Onvoorziene omstandigheden

Toen president Bush vier jaar geleden aan zijn eerste ambtstermijn begon, waande het Westen zich in een wereld van voorspoed en vrede. De overspannen verwachtingen van de Nieuwe Economie waren gecorrigeerd en internationaal terrorisme was misschien een zorg van de best ingelichte voorhoede van een geheime dienst maar verder van niemand. De nieuwe president leek te kunnen kiezen. Moest de natie deel blijven uitmaken van het web der internationale bondgenootschappen, instituten en verdragen dat sinds de Tweede Wereldoorlog was gegroeid? Of had Amerika bij gebrek aan een grote vijand daaraan geen behoefte meer en zou het voortaan zoveel en zo direct mogelijk alleen de nationale belangen beschermen?

Bush koos voor de laatste mogelijkheid, het unilateralisme. Amerika trok zich terug uit het klimaatverdrag van Kyoto en het Internationaal Strafhof. In het bijzonder de verhoudingen met de Europese bondgenoten werden op een laag pitje gezet. De inmiddels geïdentificeerde As van het Kwaad – Iran, Irak en Noord Korea – zou bestreden worden met bondgenootschappen van een doelmatige keuze, min of meer ad hoc. In Europa werd dit alles met scepticisme begroet. De geestdrift van de nieuwe president voor de doodstraf, zijn christelijke opvattingen over normen en waarden waren de Europeanen vreemd. Maar ook hier had men andere punten die hoger op de agenda stonden.

Na de aanval van 11 september 2001 is een paar maanden de indruk gewekt dat dit unilateralisme voorbij was. Europese steun voor de oorlog in Afghanistan werd door Washington minzaam aanvaard. Maar in de voorbereidingen tot de aanval op Irak is het wantrouwen op volle kracht teruggekeerd. De Amerikaanse regering heeft alle argumenten, voorwendsels, bewuste of onbewuste misleidingen gebruikt om de oorlog te beginnen en beriep zich daarbij op een wijder strekkend politiek concept met een tweeledige inhoud. Het Irak van na Saddam Hussein zou worden hervormd tot een welvarende democratie die het voorbeeld, het begin moest zijn voor de reconstructie van het hele Midden- Oosten; en alleen de Amerikanen waren daartoe in staat, omdat alleen zij de kracht hadden en de daarbij horende overtuiging om deze opgave tot een goed einde te brengen.

Vier jaar nadat president Bush aan zijn eerste ambtstermijn begon, is de wereld grimmiger geworden. En daarin is Amerika niet meer de hypermacht die vrij leek te zijn in het kiezen van een principe, een fundament voor zijn buitenlandse politiek. Dat heeft een aantal oorzaken. Daar is de snelle opkomst van China en India als postindustriële mogendheden. Een jaar of vijftien geleden werd Japan als zodanig ontdekt. De aandacht van de buitenlandse politiek, werd toen gezegd, zou zich steeds meer op Azië moeten richten. Een hype was het niet, maar wel een ontdekking waarvan de gevolgen toen overdreven werden. Intussen is de betekenis van deze Aziatische landen onmetelijk veel groter geworden. Een nieuwe Amerikaanse zorg is de export van arbeid naar deze gebieden. Washington wordt gedwongen zijn aandacht verder te verleggen.

De groei van de Europese eenheid heeft op het ogenblik nauwelijks militaire betekenis, zeker in het Amerikaanse wereldconcept. Maar met de recente uitbreidingen begint Europa weer een geopolitieke factor te worden. En op technisch en economisch gebied wordt het in sommige opzichten tot een gevaarlijke concurrent. De onthulling van de Airbus A380, het grootste passagiersvliegtuig ter wereld, is meer dan de bijna voltooiing van een technische prestatie (hij moet nog vliegen). Europa beleeft een triomf van samenwerking. Dit vliegtuig kan een symbolische betekenis krijgen. Geen wonder dat de heren Blair, Chirac, Schröder en Zapatero bij de plechtigheid op de voorste rij zaten. Ik vond het jammer dat minister-president Balkenende er niet bij was, want ook de Nederlandse industrie heeft eraan meegedaan.

In het centrum van de grimmige wereld ligt voor president Bush bij het begin van zijn tweede ambtstermijn Irak. Gisteren, twee dagen voor de inauguratie, heeft zijn nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice vragen van Senatoren beantwoord. Het kwam erop neer dat ze zich zou inzetten voor het herstel van beproefde bondgenootschappen. Geen land kon alleen de vrede in de wereld bewerkstelligen. Het kwam op de oorlog in Irak. Ik citeer de International Herald Tribune van vandaag. Op een vraag van de Democraat Joseph Biden verklaarde ze, dat de president bij het begin van de oorlog ,,goed militair advies'' had gekregen. Maar onvoorziene omstandigheden hadden de operatie ,,moeilijker gemaakt dan was voorzien''.

Mevrouw Rice, daar slaat u de spijker op de kop. Die goede adviezen leken naar niets. In Irak is het voortdurend om de `onvoorziene omstandigheden' gegaan, d.w.z de omstandigheden die iedere militair had kunnen incalculeren. En velen, zoals generaal Wesley Clark hebben dat ook gedaan. Het probleem was dat uw president niet wilde luisteren, maar liever de onzin over klaar staande massavernietigingswapens geloofde. U als naaste adviseur was erbij. U hebt ook in al die sprookjes van minister Rumsfeld en onderminister Wolfowitz geloofd. In minder dan twee jaar is van Irak de puinhoop gemaakt waaruit nu door de verkiezingen de democratie moet verrijzen. Denk liever aan de onvoorziene omstandigheden.

Morgen houdt de president zijn inaugurale rede. Daarin zal hij spreken over Amerika's goede bedoelingen en ook over de onvoorziene omstandigheden. Hij zal misschien een groot gebaar maken naar de bondgenoten en vertellen dat hun hulp nodig is. Dat laatste is intussen duidelijk gebleken. Maar de generositeit van het grote gebaar ligt bij de bondgenoten. Voordat het daarvan kan komen, willen ze weten in hoeverre de president nu rekening wil houden met de waarschuwing van anderen voor omstandigheden die buiten zijn blikveld vallen.

    • H.J.A. Hofland