Schröder krijgt nul op rekest met Groeipact

De Europese ministers van Financiën zijn elkaar dichter genaderd over hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact voor de euro. Voor radicale suggesties van de Duitse bondskanselier Schröder om het pact af te zwakken bleek geen steun.

Volgens minister Zalm was er ,,extreem weinig enthousiasme'' voor de ideeën die Schröder aan de vooravond van de tweedaagse ministersbijeenkomst in de Britse zakenkrant Financial Times publiceerde. Ook de Luxemburgse voorzitter Juncker bevestigde dat. Hij onderstreepte dat geen sprake zal zijn van aantasting van het initiatiefrecht van de Europese Commissie om tekortprocedures met de dreiging van sancties tegen lidstaten te starten. ,,Er zal geen enkele poging zijn om te voorkomen dat de Commissie haar rol speelt.''

Ook mogen volgens Juncker overheidstekorten niet worden opgepoetst door bepaalde uitgavencategoriën als onderwijs, onderzoek, innovatie of defensie, buiten beschouwing te laten. ,,De ministers hebben dit verworpen'', onderstreepte Juncker. Hij nam zo duidelijk afstand van de Schröders ideeën. ,,Schröder heeft niet de leiding van de Europese economie.''

Juncker is ,,redelijk optimistisch'' dat volgens plan in maart een akkoord over hervorming van het pact wordt bereikt. ,,De extreme posities van degenen die een mechanische toepassing van het pact wensen en degenen die een flexibiliteit zonder grenzen willen zijn verlaten.'' De meeste nieuwe lidstaten willen slechts een beperkte aanpassing van het pact. Ook Zalm, die zich tevreden toonde over het debat, staat op dat standpunt.

Belangrijk discussiepunt is nog de excessief tekortprocedure. Volgens de huidige regels kan de Commissie al afzien van zo'n `rode kaart' als het excessieve tekort (hoger dan 3 procent) van tijdelijke aard is, zoals vorig jaar in het geval van Groot-Brittannië. Ook kan de Commissie volgens de huidige pactregels rekening houden met andere `relevante factoren'. De voorstellen van Schröder kwamen neer op een 'catalogus' van criteria, waardoor in de praktijk nauwelijks een tekortprocedure kan worden gestart. De meeste lidstaten willen de uitzonderingsgronden zoveel mogelijk beperken. Minister Zalm noemde structurele hervormingen, die in de toekomst groei opleveren, als grond om lidstaten met een excessief tekort meer respijt te geven.

Volgens minister Zalm is er consensus om bij de doelstelling van budgettair evenwicht op middellange termijn onderscheid te maken tussen landen met een hoge en een lage staatsschuld. Landen met veel schuld zouden altijd een budgetoverschot moeten hebben, terwijl landen met een lage schuld zich een tekort mogen permitteren. Over het direct aanpakken van schulden, waartegen Italië zich verzet, bestaat nog onduidelijkheid.

Verder zijn ministers het eens over verbetering van de preventieve werking van het pact: meer sparen in goede tijden. Onduidelijk is nog of de Commissie hiervoor het instrument van de waarschuwing (`gele kaart') krijgt. De ministers hebben ook de `exceptionele omstandigheden' gepreciseerd, waarbij een land tijdelijk een tekort boven 3 procent mag hebben. Volgens de huidige regels is dat alleen toegestaan bij negatieve groei van tenminste 0,75 procent.