Rice geeft `fouten' toe bij Irakbeleid

Op de tweede dag van een hoorzitting van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken erkende Condoleezza Rice gisteren dat er ,,foute beslissingen'' zijn gemaakt inzake Irak. De commissie stemde in met de voordracht van Rice als minister voor Buitenlandse Zaken.

De kandidaatminister gaf toe op de eerste dag van de zitting, dinsdag, de situatie in Irak te rooskleurig te hebben voorgesteld, met name als als het ging over de wederopbouw: ,,We hadden niet de juiste middelen, de juiste kwaliteiten om met een wederopbouw van deze grootte om te gaan'', aldus Rice.

Gevraagd naar de massavernietigingswapens die niet in Irak aanwezig bleken te zijn – zoals de Amerikaanse wapeninspecteur vorige week concludeerde – zei de Nationale Veiligheidsadviseur van het eerste kabinet-Bush dat Saddam Hussein steeds weigerde volledige openheid van zaken te geven: ,,We geloofden, net zoals de meeste inlichtingendiensten in de wereld, zoals de Verenigde Naties – en de meeste informatie kwam van de VN – dat hij massavernietigingswapens had.''

De benoeming van Rice tot minister van Buitenlandse Zaken zal waarschijnlijk vandaag worden bekrachtigd door de voltallige Senaat. De Senaatscommissie stemde bijna volledig in met de voordracht van Bush, alleen senator en ex-presidentskandidaat John Kerry en de eveneens Democratische senator Barbara Boxer, die Rice er eergisteren van beschuldigde bewust misleidende verklaringen over de noodzaak van een oorlog te hebben gegeven, stemden tegen.

Andere Democratie uitten wel kritiek dat Rice in de ruim tien uur durende hoorzitting ontwijkende antwoorden gaf en met zichtbare tegenzin kritiek gaf op de eerste termijn van de regering-Bush.

Vlak voor de stemming nam Rice's voorganger Colin Powell afscheid van het ministerie. Hij prees zijn ambtenaren als ,,fantastische patriotten'' en noemde hen ,,mijn troepen''. Zijn opvolgster noemde Powell een ,,leidersfiguur'.