Een jaar geleden

Vandaag is het precies een jaar geleden dat zijn vrouw overleed. En nu zeggen de mensen: `Waarom ga je niet naar een dansavond voor alleenstaanden?'

Hij komt binnen en zit nog niet op zijn stoel of hij zegt. ,,Vandaag is het een jaar geleden.''

Ik weet dat hij de dood van zijn vrouw bedoelt.

,,Koffie?'' vraag ik.

Hij knikt. Is met zijn gedachten elders. Dan begint hij, met zijn handen om het kopje koffie, te praten en houdt niet meer op.

,,Een longontsteking, zei de dokter en wij dachten, gelukkig maar 'n longontsteking.

Maar toen ze alsmaar bleven onderzoeken, voelden we wel nattigheid. Uiteindelijk bleek het de meest agressieve vorm van longkanker en ze konden er niks meer aan doen. Nou, dan schrik je wel even.

Haar vijftigste verjaardag hebben we nog gevierd. Ze heeft gewacht tot ons kleinkind geboren werd. Dat was mooi. Heel mooi. Hoe ze dat hoopje leven vast hield. Dat vergeet je niet meer. Alle kinderen waren thuis. Nadat ze weg waren hebben wij samen nog gepraat. Dat was goed. Daarna gingen we slapen.

Ik werd wakker. Ik sliep ook beneden. Ze lag met haar hoofd achterover naar adem te snakken. Ze had het zuurstofmasker netjes opgerold en naast haar bed gelegd. Wat moest ik doen? Zo laten, of de dokter bellen? Ik heb de zuurstof weer aangezet en de dokter gebeld.

De dokter zei wel eens: `Je kunt me altijd bellen.' Ik zei dan: `Waarom? We redden ons zo ook wel. Met de kinderen en vrienden.'

De dokter was er in vijf minuten. `Je moet de kinderen halen', zei hij.

Mijn vrouw schudde `nee'. Ze was nog goed bij. Alle kinderen waren die avond al geweest. Haar kleinkind was geboren en ze had de zuurstof afgedaan. Het was genoeg geweest.

De laatste tijd kwam de dokter soms wel drie keer per dag. Uit zichzelf.

Ze kon 's nachts niet slapen. Ze heeft maandenlang niet geslapen. Dan vroeg ze: `Doe het gordijn eens open?'

`Het is nog hartstikke donker', zei ik, maar ik ging er dan toch uit en deed het gordijn open. Dat ze de straatlantaarn kon zien.

Ik vroeg 't nog een keer. `Laat ze nou komen, want straks zitten ze ermee. Dan is het te laat. Dan blijven ze daar last van houden.' Maar ze wilde het niet. Ze had iedereen al gezien.

De dokter stelde voor haar morfine te geven. Ik zeg: `Nee dokter, geen morfine. Dan krijgt ze weer hoop en is de klap straks veel te hard. Dan ziet ze het weer zitten en valt ze weer in een gat. Dat wil ik haar niet meer aandoen.'

`Je moet volgens je gevoel handelen', zei de dokter.

Ik wilde er niet meer aan.

Ze lag op het laatst zo half weggezakt in bed. De kinderen wilde haar dan goedleggen. `Niet doen', zei ik. `Zo is ze zelf gaan liggen. Als je haar verlegt, ligt ze misschien ongemakkelijk.'

Toen de dokter weg was ben ik naast haar bed gaan zitten. Ik heb haar hand vastgehouden en haar wat gestreeld en gezegd: `Ga nou maar. Het is goed geweest. Je hebt het lang genoeg volgehouden. Je hebt genoeg geleden en ik kan er ook niet tegen als het zo doorgaat.'

Haar hoofd viel achterover, ze snikte en ze was dood. Er kwam een traan uit haar oog. Ik heb de dokter weer gebeld. Die was er meteen. Het werd al licht.

De dagen daarna, toen ze opgebaard lag, werd ze elke dag mooier.

Met vrienden hebben we de uitvaartdienst helemaal voorbereid.

Nu zijn we een jaar verder en zeggen de mensen: `Waarom ga je niet naar een dansavond voor alleenstaanden?' Maar dat werkt zo niet. Daar kun je niet naar op zoek gaan. Als dat zo moet zijn, dan kom ik dat wel tegen.

Met de mensen kun je wel praten over voetbal, maar niet over de dood.

Ja, vandaag is het precies een jaar geleden. Mijn kleindochter is gister één jaar geworden. Kom ik stap maar weer eens op.''

    • Mark van Roosmalen