Het beeld

,,Maak ons geil!'' riep Paul de Leeuw door de telefoon. Wegens een skiblessure kon hij niet persoonlijk aanwezig zijn als jurylid van de eerste voorronde van het Nationale Songfestival. Er prijkte nu een ingelijste foto naast zijn collega's Esther Hart en Cornald Maas. Een dame uit het publiek zette er een waxinelichtje voor.

De aansporing van De Leeuw aan de deelnemers om ons een beetje meer op te winden was begrijpelijk. Niet alleen de muzikale prestaties stelden teleur. Ondanks het geflonker en geschitter van japonnetjes en andere modieuze creaties sloeg er nauwelijks een vonk over en zou je inderdaad iets meer verleidingskunst wensen.

Net als vorig jaar gedraagt de jury zich een beetje alsof het om Idols gaat. Harde kritiek wordt afgewisseld met plichtmatige loftuitingen, over een stevige uitstraling en een mooie stem. Jammer alleen dat het het weer net niet is, komt vervolgens de klap na.

Als ik het goed begrepen heb, mogen in elke voorronde drie van de zes liedjes door naar de finale, twee aangewezen door het publiek en een door de jury. Om onnaspeurbare redenen werden wel de drie geselecteerde liedjes bekendgemaakt, maar niet wat daarbij de rol van de jury was geweest.

Songfestivalliefhebbers weten dat het nooit alleen om de kwaliteit van een liedje gaat, maar vooral om de aantrekkelijkheid of overtuigingskracht van de vertolkers. Daar wordt dan ook meer over gezeverd dan over de liedjes.

In dit domein is het ondenkbaar dat iemand met een wonderlijk uiterlijk of een gehandicapte op prachtige, perfecte manier een liedje vertolkt. In PaPaul, wegens voornoemde blessure bestaand uit herhalingen van eerder op internet vertoonde fragmenten, gebeurde zo'n wonder. Ene Alet, met een muisachtig en zwakbegaafd voorkomen, zong Conny van den Bos' klassieker 't Is genoeg! zoals ik het nooit eerder heb gehoord, intens, briljant en doorleefd.

De spanning tussen uiterlijk en muziek werkte weer niet bij de bebrilde muizen in het gospelkoor Elvis, die in Vara Live onder leiding van een dominee uit Monnickendam los gingen. Hier leek de uiterlijke kloof tussen gekwezel en swing zo groot dat het weinig meer met elkaar te maken had.

Wat me pas echt opwindt zijn zingende vrouwen in uniform. Zo'n inauguratie van een conservatieve president van de Verenigde Staten is dan ook soms een guilty pleasure. Nadat de tirannie verbaal is verdreven, en zevenentwintig keer het woord freedom en vijftien keer liberty is uitgesproken (Charles Groenhuijsen heeft het geteld), mochten we naar muziek luisteren. Triomfantelijk schetterende trompetten, roffelende pauken en een koor, waarvan de pathetisch aangezette vrouwenstemmen in de ijle wintermiddag wegvlieden: om onduidelijke redenen krijg ik daar prettige kriebels van. Het zal wel de over de kokette coiffures geschikte marinepet zijn.

Nog een bekentenis: ik ben geen familie van Germaine C. en woon evenmin in Amsterdam-Oost. Veel mensen hadden uit mijn stukje van woensdag, waarin ik me in de situatie van haar bedreigde familie probeerde te verplaatsen, anders begrepen.