Joop en Rintje

Als Rintje Ritsma geïnterviewd wordt, zie ik Joop Zoetemelk. Blij met de aandacht, maar desondanks een blik in de ogen die niets anders verraadt dan argwaan. In dierenasiels kom je die ogen ook wel tegen. Hond zoekt nieuw baasje, dit keer alleen een baasje dat er niet met de kachelpook op los ramt. Argwaan, Joop had het, Rintje heeft het.

Joop had een imposante truc om al te knellende vragen van interviewers te pareren. Hij zei: ,,Pfuuh.'' En daar was de kous mee af. Rintje is gewoonlijk iets correcter. Na een regen van gemeenplaatsen stelt hij dat hij nu echt het zweet van zich af moet gaan douchen. Niets tegen in te brengen. Ook een held moet onder de douche.

De kracht van Rintje is de kracht van Joop: een diepe minachting voor de interviewer. Wat helden doorstaan is immers met geen pen te beschrijven. Helden leven, lijden en sterven in eenzaamheid.

Prima.

Topsport bedrijven is niets anders dan aan krankzinnigheid grenzende dadendrang, door de beperking van de spelregels uitmondend in sublimatie van diezelfde dadendrang. Maar zonder verhalenvertellers is ze irrelevant en in feite niet bestaand. De topsportwereld gedraagt zich daarentegen graag als autonoom verschijnsel.

Niets mooiers dan Rintje voor de camera. De sublieme eenzaamheid, vol en blozend in beeld. Rintje hoedt zich voor duidelijkheid, want duidelijkheid is de dood in de pot. En behalve dat, de interviewer die duidelijkheid wenst zou alleen al op grond van zijn eigen levensloop ervan overtuigd moeten zijn dat duidelijkheid niets anders is dan een fata morgana. Dus waarom hem lastig vallen. Ga maar naar Ids Postma. Die heeft ondertussen duidelijkheid gevonden tussen de koeien.

Rintje is nog altijd van de sekte, bleek na de NK allround in december. Een wel heel erg brutale televisie-interviewer had het bestaan hem te vragen of het onderhand misschien niet tijd werd afscheid te nemen van de schaatssport op hoog niveau. Tegen zijn gewoonte in ontstak Rintje in pertinente duidelijkheden. Hij, en niemand anders, kon bepalen wanneer ,,het mooi was geweest''. Wat kon hem het nou schelen of andere `betweters' hem als aftrekpost bij de belastingen hadden ingeleverd. Onder zijn voeten zaten nog altijd schaatsijzers, en hij was niet van plan die op bevel af te doen. Ik vond het fantastisch.

Ik begrijp Rintje Ritsma. Geen overzichtelijker bestaan dan dat van de topsporter. Alles wat daarna komt is per definitie minder. Wie eenvoudig, maar intens wil leven blijft zitten waar hij zit. Zelfs de aftakeling krijgt een gouden randje. En de ontkenning tilt de aftakeling als het ware naar een hoger plan.

Het moet nog blijken, maar ik voorzie een prachtige symbiose tussen Rintje en de sportpers. Zijn woede zou wel eens de brandstof kunnen zijn voor een korte heropleving van zijn carrière. Zo autistisch is de autonome sekte nou ook weer niet.

    • Peter Winnen