Haar záák

De overweldigende aandacht voor de terugkeer van Ayaan Hirsi Ali op het Binnenhof lijkt buiten proportie, maar is dat allerminst. Het is een uniek moment in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Nog nooit eerder is het voorgekomen dat een lid van de Tweede Kamer wegens bedreiging niet aan parlementszittingen kon deelnemen. Uit democratisch oogpunt was deze situatie onaanvaardbaar. Dit kon en mocht niet voortduren. Het parlement was geamputeerd. Hoe erg het ook is dat Hirsi Ali blijvend moet worden beveiligd, vandaag toont de parlementaire democratie zich onvatbaar voor terreur. Dat is een opluchting en een overwinning die wij danken aan de onverschrokkenheid van deze vrouw. Hulde voor zoveel persoonlijke moed.

Dit is ook het moment om de hoop uit te spreken dat de publieke belangstelling zich zal kunnen verplaatsen van de persoon van het bedreigde Kamerlid naar de zaak waarvoor zij van meet af aan haar nek heeft uitgestoken: de onderdrukking en mishandeling van vrouwen en meisjes uit naam van de islam. Op dit punt – het grootste emancipatievraagstuk van deze tijd – heeft Hirsi Ali tijdens haar gedwongen afwezigheid meer kritiek dan instemming geoogst, buiten en binnen haar partij, de VVD.

In die kritiek zijn grofweg twee lijnen te onderscheiden. Ten eerste dat haar optreden contraproductief want polariserend zou zijn en ten tweede dat zij zich als liberaal zou behoren te onthouden van iedere bemoeienis met de godsdienst van een ander.

Het verwijt dat de politica zou bijdragen aan polarisatie in de samenleving door consequent een misstand aan de kaak te stellen, is eigenlijk te bizar voor serieuze tegenspraak. Kort en goed: wie polariseert er eigenlijk? Ik zou zeggen: neem nog eens kennis van de brief die de moordenaar van Theo van Gogh heeft achtergelaten op het lichaam van zijn slachtoffer. Het is een weerzinwekkende suggestie dat Hirsi Ali de daarin aan haar adres geuite dreigementen zelf zou hebben uitgelokt. Wie zo redeneert, vraagt in wezen begrip voor de zieke gedachtegang van een fundamentalistische extremist en verklaart het aan de orde stellen van uitwassen van de islam tot een taboe.

Contraproductief zou het hameren op de vrouwenonderdrukking in naam van de islam zijn, omdat zij hiervoor geen gehoor zou vinden bij islamitische vrouwen zelf. Dit zegt mij helemaal niets. Alles wat ooit is bereikt op het gebied van rechten voor de vrouw – kiesrecht, het recht op betaald werk buitenshuis, opleiding, gelijk inkomen voor gelijke arbeid, seksuele autonomie – is aanvankelijk een zaak geweest van theoretisch onderlegde baanbreeksters. Het waren enkelingen die de ongelijke sekseverhoudingen aan de orde stelden. Zij ontmoetten weerzin en scepsis juist bij vrouwen voor wie zij opkwamen. Die leefden in ontzag voor de pastoor of hun echtgenoot. Suffragettes zijn altijd uitgemaakt voor provocateurs zonder achterban.

Anja Meulenbelt, SP-lid in de Eerste Kamer, schreef gisteren in een ingezonden brief in de Volkskrant dat Hirsi Ali de positie van de moslimbevolking in Nederland schaadt. Een analyse op dit niveau moet ook tot de conclusie leiden dat de strijd voor het recht op echtscheiding, anticonceptie en abortus de positie van de rooms-katholieke of gereformeerde bevolking heeft geschaad. Nou, jammer dan.

Hetgeen mij brengt op het verwijt aan Hirsi Ali uit haar eigen politieke kring. Nogal wat `lieve liberalen' lezen haar de ideologische les. Zij mag zich niet bezighouden met religiekritiek aangezien godsdienst nu eenmaal een individuele aangelegenheid is. Wat vooral kwaad bloed heeft gezet, is dat zij in een onbewaakt moment op een islamitische school aan leerlingen de vraag stelde of Allah voorgaat boven de Grondwet. Het is misschien ongelukkig zoiets eruit te flappen tegen kinderen. Maar het raakt wel de kern. De Grondwet garandeert de vrijheid van godsdienst behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Dus wat het opperwezen ook voorschrijft, zijn volgelingen zullen zich in Nederland aan de wet moeten houden. Gaat de Grondwet niet voor Allah, dan geldt de sharia. Dat lijkt me nauwelijks een liberale optie.

Wie de positie van islamitische vrouwen wil verbeteren, móét zich wel met de godsdienst bezighouden. Dat betekent zeker niet hetzelfde als het over één kam scheren van alle moslims. Het betekent wel de verwerping van de gangbare mannelijke uitleg van de koran. Een voorbeeld van zo'n koranuitleg gaf de theologe Nelly van Doorn-Harder in een op 16 december uitgesproken oratie bij de aanvaarding van de leerstoel `christen-moslimrelaties' aan de Vrije Universiteit. Een in Indonesië veelgebruikte tekst leert het volgende: ,,Een vrouw is als een slavin die haar eigenaar trouwt, of als een machteloze gevangene. Ze moet zich bij haar man op de achtergrond houden, hem nooit tegenspreken, als ze voor hem staat haar hoofd buigen en de ogen neerslaan, ze moet hem in alles gehoorzamen behalve wanneer hij iets wil dat verboden is volgens de islam, ze dient te zwijgen als haar man spreekt, en op te staan als hij binnenkomt of weggaat.''

Van Doorn gaf een boeiende uiteenzetting over de activiteit van feministes in de islamitische wereld. Zij proberen te komen tot een herinterpretatie van vrouwonvriendelijke passages in de koran. Daarbij blijven zij hun geloof trouw, maar zij stuiten op ongelooflijk veel weerstand. De kritiek die moslimfeministen krijgen, lijkt sterk op de kritiek van de kerkelijke autoriteiten die westerse feministes hier tot ver in de vorige eeuw ontmoetten. Zij zouden erop uit zijn moslimgezinnen en uiteindelijk de maatschappij te vernietigen met egoïstische en materialistische ideeën.

De VU-theologe koestert de hoop dat moslimfeministes in sommige islamitische landen er uiteindelijk in slagen de islam langzaam van binnenuit te hervormen en daarmee de onderdrukking van vrouwen van een religieuze legitimatie te beroven. Maar als puntje bij paaltje komt, zegt prof. Van Doorn-Harder, kan een mannelijke religieuze autoriteit jaren van feministische hervormingspogingen in één preek verwoesten. Dat gebeurde toen een populaire Egyptische preker via de nationale tv verkondigde dat het besnijden van meisjes een goede en islamitische gewoonte was.

Nederland kan onmogelijk gaan wachten op het moment dat de islam van binnenuit zal worden hervormd. Het is dan ook niet zo buitenissig dat een liberaal Kamerlid zich in deze context waagt aan godsdienstkritiek. Hirsi Ali verdient behalve bescherming politieke steun. De záák, laat het daarover gaan.

    • Elsbeth Etty