mag ik dan niet een beetje gelukkig zijn?''

De verhoudingen van drama zijn volledig omgekeerd. In De ballade van een soldaat wordt de volwassen zoon kind als hij zijn moeder misloopt en als hij tenslotte veilig in haar armen valt. In Nobody Knows is de zoon de volwassene die zijn moeder als een kind toespreekt. ,,Je moeder is verliefd,'' kirt zij. ,,Alweer,'' zucht hij.

Grootmeesters

Nobody Knows van de Japanse regisseur Kore-Eda Hirokazu was de mooiste film van het festival van Cannes vorig jaar. Daar won de opwindende documentaire Fahrenheit 9/11 van Michael Moore de Gouden Palm, Nobody Knows moest genoegen nemen met de prijs voor de beste acteur – zeer verdiend trouwens – voor Yagira Yûya die Akira speelt. Vanaf volgende week is de film van Hirokazu te zien op het International Film Festival Rotterdam. Hij heeft een ereplaats gekregen in het programma-onderdeel `Kings and Aces', waarin de films van grootmeesters zijn ondergebracht (zie kader). Hirokazu verdiende die plaats met films als After Life uit 1998 en Distance uit 2001.

Het is geen toeval dat de moederliefde uit De ballade van de soldaat als thema is verdrongen door het omgekeerde van Nobody Knows: de moederliefde voor zichzelf. In Rotterdam wordt ook Demi-tarif vertoond, het regiedebuut van actrice Isilde Le Besco. In ruim een uur, minder dan de helft van de tijd van Nobody Knows, probeert Le Besco hetzelfde over te brengen. Hier stappen we middenin het drama. De kinderen zijn al alleen als wij ze leren kennen. We zien ze helemaal hun gang gaan. Ze eten instant-chocolade, ze glippen de bioscoop binnen, ze stelen in de winkel, ze rennen verkleed over straat. Af en toe spreekt een gedragen voice-over van een van de klaarblijkelijk volwassen geworden kinderen zinnen als: ,,'s Nachts gingen we naar buiten. 's Zomers om een watergevecht te houden, 's winters om ziek te worden.''

Regendruppels

Hoewel we haar nooit in beeld krijgen, begrijpen we van de voice-over dat ook de moeder uit Demi-tarif af en toe thuiskomt. Dan vertelt ze waar de regendruppels vandaan komen, over de zee met kokend water, over wolken die tegen de heuvels beuken en de regen die in de rivieren en de zee valt. ,,'s Ochtends was ze weer weg'', zegt de stem.

In Nobody Knows zitten precies zulke scènes van als moeder thuiskomt. Scènes waarin zij als het kerstmannetje wat geluk in de huiskamer strooit en dan door de schoorsteen weer verdwijnt. De kinderen slapen, Akira met zijn hoofd op tafel. We horen buiten een auto stoppen. Akira tilt zijn hoofd op. Moeder komt binnen. Met die kleuterstem die je al vanaf de eerste scène irriteert, zegt ze: ,,Ik ben thuis.'' Ze houdt een plastic zak op. ,,Hier is sushi.'' Dan maakt ze alle kinderen wakker – ,,ik ben thuis, miauw'' – en moeten zij genieten van wat moeder heeft meegenomen. ,,Ze ruikt naar drank'', zegt Akira's oudste zus in het voorbijgaan tegen haar broer. Haar stem klinkt al zwaarder dan die van haar moeder.

Die behaagzucht van kijk mij eens leuk wezen en het onbelemmerde hedonisme van mag ik dan nooit een pleziertje hebben, dat is wat de moeders in beide films beweegt. Geen toeval dat de moeders alleenstaand zijn en hun kinderen producten van verschillende vaders. Ze zijn volwassen geworden in de tijd van Forever Young en dat betekent dat ze in elk geval nooit hebben geleerd volwassen verantwoording te aanvaarden. Net zomin als de mannen met wie ze bijna dwangmatig vrijen om hen maar te kunnen binden.

Het lijstje films dat op dit thema varieert is de laatste jaren snel gegroeid. In Cannes was ook de hysterische film The Heart is Deceitful Above All Things van Asia Argento te zien: over een jongetje dat door zijn te gekke moeder van minnaar naar minnaar wordt gesleept, dat wordt misbruikt, geslagen, aangekleed als meisje en daarbij steevast en onvoorwaardelijk van zijn moeder blijft houden.

Vorig jaar ging Thirteen uit, we hebben Lilja 4ever gehad en Gummo, om er maar een paar te noemen. Allemaal films over kinderen die er alleen voorstaan, van filmers die in de jaren zeventig of tachtig opgroeiden. Allemaal filmers die om zich heen of in hun eigen gezin moeten hebben gezien hoe hard vaders en moeders allebei gingen werken, hoe gemakkelijk vaders en moeders scheiden en hoe klakkeloos ze daarbij hun kinderen naar elkaar afschoven om zichzelf in alle vrijheid te kunnen ontplooiien.

Nu kloppen de kinderen van de love generation bij hen aan om die verantwoording te eisen. Zíj hebben in elk geval te weinig van die liefde gekregen.

