Gevoel voor de muzikale adem

De Italiaanse dirigent Daniele Gatti is een van de officieuze `vaste' gastdirigenten van het Koninklijk Concertgebouworkest. ,,Er werken hier verfijnde musici.''

In het lijstje met dirigenten die regelmatig voor het Concertgebouworkest staan, is Daniele Gatti een opvallende nieuwkomer. Gatti (43), chef-dirigent van het Royal Philharmonic Orchestra en het Teatro Comunale in Bologna, maakte afgelopen voorjaar een ongewoon en zeer succesvol debuut in Amsterdam. Niet met een voorzichtig probeerprogramma, maar meteen met topzwaar operarepertoire van Strauss en Wagner.

Voor Gatti zijn opvallende debuten eerder regel dan uitzondering. Vijftien jaar eerder leidde hij – toen 27 – zijn eerste voorstelling als operadirigent meteen in La Scala in Milaan. Daar ook begon in 1972 zijn liefde voor de muziek. ,,Ik herinner me niets van de muziek die avond, maar alles van de ervaring in zijn geheel'', vertelt Gatti in de lobby van Hotel The Grand in Amsterdam. ,,Ik had wel al jaren pianoles en hield van muziek, maar verder was ik een doodgewone jongen; voetbal was het belangrijkst. Die avond in La Scala veranderde dat. Een jonge Claudio Abbado dirigeerde Rossini's La Cenerentola. Zo'n bak vol musici, de sfeer en de geur van het theater – ik vond alles even fascinerend. Een paar weken later nam mijn vader me mee naar mijn eerste symfonische concert. Daar werd ik zelfs een beetje bang van, omdat het me zo diep schokte. Dit was wat ik ook wilde. Met macht had dat niets te maken, ik was veel te jong en te onnozel om daarbij stil te staan. Nee, het was puur een gevoel, een zekerheid.''

Die zekerheid maakt ook dat Gatti jong begon, en dit jaar al zijn zilveren dirigentenjubileum viert. ,,Al?'', relativeert hij. ,,Ik ben niet jong meer, zo voelt dat niet. Het interesseert me ook niet. Ik heb gewoon altijd willen dirigeren. De piano, de viool en zelfs componeren, wat ik erg graag doe, verbleken bij mijn passie voor het dirigentenvak. Mijn vader heeft me daar ook sterk in gestimuleerd. Toen ik mijn wens eenmaal had uitgesproken, nam hij elke avond een nieuwe plaat mee naar huis. Na het eten luisterden we dan samen naar een symfonie. Mozart, Beethoven, Bruckner. En soms ontdekte hij iets nieuws op de radio. `Van wie is deze geweldige muziek!?' Het bleek Mahler. En dan begonnen we de volgende dag nog bij de Eerste symfonie.''

Grof

Toen in 1994 bekend werd dat het Londense Royal Philharmonic Orchestra de `zittende' chef Vladimir Asjkenazy zou vervangen door de jonge Gatti, had in Nederland nog niemand van hem gehoord. Zijn debuutconcert hier leidde hij pas in 1998, met zijn nieuwe orkest. Het werd een fiasco, door critici unaniem afgewezen als ongenuanceerd en grof. Maar dat gold niet voor zijn eerste optreden met het Koninklijk Concertgebouworkest, en het gaat ook niet op voor Gatti's meest recente cd-opname met wat nog steeds zijn eigen orkest is. Gecontroleerd, zwierig en sterk van opbouw is zijn cd met Tsjaikovski's Vijfde symfonie en Gatti's zelf samengestelde fantasiesuite uit Prokofjevs Romeo en Julia; de dirigent kan de lokroep van het componeren toch niet helemaal weerstaan.

