Wat te doen na een tsunami-alarm?

Een conferentie in het Japanse Kobe over rampenbestrijding staat in het teken van de tsunami van tweede kerstdag. Het probleem is niet een waarschuwingssysteem, maar wat te doen na een waarschuwing.

Het opzetten van een waarschuwingssysteem voor tsunami's in de Indische Oceaan hoeft geen groot probleem te zijn en het hoeft ook niet veel geld te kosten. Binnen een jaar kan het in rudimentaire vorm klaar zijn, aldus Patricio Bernal, secretaris-generaal van de Intergovernmental Oceanographic Commission (IOC). In het Japanse Kobe is gisteren een conferentie begonnen waarin gesproken wordt over het reduceren van de effecten van rampen.

Zo'n eenvoudig systeem zou zijn gebaseerd op meetapparatuur voor het zeeniveau, die al lang in de Indische Oceaan aanwezig is en slechts ,,zou moeten worden opgewaardeerd om ook tsunami's te kunnen waarnemen'', zegt Laura Kong, directeur van het Tsunami informatiecentrum op Hawaii.

De echte problemen beginnen pas als zo'n waarschuwingssysteem eenmaal is geïnstalleerd. ,,Een waarschuwingssysteem'', zegt Bernal, ,,is niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van het nemen van de juiste acties ná het waarnemen van een tsunami''. Oftewel, van de mate waarin een samenleving – individuen en organisaties – zijn voorbereid op een mogelijke ramp.

Op 26 december las Kenji Satake in Japan een uur na de aardbeving voor de Indonesische kust zijn e-mail en ,,wist dat er een gevaar voor een tsunami was'', zo vertelt hij vandaag. Op hetzelfde moment hadden duizenden mensen in Zuidoost-Azië, duizenden kilometers verderop, geen idee van het noodlot dat op hen afkwam. Tsunami-expert Satake kreeg zijn informatie uit Hawaii, waar het centrale informatiepunt is gevestigd van het tsunami-waarschuwingssysteem van de Stille Oceaan. Standaard stuurde het bureau binnen 15 minuten na de aardbeving een bulletin naar de deelnemende landen, waaronder Thailand en Indonesië, met de mededeling dat er geen gevaar was voor een tsunami in de Stille Oceaan. ,,We hadden geen gegevens over waterniveaus in de Indische Oceaan'', zegt Laura Kong.

Gisteravond, de eerste dag van de conferentie, kwam er rond elf uur plots een doordringend alarmsignaal uit de televisie in het hotel. Terwijl de uitzending gewoon doorliep verscheen boven in beeld een knipperende tekst: aardbeving, Oost-Hokkaido, risico voor tsunami. Later werd de sterkte toegevoegd: 6,4 op de schaal van Richter, epicentrum net buiten de kust. Vanmiddag was het raak ten zuiden van Tokio: een aardbeving in zee en een tsunami-waarschuwing voor enkele kleine eilanden in het gebied. De tsunami bleek bij het eiland Miyake uiteindelijk slechts 30 centimeter hoog te zijn en leverde geen schade op.

Aardbevingen hebben met de regelmaat van de klok ergens in Japan plaats, maar bij het voelen van een trilling bestaat er altijd dezelfde onzekerheid: sta ik boven het epicentrum van een kleine beving? Of aan de rand van een grote beving ergens ver weg, bijvoorbeeld onder zee? Letterlijk binnen enkele minuten kan een Japanner hiervan op de hoogte zijn.

,,Japan heeft waarschijnlijk het beste systeem om de bevolking in te lichten'', zegt Laura Kong. Het resultaat van dergelijke voorbereiding is, aldus Kong, dat bij een tsunami in Noord-Japan in 1993 slechts 15 procent van de bevolking in het getroffen gebied omkwam, terwijl vijf jaar later in Papua Nieuw Guinea 75 procent het leven liet. Papua Nieuw Guinea is geen lid van het waarschuwingsstelsel in de Stille Oceaan.

Verschillende sprekers hamerden er vandaag tijdens een speciale sessie over de Indische Oceaan dan ook op dat het niet alleen om meetapparatuur gaat. Voor een functionerend waarschuwingssysteem moet ,,de organisatie op lokaal, regionaal en mondiaal niveau goed zijn én moeten de verbindingen tussen al deze lagen goed functioneren'', zegt Geoff Love, hoofd van het Australische meteorologische instituut. ,,Nu is er een grote aandacht voor tsunami's'', zegt Love, ,,maar de inspanning moet jarenlang door blijven gaan want tsunami's hebben slechts zelden plaats.''

Kort na de ramp van 26 december zijn er voorstellen gekomen voor een waarschuwingssysteem in de getroffen regio. Zo kwam de Duitse minister van Onderwijs en Wetenschap, Edelgard Bulmahn, gisteren met een voorstel voor de technische kant van een stelsel in de Indische Oceaan. Dat zou slechts enkele tientallen miljoenen euro's hoeven te kosten, die Duitsland wil betalen. Onduidelijk bleef tot nu toe echter hoe dat institutioneel moet worden ingebed.

Vandaag leek de UNESCO, de organisatie voor cultuur en wetenschap van de Verenigde Naties, het voortouw te nemen. Koichi Matsuura, directeur-generaal van de UNESCO, riep vanmorgen op tot het opzetten van een mondiaal waarschuwingssysteem, dat kan worden ingebed in het Global Earth Observation System of Systems (GEOSS) waar sinds 2002 aan wordt gewerkt.

,,Er is coördinatie'', zegt Bernal, hoofd van de genoemde oceanencommissie (IOC) vandaag. Het IOC valt onder UNESCO en overziet ook het waarschuwingssysteem in de Stille Oceaan. Op 3 maart zal het IOC de kwestie verder oppakken tijdens een vierdaagse specialistenbijeenkomst in Parijs.

    • Hans van der Lugt