`In tropen kun je niet Ente zeggen'

Oerwoud, strand en palmen in Oost-Duitsland. Maleisische investeerders willen bewijzen dat je aan tropisch vrijetijdsbesteding geld kunt verdienen.

Van de treinreiziger die aankomt in Brand wordt een koene sprong verwacht. Tussen treindeur en plaveisel gaapt een kloof van anderhalve meter. Het station van Brand, een dorpje in deelstaat Brandenburg, heeft geen verhoogd perron. Wel is er een stationschef die kippen houdt.

Naast de kippen staat een busje klaar. Het pendelt elke twintig minuten tussen het station en de nieuwe grote werkgever: het Tropical Islands Resort. Het is deze vrijdagochtend zwaar bewolkt in de Niederlausitz, de regio tussen Berlijn en Dresden. Ideaal weer voor een tropische verrassing.

De chauffeur manoeuvreert het busje over het spoor en zet koers naar de Tropical Islands Allee. De smalle weg voert door een bos. Rechts staan de resten van kazernes. Links ligt een oude startbaan. Tijdens de Koude Oorlog was Brand een militair vliegveld. Vijftien jaar na de val van de Muur kun je hier de restanten van het Warschaupact nog steeds aanraken.

De laan leidt naar een open vlakte waar de wind om een immense grijze koepelhal fluit. Het vloeroppervlak van de moloch bedraagt 66.000 vierkante meter, ongeveer acht voetbalvelden.

De hal werd gebouwd als hangar voor een te ontwikkelen luchtschip, de Cargolifter. Het was een van de grote industrieprojecten die het economisch zwakke Oost-Duitsland op de been moest helpen. Maar Brandenburg heeft geen geluk met grote projecten. Een chipfabriek in Frankfurt a/d Oder ging failliet nog voordat de fabriek af was. Het luchtschip in Brand bleek een luchtspiegeling te zijn. De zeppelin voor zwaar transport kwam nooit van de grond, de Cargolifter NV ging failliet. Subsidiegever en kleine aandeelhouders hadden het nakijken.

De hal bleef leeg achter. Een industrieel hoogstandje van Duitse investeerders mocht er geen succes worden. Nu is het de beurt aan investeerders uit Maleisië om te bewijzen dat in Brandenburg wel geld verdiend kan worden met vrijetijdsbesteding.

Bondkanselier Helmut Kohl beloofde Oost-Duitsland in de euforie van de Duitse eenwording bloeiende landschappen. Dat werd niets.

Bij binnenkomst in de hal wordt de bezoeker overvallen door vier sensaties. Het is er warm, maar niet vochtig. Het klinkt er naar oerwoud, maar er is geen dier te zien. De hal is immens, maar het stink er niet naar chloor. En – grootste verrassing – de zon laat het afweten.

In het paradijs is het vrij donker. Er komt weinig daglicht binnen en de schijnwerpers kunnen geen oogverblindend zonlicht simuleren. In de komende maanden moet die handicap worden verholpen door de afdekking van de hal aan de zuidkant te vervangen door een folie die zowel licht als UV-stralen doorlaat.

De bezoeker gaat eerst langs een veiligheidscontrole om vervolgens te worden begroet door zacht wiegende Thaise danseressen. In het midden van de hal is een 14 meter hoge berg gebouwd, waarop een tropisch oerwoud is aangelegd met 500 verschillende planten. Het oerwoudgeluid komt uit kleine luidsprekers die als rotsblokken zijn vermomd. De metershoge palmen hebben het moeilijk. Het gebrek aan vocht en licht heeft een zware tol geëist.

Het hoogste punt in het piepjonge regenwoud met de treurpalmen biedt uitzicht op de Südsee: een langgerekt bekken van 4.000 vierkante meter, omzoomd door 800 meter zandstrand met ligbedden (en vloerverwarming). De horizon is een metershoge projectiewand waarop wolkjes en een zon zijn afgebeeld. In het water ligt een groot podium waarop elke avond een musical wordt opgevoerd, dit kwartaal Viva Brasil. Op het strand is het 28 graden. In de Balinese Lagune, aan de noordkant van berg, is het zelfs nog iets warmer.

De Singaporese zakenman Colin Au en de Maleisische investeringsmaatschappij Tanjong hebben tot nu toe 70 miljoen euro geïnvesteerd in Brand. Au was voorheen directeur van de cruisemaatschappij Star Cruises en liet in Duitsland vier schepen bouwen. Tijdens bezoekjes aan de Duitse werf viel hem op hoe slecht het weer was en kreeg hij het idee voor Tropical Islands.

Op deze vrijdagochtend zijn er slechts enkele honderden bezoekers. In de kerstvakantie lag het gemiddelde op 6.000 bezoekers per dag. Eén dag moest men de poorten sluiten omdat de maximale capaciteit van 7.000 bezoekers was bereikt.

Op werkdagen kost een verblijf van vier uur 15 euro voor volwassenen en 1 euro voor elk uur extra. Het paradijs is 24 uur per dag geopend, 's nachts en 's ochtends vroeg liggen de prijzen lager. Nadat een groep jongeren zich in een van de eerste nachten had misdragen, werd de entree voor de nachtelijke uren verhoogd. Vermoeide gasten kunnen een iglo-tentje huren en op het strand slapen. In de toekomst moeten op het voormalige vliegveld hotels verrijzen.

De bezoekers, vooralsnog hoofdzakelijk afkomstig uit Brandenburg, doen wat van hen wordt verwacht. Op de souvenirmarkt, aan de voet van het regenwoud, passen bleke dames met stevige kuiten kleurrijke sarongs voor 14 euro. Een jonge vader stopt de buggy voor de veertien meter hoger Balinese Poort – compleet met drakenkoppen – en grijpt naar zijn digitale camera. Oma's slenteren in badjas langs de orchideeën, jongeren slurpen cocktails aan een bar.

In het Food Court zijn pizza's, hamburgers en Indonesische specialiteiten verkrijgbaar. De meeste bezoekers kiezen behoedzaam voor de bekende maaltijden. Een enkeling waagt zich aan de Aziatische gerechten. De vrouw achter me neemt na ampel overleg met haar man roerbakmie met wokgroenten (hoofdzakelijk wortel en broccoli). Als toetje neemt ze Rote Grütze met vanillesaus: het moet niet te gek worden. Haar man probeert de eend. ,,Een keer duck'', schreeuwt de Duitse serveerster naar de keuken. Zij lacht. Ze moet, zegt ze, er nog steeds aan wennen dat je in de tropen niet Ente kunt zeggen.

Siegfried Diesel uit Rathenow zit met zijn vrouw aan de Lagune. Beiden zijn gepensioneerd en er door de familie op uitgestuurd om de nieuwe attractie te verkennen. Het bevalt goed. Siegfried hoopt dat het project slaagt. In een regio met 25 procent werkloosheid zijn 700 niet-gesubsidieerde arbeidsplaatsen een lichtpuntje, zegt hij. Wel heeft hij iets tegen de naam Tropical Islands Resort. ,,Wij hier in Midden Europa staan met beide benen op de grond. Ik weet wel dat het kapitalisme slogans nodig heeft, maar van mij hadden ze het ook een `overdekt zwemparadijs' mogen noemen.''

    • Michel Kerres