Gatti's laatste concert met het Concertgebouworkest was een wisselend succes. Het Pianoconcert van Schumann met pianist Gianluca Cascioli klonk terloops en verbrokkeld, maar in zijn nogal theatrale uitvoering van Brahms Vierde symfonie presenteerde Gatti opnieuw het gevoel voor spanningsopbouw dat eerder in Wagner en Strauss indruk had gemaakt. Spanning is voor Gatti een sleutelwoord, erkent hij. ,,Zeker in Brahms is het zaak sentimentalisme uit de weg te gaan – daarvoor kiezen al veel te veel dirigenten. Mij gaat het meer om de opbouw van het geheel, de grote spanningsboog, dan om de details. En het belangrijkst is de innerlijke puls van de muziek niet te breken, het gevoel voor de muzikale adem. Maar je moet ook gewoon doen wat er staat. Ik ben het zelden eens met de manier waarop het Allegro energico e passionato wordt gespeeld. Dan merk je toch dat je een Italiaan bent; ik neem die termen volkomen letterlijk.''

Ook in zijn aandacht voor ademende fraseringen is Gatti misschien wel een echte Italiaanse dirigent. ,,Oh, ik geloof zeker dat mijn ervaring in opera – als dirigent en als toeschouwer – mijn eigen benadering van symfonische muziek heeft beïnvloed. Ik hou ervan als een orkest zingt. Figuurlijk, dan. Het gaat er ook om hoé je zingt, hoe je een melodie begint, eindigt en inkleurt. Kies je voor transparantie, of juist meer `dichtheid'? Voor mij als dirigent is een visie op een stuk niet alleen een kwestie van frasering, ritme, tempo, accenten, dynamiek, spanningsopbouw, maar ook van kleur.''

In die context noemt Gatti ook het creëren van `tussenzinnen', waar de spanning even tot rust kan komen, cruciaal. ,,Het is allemaal een kwestie van fantasie'', stelt hij. ,,De componist helpt je daarbij al een eind op weg. Neem het verschil tussen piano en pianissimo. Je kunt zeggen: dat is puur een aanduiding voor de klanksterkte. Maar volgens mij zegt het ook iets over de beoogde sfeer. Ik zie elke partituuraanduiding ook als een indicatie van de componist over hoe zijn muziek is bedoeld. Een symfonie is een verhaal dat je het publiek moet vertellen, niet zomaar een opeenvolging van maten.''

Het Koninklijk Concertgebouworkest werkt graag samen met de breed en extravert dirigerende Gatti. Zo leidt Gatti komende zomer het openluchtconcert en reist hij volgende week met het orkest naar Groningen voor het slotconcert van het Diaghilev-festival in Groningen. Datzelfde concert klinkt komende week ook driemaal in Amsterdam.

Naast de `oude' chef Mariss Jansons vertegenwoordigt Gatti de volgende, jongere generatie dirigenten van wereldtopniveau, met wie het orkest een vaste relatie opbouwt. Volgend seizoen komt Gatti één keer, met de afspraak ook daarna jaarlijks terug te keren voor liefst twee programma's met een accent op Duits en Russisch repertoire en de twintigste eeuw.

Klik

Gatti: ,,Mijn kennismaking met het Concertgebouworkest was meteen een sterke muzikale ervaring. Er werken hier verfijnde musici. Daar houd ik van, want dan is dit werk ook voor mij verrijkend. Ik had ook absoluut niet het gevoel dat zij de kat uit de boom keken toen ik voor het eerst met ze aan het werk ging. Ons beroep is wat dat betreft raar – alles is terug te voeren op een uiterst grillige chemie. Een groot dirigent kan een groot probleem hebben met een evenzeer groot orkest, en dat ligt dan aan niemands inzet of kwaliteit, maar puur aan het ontbreken van `de klik'. Het is als een afspraakje met een meisje dat bloedmooi is en ontzettend aardig en .... op de terugweg naar huis denk je toch alweer aan iets of iemand anders.

,,Met het Concertgebouworkest ervoer ik dat ze meteen zeer sensitief op me reageerden. Tijdens het concert was er daardoor precies de juiste mix van spanning en devotie.''