Hoezeer dat besef hoort bij deze tijd, blijkt uit een curieus boekje uit de hoogtijdagen van de zelfontplooiing, How to read Donald Duck (1975) van de Chilenen Ariel Dorfman en Armand Mattelart, waarin Disney voor arbeiders wordt verklaard. In het hoofdstuk `Oom, mag ik een kondoom' analyseren ze de gezinsverhoudingen in Duckstad, waarbij direct in het oog springt dat er nauwelijks vaders en moeders zijn, alleen ooms en tantes. Dat is, schrijven de auteurs, omdat ,,het ouderlijk gezag in onze wereld is gebaseerd op biologiese gronden (ongetwijfeld versterkt door een maatschappijstruktuur waarin de opvoeding van kinderen per definitie de verantwoordelijkheid van de ouders is), maar voor het gezag van een oom, waarmee deze niet is belast door de ouders en dat dus volledig uit de lucht komt vallen, bestaat geen enkele rechtvaardiging. Het is een kontraktuele relatie die is vermomd als een natuurlijke relatie, een dictatuur die zelfs niet de verantwoordelijkheid draagt voor het verwekt hebben.''

Zelfs bij deze revolutionaire schrijvers kwam het toen niet op dat deze beschrijving ook probleemloos op biologiese ouders zou kunnen passen. Namelijk zodra die ouders ook niet langer de verantwoordelijkheid voor het verwekt hebben zouden voelen.

Dat is precies wat in Nobody Knows gebeurt. De kinderen zijn van verschillende vaders en als de situatie nijpend wordt, gaat Akira een aantal van zijn moeders minnaars langs om geld te lenen. De eerste wil weten of het jongste dochtertje, Yuki, op hem lijkt. Jazeker, zegt Akira gretig en verdient zo 5.000 yen. De tweede zegt dat hij zelf helemaal geen geld heeft en leent wat muntstukken van Akira voor de snoepautomaat. ,,Ik weet zeker dat Yuki niet van mij is'', zegt hij nog. ,,Ik droeg altijd een condoom als ik met je moeder vrijde.'' Zo begrijpen we hoe de relaties tussen de moeder, haar minnaars en hun kinderen is. De moeder chanteert haar minnaars met haar kinderen door in het midden te laten van wie ze zijn.

Wat moeder en minnaars bindt is geen band van liefde, maar een band van wederzijds welbegrepen eigenbelang. En de kinderen spelen geen rol van betekenis, behalve dan als toeleveranciers van echte liefde, want dat is het schrijnende. Zo nonchalant als de ouders met hun kinderen omgaan, zo vanzelfsprekend haken de kinderen naar de liefde van hun ouders. Een berekenende volwassene zou zich nooit zo laten behandelen als Akira en zijn broertjes en zusjes, die zou allang reële tegenprestaties eisen. Dat is ook wat de neefjes en nichtjes in Duckstad doen: alles voor een beloning.

Echte kinderen hunkeren als dieren. Zij hébben niks anders te bieden dan liefde. En hun moeders slobberen die liefde op als vampiers.

Deur op slot

Dat is het sneue, dat in de meeste van die films de moeder de boosdoener is. Alleen omdat zij de laatste is die de kinderen in de steek laat, die het licht uitdraait en de deur op slot doet voor ze de straat opgaat. Daarbij moet worden gezegd dat in Nobody Knows de toon niet veroordelend is, niet sensationeel. Het gaat om het verloop van de tijd, om een paar vaste bakens in de absurde wereld die de moeder creëert om haar eigen behoeften optimaal te vervullen. In die wereld vieren de kinderen geen feestje, zoals die in Demi-tarif dat doen, maar leven zo precies mogelijk als zij denken dat hun moeder van hen verwacht. Zij accepteren de werkelijkheid zoals die zich aan hen voordoet. Dus blijven ze maandenlang binnen, op Akira na die de boodschappen doet. Dus blijven ze de was doen, zelfs als het water thuis is afgesloten en zij moeten pompen op het plein.

Die enorme loyaliteit, aan elkaar en aan het idee dat ze een moeder hebben, is het ware thema van Hirokazu's film, niet de verwaarlozing en de verstoting.

In die zin ligt Nobody Knows toch nog dicht bij De ballade van de soldaat. Natuurlijk zal soldaat Aljosha ook naar zijn vader hebben verlangd (hoewel: lééfde die nog wel?), maar om de diepste emotie van gemiste liefde te bereiken, plaatste regisseur Tsjoechrai toch liever de moeder in de oneindige korenvelden.

Is het niet oneerlijk, om de vaders buiten schot te laten? Dat ze de dans ontspringen, enkel en alleen doordat zij zichzelf al vóór de geboorte van de kinderen hebben onttrokken aan de verantwoordelijkheid voor hun nageslacht en dus geen rol spelen bij de opvoeding waar deze films over gaan? Misschien wel, maar dan moeten de moeders die ernaar kijken zich maar troosten met de gedachte dat de liefde van de kinderen voor hun moeder onvoorwaardelijk is. Dat die niet overgaat zodra ze de deur achter zich dichttrekt. Dat die nooit overgaat.