De echte Bush moet nu opstaan

President Bush, die morgen wordt geïnaugureerd, zal in zijn tweede termijn de zwartste beslissing moeten verwerken waarvoor een president kan komen te staan, meent David Ignatius: wat te doen als een oorlog misgaat?

Wie kijkt naar de tv-beelden van de eerste inauguratie van George Bush, ziet hoe nerveus hij was – zijn lichaam was gespannen, zijn ogen schoten heen en weer. Zijn pak leek een halve maat te groot voor hem en hij bekende een televisie-interviewer dat hij bang was geweest te gaan huilen toen hij zijn vader op het podium zag.

Die George Bush bestaat niet meer. Hij groeide in zijn baan en ook persoonlijk na 11 september 2001. We mogen onze twijfel hebben over veel van zijn besluiten en over zijn regeerstijl, maar we moeten erkennen dat hij tot een politiek leider is uitgegroeid. Ditmaal past het pak en is de stem vast – de man is geheel gevormd. Toch blijft het verhaal onvolledig.

De tweede termijn van Bush zal leren wat voor hij president hij werkelijk is – deze man wiens karakter zowel helder als ondoorzichtig is. Ondanks zijn zonnige vertrouwen in de vrijheid en zijn wilskrachtige vastberadenheid staat hij aan de rand van iets wat steeds meer begint te lijken op een mislukking van de Amerikaanse buitenlandse politiek in Irak. Niemand kan de toekomst van Irak op lange termijn voorspellen, maar tijdens de tweede termijn van Bush zal dit verhaal waarschijnlijk geen happy ending krijgen.

Iets in Bush verzet zich tegen het tragische besef waarvan andere presidenten op dergelijke momenten blijk gaven. Aan de vooravond van zijn tweede inauguratie in 1917 had Woodrow Wilson – één van Bush' weinige gelijken in zijn idealisme omtrent de Amerikaanse waarden – een sterk voorgevoel over de deelname van Amerika aan de Eerste Wereldoorlog die, naar hij wist, inmiddels vrijwel onvermijdelijk was. De historicus Gary C. Woodward schrijft dat Wilson ,,betwijfelde of de Amerikaanse grondwet een grote oorlog wel zou overleven''.

Ook Lyndon B. Johnson werd bij zijn inauguratie in januari 1965 geplaagd – door de groeiende betrokkenheid van Amerika in Vietnam, een oorlog die naar hij vermoedde slecht zou aflopen maar waaraan hij toch niet kon ontkomen. Michael Beschloss verzamelde Johnsons telefoongesprekken en daaruit stamt deze griezelige opmerking tegen zijn minister van Defensie Robert McNamara, een maand na zijn triomfantelijke inauguratie: ,,Niets is denk ik zo erg als verliezen, en ik zie niet hoe we zouden moeten winnen.''

Zelfs de vader van Bush had dat tragische fatalisme over de oorlog. In een bundeling van zijn persoonlijke brieven staat een aantekening voor zijn kinderen van 31 december 1990 over de Golfoorlog tegen Irak, toen nog maar enkele maanden verwijderd. ,,Als vader wil ik jullie denk ik voorhouden: `Elk mensenleven is kostbaar.' Als de vraag wordt gesteld: `Hoeveel levens bent u bereid op te offeren?' – vind ik dat hartverscheurend. Het antwoord is natuurlijk geen - niet één.''

De kracht van Bush, en de reden van zijn herverkiezing, is misschien juist wel dat hij niet het soort gecompliceerde tobber is waar tragedies het van moeten hebben. Het directe van zijn karakter is niet gespeeld – what-you-see-is-what-you-get.

Het wezen van Bush wordt geschetst door Joseph Ward, een jaargenoot van Yale en medelid van het dispuut `Delta Kappa Epsilon'. ,,Ik herinner hem als iemand die zich thuis voelde in de groep – hij probeerde niet belangrijk te zijn, hij probeerde niet bijzonder te zijn. Daarom mochten mensen hem.'' Bush had dezelfde eigenwijsheid en koppigheid als nu en werd om dezelfde redenen uitgelachen – omdat hij niet slim genoeg was, of omdat hij zich voordeed als een good ol' boy uit het Zuiden, ,,maar dat leek hem allemaal niets te doen'', herinnert Ward zich.

In zijn tweede termijn zal het verhaal van Bush zich verdiepen. De beminnelijke optimist zal de zwartste beslissing moeten verwerken waarvoor een president kan komen te staan – wat te doen als een oorlog misgaat. Zal hij op den duur geen kant meer op kunnen, zoals LBJ? Zal hij geluk hebben en er toch nog met beperkte schade weten af te komen? Zal hij zich nog vier jaar schrap zetten voor ,,een lang en zwaar karwei'', zoals zijn minister van Defensie het terecht heeft genoemd? Wat hij ook beslist, het zal bepalend zijn voor zijn presidentschap.

Dit is de derde kans van Bush om een president te worden die een verscheurd land verenigt. De eerste kans was vier jaar geleden, toen een verdeeld Amerika leek te verlangen naar de Bush van de campagne van 2000, de `menslievende conservatief' die zou regeren vanuit het midden. Die kans liet hij lopen. De tweede kwam op 11 september 2001 en die greep hij dapper aan, maar hij verspeelde de eenheid die hij had gesmeed weer aan de oorlog in Irak, die een nieuwe bron van verdeeldheid bleek te zijn.

De derde kans komt morgen, 20 januari. Een goed begin zou zijn om te herlezen wat vader Bush de dag na zijn inauguratie in zijn dagboek schreef. ,,We moeten de weg naar dit compromis zien te vinden: `een vriendelijker land, een zachtere wereld'.''

David Ignatius is columnist.

©Washington Post Writers Group