Een studie met perspectieven

Welke studies bieden de meeste kans op een baan? Volgens onderzoeksinstituut ROA gooit het bibliotheekwezen hoge ogen, net als onderwijs en techniek. ,,Al zit er een hoop dynamiek in de arbeidsmarkt.''

Dat zij, Lieke Haverkort, de studie volgt die het meeste perspectief op een baan biedt? Nee, dat wist ze niet. Het doet haar ook weinig, zegt ze via de telefoon. ,,Ik houd mij niet zo bezig met het krijgen van werk'', aldus Haverkort, die vier jaar geleden is begonnen met de hbo-studie `bibliotheek en documentatie' aan de Saxion Hogescholen in Deventer. De keuze voor die opleiding was vooral ingegeven door haar decaan op de middelbare school. ,,Ik vertelde hem dat ik graag een baan wilde waarbij ik wel met andere mensen te maken heb, maar ook weer niet constant. En ik wilde iets zakelijks. Toen kwam hij met deze suggestie'', zegt de 20-jarige studente. Over een maand hoopt ze haar opleiding af te ronden.

Elke twee jaar maakt het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht prognoses voor de arbeidsmarkt. Welke opleidingen bieden een goede garantie op een baan en welke niet? In november verscheen de laatste update, met prognoses tot 2008. Wat betreft de hogere opleidingen (hbo en wo) komt de hbo-studie `bibliotheek en documentatie' als beste uit de bus. Het slechtst in de prognoses scoort de hbo-opleiding `toerisme en recreatie'. De 28-jarige Anna Yuricheva kan het zich wel voorstellen. Ze volgt de studie aan dezelfde hogeschool als Lieke Haverkort, ook in Deventer. ,,Mensen boeken hun vakanties steeds meer via internet, zonder tussenkomst van reisagenten'', zegt Yuricheva, die zes jaar geleden vanuit Rusland naar Nederland is geëmigreerd. ,,Dit jaar zijn er in Nederland vijftig reisbureaus gesloten. Over vijf jaar, zo wordt gezegd, zijn ze allemaal weg.'' Toch ziet de studente wel perspectieven voor zichzelf. Haar opleiding is breed; ze krijgt les in management, marketing, talen, het oprichten van een eigen zaak. Dus kan ze een heleboel kanten op, zegt ze. ,,Ik word heus niet werkloos.'' Bovendien, zo vraagt Yuricheva zich af, hoe betrouwbaar zijn die prognoses eigenlijk?

Frank Cörvers, een van de opstellers van het ROA-rapport, geeft toe dat niet alles te voorspellen is. Het rapport geeft weliswaar een goede indicatie van de te verwachten ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, maar daarin is bijvoorbeeld het effect van de tsunami in Azië niet verwerkt. Beïnvloedt zo'n ramp de vraag naar toeristische reizen of de behoefte aan ontwikkelingswerkers? En zo ja: kloppen de laatste prognoses van het ROA dan nog wel? ,,Er zit een hoop dynamiek in de arbeidsmarkt'', realiseert Cörvers zich.

Het ROA baseert zijn cijfers op gecombineerde gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Plan Bureau (CPB) en het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (OCW). Het CBS levert data over de arbeidsmarkt: hoeveel mensen werken er in een bepaald beroep, hoe is de leeftijdsopbouw, hoeveel mensen zullen dat beroep naar verwachting verlaten omdat ze met pensioen gaan of arbeidsongeschikt raken of kinderen krijgen en hoeveel vervanging is er dan nodig? Van het CPB worden voorspellingen gebruikt over macro-economische ontwikkelingen. Groeit de wereldeconomie, hoe gaat het met Nederland en breiden de verschillende beroepsgroepen zich op basis daarvan uit of krimpen ze juist? De combinatie van de CBS- en CPB-cijfers geeft een indicatie van de te verwachten vraag naar nieuwe werknemers. De cijfers van het ministerie geven een beeld van het aantal studenten binnen de verschillende opleidingen, en het op basis daarvan te verwachten aantal afgestudeerden. Al die cijfers bij elkaar vormen het aanbod. Het ROA berekent hoe het aanbod zich verhoudt tot de vraag.

De prognoses zijn nuttig, vindt Frank Steenkamp, directeur van de organisatie Choice, die onder meer de Keuzegids Hoger Onderwijs uitgeeft. Tot voor kort was dit soort informatie maar voor weinig mensen beschikbaar. Het ROA is tot nu toe de enige die zulke prognoses openbaar maakt, zegt Steenkamp. Bovendien hebben ze een ,,heel behoorlijke'' voorspellende waarde. Hij betwijfelt wel of studenten zich er erg door laten leiden bij hun studiekeuze. ,,Omdat het betrekkelijk nieuw is. Studenten moeten er nog aan wennen'', zegt hij.

Uit de prognoses kan worden afgeleid dat bijna de helft van de afgestudeerde hbo'ers een goed tot zeer goed perspectief heeft op een baan. Voor academici ligt dat percentage op 85 procent – voor mbo'ers is het 29 procent.