`Typisch Italiaans'

Na Brahms leidt Gatti het orkest deze week in werken van Ravel, Prokofjev en Stravinsky – een voor zijn verdere output weinig typerend programma. ,,Ongeveer zeventig procent van de muziek die ik dirigeer is Duits'', erkent hij. ,,Dat betekent niet dat ik van niet-Duitse muziek niet houd, want het gaat me vooral om de combinatie van stukken. Maar bij de Duitse muziek ligt wel mijn hart. Voor Italiaanse dirigenten is die voorkeur typisch, traditie bijna. Toscanini was in zijn tijd een van de interessantste dirigenten van het Duitse repertoire, maar ook Victor de Sabata dirigeerde veel en graag Brahms en Strauss, en dan hebben we het nog niet eens over Giulini en Abbado. Maar ik laat het aan anderen om te beoordelen of ik ook verder `een typisch Italiaanse musicus' ben. Ik hoop het natuurlijk wel. Ik ben trots op mijn achtergrond, op mijn naam. Maar labels wijs ik af. Ik ben eerst en vooral dirigent.''

Gatti verdeelt zijn tijd tussen gastdirecties als die in Amsterdam en zijn twee eigen thuisbases, het Royal Philharmonic in Londen en het Teatro Comunale in Bologna. ,,Want natuurlijk dirigeer ik ook graag opera'', lacht Gatti. ,,Italië is in alle opzichten een echt operaland – daarmee staat onze gebrekkige orkestcultuur in schril contrast. Logisch, want alle grote Italiaanse componisten richtten zich op de opera. Wij Italianen kennen eenvoudigweg geen symfonische traditie. De orkesten in Duitsland zijn honderdvijftig jaar oud, en vergroeid met componisten als Mendelssohn en Wagner. In Italië had je ad hoc samengestelde operaorkesten. Dat was het. En importeren uit het buitenland ging lange tijd ook niet, omdat er geen concertzalen waren.''

De opera in Bologna richt zich nog steeds vooral op het Italiaanse repertoire, vertelt Gatti. ,,Ik werk er nu acht jaar en heb in die tijd ook wel Berg, Wagner en Strauss gedirigeerd, maar van de negen titels per jaar zijn er nog altijd zes Italiaanse opera's.''

De vraag dicteert dus het aanbod, zodat Gatti – nu zijn orkest meer een eenheid is geworden – wat minder aanwezig is. Daardoor houdt hij tijd over voor jaarlijks één productie bij de Wiener Staatsoper.

,,Het wordt moeilijker en moeilijker mijn agenda kloppend te maken'', zucht hij, nadat zijn mobiele telefoon voor de vijfde maal heeft gerinkeld. ,,Je moet keuzes durven maken, maar dat valt niet mee. Ter illustratie: in Europa leid ik naast mijn eigen orkesten nu alleen nog het Concertgebouworkest, de Münchener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden en de Wiener Philharmoniker. Je moet ook tijd overhouden voor thuis, en voor studie.''

Op zichzelf is Gatti tevreden over de manier waarop zijn dagen zich nu vullen, zegt hij. ,,Ik leid het Royal Philharmonic nu acht jaar. Het is een orkest dat goed verkoopt, en veel reist. Dat was ontzettend goed om de combinatie van mijn naam met het orkest te bestendigen. Financieel was het soms moeilijk, maar de laatste drie jaar is die situatie stabiel. Ik voel me er thuis en ik kan er doen wat ik wil – mits het verkoopt, want dat is in Londen wel een must. En verder kijk ik dus niet. Als dirigent ben ik er alleen op gericht om goede muziek te kunnen maken, en het Royal Philharmonic speelt op dit moment bepaald fantastisch. Maar als ik morgen door een orkest van nog hoger niveau word gebeld om chef te worden, zal ik daar zeker over nadenken. Ik laat alle deuren openstaan.''

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti. Concerten op 26, 27, 28/1 in het Concertgebouw, Amsterdam. Aanvang: 20.15u. 30/1 Martiniplaza, Groningen. Aanvang: 16 uur. Inl. www.concertgebouworkest.nl

    • Mischa Spel