`Wíj nemen hier de besluiten'

Minister Kamp blikt tevreden terug op het besluit dat de Nederlandse troepen in maart Irak verlaten. ,,Wij hebben onze bijdrage geleverd.''

,,Het is óns land, en wíj nemen hier de besluiten'', zegt minister Henk Kamp (Defensie) daags nadat premier Balkenende heeft aangekondigd dat het blijft bij het kabinetsbesluit van juni: de Nederlandse troepen worden op 15 maart van dit jaar teruggetrokken uit Irak. Een verlenging van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak is verder niet aan de orde. De krachtige lobby van de afgelopen weken, met name van Amerikaanse en Britse zijde, om Nederland tot langer blijven in Irak te bewegen, is zonder effect gebleven. De Nederlandse strijdmacht van 1400 militairen, die sinds 2003 de Irakese provincie Al Muthanna – een van de rustigste van het land – heeft beveiligd, komt uiterlijk 15 maart terug. Daarna zal alleen nog een ploeg naar Irak gaan om de Nederlandse bases af te breken. In een gesprek van Balkenende met ministers Kamp en Bot (Buitenlandse zaken) viel gisteren de bijl.

,,De argumenten van onze bondgenoten voor langer blijven had ik graag vorig jaar juni gehoord, toen we in het kabinet en de Kamer over een mogelijke verlenging van onze aanwezigheid in Irak met acht maanden spraken'', zegt Kamp, op zijn kamer in het ministerie. ,,Misschien heeft men toen gedacht: dat komt later wel. In ieder geval heb ik vorig jaar in juni de lobby niet zodanig gevoeld, dat we vonden dat met verlangens naar verdere verlenging rekening moest worden gehouden. En toen hebben we gezegd: acht maanden en daar blijft het bij''.

Bent u tevreden dat het vertrek nu opnieuw is bekrachtigd?

Kamp: ,,Ik kan nu goed uit de voeten. Als minister ben ik verantwoordelijk voor een samenstelling van taken: militairen die uitgezonden worden, die terugkeren. We zijn verplichtingen aangegaan, aan diverse landen. Wij hebben nu 500 man in Bosnië, ongeveer 300 man in Afghanistan, 1400 in Irak. We hebben een mariniersbataljon van 700 militairen ter beschikking gesteld van de strategische reserve van de Navo, en 4900 landmachtmilitairen aan de snelle interventiemacht van de Navo. Dat moet allemaal in elkaar passen. In de planning is sinds juni met een vertrek uit Irak rekening gehouden. Sindsdien hebben zich bij mijn weten ten aanzien van Irak ook geen onvoorziene omstandigheden voorgedaan''.

Het argument dat het Nederlandse vertrek uit Irak betekent dat we niet langer een bijdrage leveren aan de stabiliteit van een gevaarlijke regio, spreekt u niet aan?

,,Ik heb ons gaan in 2003 sterk ervaren als het voldoen aan een rechtstreeks verzoek van de Verenigde Natie destijds, om aan de stabiliteit van de regio een bijdrage te leveren. Die bijdrage hebben wij geleverd, straks twintig maanden lang. Als je nagaat welke Europese landen al vertrokken zijn uit Irak of daar niet meedoen, dan vind ik dat wij onze verantwoordelijkheid ruim hebben waargemaakt. Ik ken geen land, behalve wellicht Denemarken, dat zich verhoudingsgewijs zozeer als Nederland inspant om met de inzet van militairen bij te dragen aan vrede en veiligheid in de wereld''.

Uw eigen partij, de VVD, heeft de afgelopen weken zeer luid geijverd voor een langer blijven in Irak.

,,Ik realiseer me heel goed is dat het aan het parlement is om controle uit te oefenen. Ik beschouw de VVD-fractie niet als mijn verlengstuk. Het standpunt van mijn eigen fractie maakte wel dat ik mij de afgelopen weken meer gematigd moest verhouden tot de standpunten zoals die door coalitiepartner CDA werden ingenomen''.

Het verblijf van de Nederlanders in Irak was vorig jaar met acht maanden verlengd in verband met de beveiliging van de verkiezingen, die op 30 januari in Irak plaatsvinden. De `onvoorziene omstandigheid' waarover in de Haagse discussies de afgelopen weken sprake is, betreft een mogelijk uitstel van die verkiezingen. Daartoe lijkt het echter niet gekomen. In verband met de verkiezingsdatum houden de Nederlands troepen – al sinds vorig jaar – rekening met een verhoogd gevaar voor aanslagen. De missie in Irak heeft tot nu toe aan twee Nederlandse militairen het leven gekost.

    • Raymond van den Boogaard