Goede vooruitzichten bieden het onderwijs en de gezondheidszorg. Ook de vraag naar technici en natuurwetenschappers blijft groot. Zeker op academisch niveau. Door de pensioengolf komen in deze richtingen veel banen vrij, terwijl het aanbod daarbij achterblijft. De vergrijzing speelt in veel beroepen een rol, bijvoorbeeld in de bibliotheekbranche. Het ROA voorspelt dat er tot 2008 in deze branche 6.000 banen vrijkomen, terwijl er maar 1.600 afstudeerders op de arbeidsmarkt komen.

Voor informatici zijn de perspectieven ook gunstig. Er gaan in die branche weliswaar weinig medewerkers met pensioen – er werken veelal jonge mensen – maar naar verwachting zal de werkgelegenheid de komende jaren sterk groeien. Zeker voor academisch geschoolde informatici is de vraag veel groter dan het aanbod. Voor hbo'ers geldt dat wat minder, maar zijn de kansen op een baan nog steeds goed.

De balans tussen vraag en aanbod ligt ongunstig voor opleidingen als `commerciële economie' (hbo) en `communicatie en journalistiek' (hbo). Ook bedrijfskunde komt matig uit de bus, maar die opleiding heeft wel weer het voordeel dat afgestudeerden makkelijk buiten het studiegebied een baan vinden. Opvallend is de matige score voor academische opleidingen in de categorie `farmacie en medische biologie' – die eindigen op plaats tien op de lijst van studies met het minste perspectief. De zorgbehoefte van de vergrijzende bevolking zal de komende jaren namelijk alleen maar toenemen. ,,Maar die behoefte uit zich vooral in een grotere vraag naar huisartsen, specialisten, verpleegkundigen'', zegt Cörvers van het ROA. ,,En niet in medisch biologen of farmaceuten. Daar zie je juist problemen.'' Zo worden medicijnen vaker via internet of via drogisterijen verkocht, verklaart hij. En medische biologie is de laatste tien jaar zo'n populaire studie geworden, dat er nu meer studenten zijn dan de vraag rechtvaardigt.

Steenkamp van Choice heeft als kanttekening dat de prognoses soms achter de feiten aanlopen. Dit jaar was er bijvoorbeeld een gigantische instroom bij de lerarenopleidingen voor het basisonderwijs. ,,Maar die ontwikkeling zie je pas terug in de volgende prognoses, die over twee jaar verschijnen'', zegt hij. Iets dergelijks geldt voor de bibliotheekbranche. Volgens het ROA biedt deze branche op dit moment de beste uitzichten op een baan. De vraag naar nieuwe medewerkers – veel mensen in de branche staan voor hun pensioen – is veel groter dan het aanbod. Maar inmiddels probeert de Nederlandse Vereniging van Bibliotheken daar iets aan te doen. Ze trekken zij-instromers aan die een versnelde opleiding tot bibliotheekmedewerker volgen. ,,Dat hebben we niet meegenomen in onze laatste prognoses, maar het zou best van invloed kunnen zijn op het arbeidsmarktperspectief'', geeft Cörvers toe.

Steenkamp pleit ervoor dat het ROA zijn rapport elk jaar gaat uitgeven, in plaats van eens in de twee jaar. Ook zou hij wat meer differentiatie in de studies willen zien. ,,Ik heb biologie gestudeerd en ik weet dat mijn perspectieven op de arbeidsmarkt heel anders liggen dan die van een wiskundige. Maar het ROA heeft het over de natuurwetenschappen als geheel.''

Lieke Haverkort zeggen de cijfers weinig. Dat voor haar de banen waarschijnlijk voor het oprapen liggen, vindt ze fijn om te weten. Maar ze houdt zich er – een maand voor haar afstuderen – nog niet zo mee bezig en betwijfelt of ze nu al een baan moet gaan zoeken. ,,Ik ben pas 20.'' Misschien dat ze eerst nog verder studeert. Wat precies, weet ze nog niet. ,,Iets met informatie'', zegt ze. En als ze straks toch aan het werk gaat, dan het liefst bij een bibliotheek of een andere overheidsinstantie. In elk geval niet bij een groot bedrijf. ,,Dat is te onpersoonlijk.''

Anna Yuricheva heeft haar pad al uitgestippeld. Ze klinkt vol vertrouwen, ook al zijn de vooruitzichten in de toerismebranche slecht. Eerst wil ze voor een grote reisorganisatie gaan werken. Oad, of Arke. ,,Die zijn erg goed in het ontwikkelen en organiseren van reizen naar Oost-Europa.'' Na een jaar of twee voor zo'n organisatie te hebben gewerkt, wil ze haar eigen bedrijf opzetten. Haar grootste wens: zelf reizen samenstellen en verkopen naar haar geboorteland Rusland. Vliegreizen, eventueel gecombineerd met de trein. Geen bus, want ,,dat heeft geen toekomst meer''. Yuricheva wil iets nieuws brengen, ze vindt het huidige reisaanbod naar Rusland achterhaald. ,,Een bezoekje aan Moskou, het Kremlin en eventueel nog St. Petersburg. Van het echte Rusland zie je niets.'' Als het aan haar ligt, maken buitenlanders ook kennis met de bevolking van het Russische platteland en Siberië. ,,Daar is nu al vraag naar – en die vraag zal alleen maar toenemen. Ik weet het zeker.''