Het gelijk van Blair in Irak opnieuw onder druk

Premier Blair heeft de mishandeling van Iraakse gevangenen door Britse militairen scherp veroordeeld. Maar `Irak' blijft zijn achilleshiel.

,,Schokkend en weerzinwekkend'' noemde de Britse premier, Tony Blair, de foto's van door Britse militairen mishandelde Iraakse gevangenen gisteren tijdens het parlementaire vragenuurtje. Zelfs de meest fervente tegenstanders van Blairs Irak-beleid – van wie er zowel buiten als binnen zijn eigen partij velen in het Lagerhuis rondlopen – waren het dit keer met hem eens.

Maar gelukkig, voegde de premier eraan toe, leven wij in een democratie. ,,Het verschil met een dictatuur is niet dat in een democratie geen slechte dingen gebeuren'', zei Blair. Maar dat, als ze gebeuren, de schuldigen worden gestraft. Ook daar waren de meesten in het Lagerhuis het wel mee eens. Je kunt tegen de oorlog zijn, maar `onze militairen' doen in Irak voortreffelijk werk, zei ook de oppositie, en mogen niet afgerekend worden op de misdragingen van de drie militairen die nu terechtstaan voor de Britse krijgsraad in het Duitse Osnabrück. Daar is hun regiment, The Royal Regiment of Fusiliers, gelegerd.

De reacties lijken sterk op die van de Amerikaanse regering en legertop na de mishandelingen van Irakezen in de Abu Ghraib gevangenis bij Bagdad door Amerikaanse militairen: het is slechts een incident. We strijden in Irak voor een goede zaak en ,,er zijn geen woorden voor'' dat die door een enkeling wordt verpest.

Toch is het de vraag of Blair hiermee wegkomt. ,,Ons wordt gevraagd te geloven dat onofficiële marteling hoogst zelden voorkomt'', schrijft commentator Mark Steel in The Independent, een krant die fel tegen Blairs Irak-beleid ageert. Steel kan zich niet voorstellen dat er uitgerekend die ene keer dat Britse militairen zich misdragen foto's zijn gemaakt, die toevallig aan de politie zijn doorgegeven door alerte medewerkers van een ontwikkelcentrale. In het hoofdredactioneel commentaar schrijft The Guardian dat de zaak laat zien ,,hoe kwetsbaar Tony Blairs Irak-beleid is''.

In de rechtszaak in Osnabrück moest de legerleiding gisteren erkennen dat ze de greep op de eigen manschappen in die eerste weken na het officiële `einde' van de oorlog dreigde te verliezen. Er heerste complete anarchie, het was snikheet, het leger dreigde de controle te verliezen over kamp Bread Basket, waar lokale bevolking probeerde voedsel te stelen. ,,Toen we eenmaal overgingen van een oorlogssituatie naar een bezetting kregen we signalen dat Irakezen niet behandeld werden zoals het hoorde'', zei luitenant-kolonel Nick Mercer gisteren in de rechtszaak. ,,Alle soldaten moesten van het probleem doordrongen raken. Dat werd de basis voor een dienstbevel met codenaam Frago 152, waarin we de commandanten eraan herinnerden dat gevangenen niet mishandeld mogen worden.''

Daarmee lijkt de kwestie, in tegenstelling tot het Abu Ghraib-schandaal, zich niet direct uit te strekken tot de politiek. In de zaak rondom de Abu Ghraib wordt de Amerikaanse regering ervan beschuldigd het geweld tegen de gevangenen te hebben uitgelokt, of zelfs te hebben geëntameerd – alleen al door schimmig te doen over de Conventies van Genève over het oorlogsrecht. Daaraan heeft Blair zich nooit schuldig gemaakt. Al is het na deze foto's voor de premier moeilijker geworden om zich erop te beroepen dat hij het morele gelijk aan zijn zijde heeft.

Dat deze foto-kwestie de premier kan treffen heeft te maken met de weerstand onder de Britse bevolking – lees: Britse kiezers – tegen Blairs Irak-beleid in het algemeen. Met het oog op de naderende parlementsverkiezingen, volgens ingewijden begin mei, heeft Blair er alles aan gedaan om `Irak' buiten beeld te houden. In een toespraak vorige week, die commentatoren bestempelden als het begin van de verkiezingscampagne, viel het woord Irak niet één keer.

Opiniepeilingen wijzen uit dat Blair nog steeds weinig te vrezen heeft van de Conservatieven. De meeste Britten beschouwen de Tories niet als een serieus alternatief voor een Labour-regering. Maar `Irak' is wel de achilleshiel van Tony Blair. Na alle binnenlandse kritiek op zijn besluit om Europa de rug toe te keren en samen met de Amerikanen ten strijde te trekken tegen Saddam, na de zelfmoord van wapenexpert David Kelly die de regering ervan had beschuldigd de waarheid over massavernietigingswapens te hebben verdraaid, na twee rapporten over de manier waarop de regering haar geheime diensten zou hebben beïnvloed, zal Blair zich gisteren zeer ongemakkelijk hebben gevoeld dat hij opnieuw in het Lagerhuis moest uitleggen dat hij ondanks alles gelijk had met de oorlog in Irak.