Londen wil af van verdachte moslims

Groot-Brittannië probeert een akkoord te bereiken met enkele Noord-Afrikaanse landen om terrorisme-verdachten uit te zetten naar hun land van herkomst. Het gaat om twaalf gevangenen die al lange tijd zonder proces vastzitten in Britse gevangenissen.

De regering in Londen wil de twaalf uitzetten, op voorwaarde dat ze in hun vaderland niet het risico lopen te worden gemarteld of de doodstraf krijgen. Dit heeft de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Charles Clarke, vandaag gezegd in een interview met de krant The Times. Behalve Clarke is ook Jack Straw, minister van Buitenlandse Zaken, betrokken bij het plan.

Een maand geleden verbood de hoogste Britse rechtsinstantie, de Law Lords, de gevangenhouding voor onbepaalde tijd en zonder vorm van proces. Door de uitspraak kunnen de gevangenen in beroep gaan tegen hun gevangenhouding. Justitie zou dan voor de rechter moeten uitleggen waarvan de gevangenen verdacht worden, de rechter moet vervolgens beoordelen of er voldoende grond is om hen vast te houden.

De verdachten noch hun advocaten mogen het `geheime bewijs' inzien dat justitie tegen de moslimterroristen heeft. Justitie heeft de twaalf een speciale verdediger toegewezen die de bewijzen mag inzien, maar deze mag hierover niet spreken met de verdachten. De mannen vallen onder speciale Britse anti-terreurwetgeving die is aangenomen na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten.

Algemeen wordt aangenomen dat de Britse regering een proces tegen de twaalf – afkomstig uit Algerije, Tunesië, Egypte en Jordanië – wil voorkomen. Maar de regering wil de twaalf moslims niet zomaar uitzetten naar hun landen van herkomst, omdat ze vreest voor vervolging, marteling of de doodstraf voor de twaalf.

De Britse afdeling van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemde de gevangenneming van de verdachten eerder al ,,een Guantánamo Bay in onze achtertuin''.