Haddock kon niet klimmen

Sinds Kuifje in 1929 zijn eerste reis naar de Sovjet-Unie maakte zijn talloze kinderen opgegroeid met de avonturen van de jonge energieke reporter. Voor het boek Kuifje in de echte wereld, uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de stripheld, hebben 24 Kuifje-liefhebbers zich verdiept in één aspect van Hergés creatie. Zo verklaart Volkskrant-modejournalist Milou van Rossum Kuifjes plusfour (de drollenvanger) door te vertellen dat dit kledingstuk in 1925 in de mode raakte. Bergbeklimmer Bart Vos signaleert dat kapitein Haddock in Kuifje in Tibet zijn pikhouweel verkeerd vasthoudt, terwijl Kuifje hem als een volleerd alpinist hanteert.

Het zijn wetenswaardigheden waar een Kuifje-liefhebber niet genoeg van kan krijgen. Zoals in de bijdrage van ingenieur Hans P. Noppen, die de maanavonturen van Kuifje aan een kritisch onderzoek onderwierp en ontdekte dat Bobbie in Raket naar de maan (pagina 50 en 51) tegelijkertijd zijn ruimtepak aan het testen is én in een andere ruimte aanzit bij de vergadering met Baxter, de hoofddirecteur van het Centrum voor Kernonderzoek van Sbrodj. Het is een van de weinige missers van de perfectionist Hergé.

In sommige bijdragen wordt getracht algemenere conclusies over de Kuifje-albums te trekken. De rol van Bobbie wordt door Rob van Eijck, leraar geschiedenis, geanalyseerd. Hoe meer leden de Kuifje-familie gaat tellen, hoe minder menselijk Bobbie wordt. Maar ook hier valt het oog op een detail: hoewel in de herinnering Kuifje en Bobbie in de vroege albums onderling konden praten, toont Van Eijck aan dat er maar één plaatje is waaruit dat onomstotelijk blijkt: in Kuifje in Amerika (pagina 9), wanneer Bobbie over zijn knokpartij met bandieten vertelt.

De mooiste bijdrage is die van Joris Verheijen, over Kuifje en het kwaad. Verheijen gaat op zoek naar klassieke thema's als de duivel, en vindt die op meer plaatsen dan verwacht. In De zaak Zonnebloem loopt Mefistofeles met een rode veer op zijn hoed rond in de coulissen, terwijl schurk Rastapopoulos een album later bij een gemaskerd bal dezelfde outfit heeft. Als je dan bedenkt dat de juwelen-aria uit Faust van Gounod komt, en Mefistofeles na de juwelen-aria opkomt, kun je niet meer om de rol van de duivel in Kuifje heen. Prachtig is ook hoe Verheijen met behulp van het omslag van De Blauwe Lotus – Kuifje in een blauwe vaas met een dreigende draak boven zijn hoofd – Hergés westerse interpretatie van de Chinese cultuur aantoont. Draken staan in China namelijk niet voor gevaar, maar voor bescherming. Een betekenisvolle constatering, omdat Hergé zich in De Blauwe Lotus voor het eerst uitgebreid documenteerde, en de juiste betekenis van de draak in China geweten moet hebben.

Jeroen Denters (samenstelling): Kuifje in de echte wereld. Meulenhoff, 223 blz. €15,–

    • Ward Wijndelts