`Haalt Servië nog wel adem?'

Het besluit van de VS om Servië financiële steun te onthouden, onderstreept de impasse waarin het land is beland. ,,Servië is 100 procent knock out.''

In Servië is de pauze van nieuwjaar en orthodox kerstmis voorbij en hebben de politieke partijen hun onderling gekrakeel hervat. Het sein voor die hervatting kwam van de Amerikaanse regering, die de Serviërs heeft laten weten dat ze niet hoeven te rekenen op tien miljoen dollar aan financiële hulp, want Servië werkt niet voldoende mee met het Joegoslavië-tribunaal.

De Servische regering heeft deze jongste sanctie afgedaan met schouderophalen en de mantra dat Servië wél meewerkt met het tribunaal. De oppositie is het daar natuurlijk niet mee eens: zij deed, bij monde van Dušan Petrovic, vice-voorzitter van de Democratische Partij (de partij van wijlen premier Zoran Djindjic en van Servië's huidige president Boris Tadic) een klemmend beroep op de kleine partijen in de vierpartijencoalitie van premier Vojislav Koštunica om de regering te verlaten. Die immers is niet in staat ,,ook maar één probleem in Servië op te lossen'' en brengt – zie de Amerikaanse beslissing – Servië in een nieuw isolement. ,,Elk van de acht miljoen burgers staat oog in oog met de bedreiging van een terugkeer naar de hel waar we in leefden toen Slobodan Miloševic nog regeerde'', aldus Dušan Petrovic gisteren.

Servië is diep weggezakt in een impasse. 2004 was een jaar dat de meeste Serviërs graag willen vergeten. Bij een opinie-onderzoek, in december uitgevoerd in opdracht van het blad Politika, bleek dat 42 procent van hen vindt dat 2004 geen enkele positieve gebeurtenis heeft gebracht. De meest negatieve gebeurtenissen waren de verdere daling van de levensstandaard, het geweld tegen de Serviërs in Kosovo in maart, en de mysterieuze – en nooit opgehelderde – dood van twee soldaten in de legerbasis van Topcider in Belgrado, in oktober.

,,Weet Servië waar het heen gaat? Wat zijn zijn prioriteiten, zijn politieke en economische doelen?'', zo vroeg eind december op wanhopige toon het blad Nedeljni Telegraf zich af. ,,In de afgelopen vijftien jaar zijn bijna alle politieke stromingen aan de macht geweest, en niets is beter geworden. Elke partij heeft er op haar eigen wijze toe bijgedragen dat Servië zich in een doodlopende straat bevindt waar het nog jaren niet uitkomt. En allemaal zijn ze op het politieke toneel nog actief, dus we hebben niemand anders die we kunnen kiezen.'' Servië, zo stelde het blad, is honderd procent knock-out. ,,Haalt het land nog wel adem? Het is steeds duidelijker dat Servië in een van de moeilijkste fasen van zijn bestaat geen leiders heeft, geen mensen, geen intellectuelen die ons kunnen vertellen welk pad te nemen.''

Een van de belangrijkste kenmerken van het openbare leven in Servië, zo stelt de krant, is dat Serviërs niet kunnen leven zonder wereldwijde samenzweringen. ,,Het is alsof altijd iemand probeert iets van ons te stelen. Niemand echter vraagt zich af waarom iemand met ons zou willen samenleven. Hebben we ons geïntegreerd, in onze eigen staat en onze geografische ruimte, een voorwaarde zonder welke geen natie kan overleven? Wat is eigenlijk die Servische beschaving en welke belangen kan ze bevredigen?'' Nedejni Telegraf ging vervolgens in op het streven naar autonomie in de welvarende noordelijke regio Vojvodina, vanuit Belgrado gezien aan de overkant van de Donau. Voor de Serviërs is dat streven opnieuw vooral een stukje samenzwering (vooral van de Vojvodijnse Hongaren), voor de Vojvodijnen zelf is het de simpele bescherming van de eigen economie, welvaart en cultuur. Nedeljni Telegraf: ,,Vojvodina is al 86 jaar onderdeel van Servië. In die tijd heeft het moederland vijf bruggen in haar richting gebouwd, maar nooit met een goede weg naar [de Vojvodijnse hoofdstad] Novi Sad – en het is maar 76 kilometer. Tot op de dag van vandaag is het niet aan te bevelen bij nacht en regen naar Kikinda [op de grens tussen Vojvodina en Roemenië] te rijden. Het meest ontwikkelde deel van het land ligt, in tijd die nodig is om het te bereiken, dichter bij Boedapest dan bij Belgrado. En toch vervloeken we bitter de voorstanders van Vojvodina's autonomie.''

Het grote probleem van de regering van premier Koštunica is niet alleen dat ze een minderheidsregering is, en een incoherente minderheidsregering bovendien, maar vooral dat van al diegenen die de publieke opinie beïnvloeden, niemand haar steunt. De radicalen, Servië's grootste partij, de socialisten van Miloševic, de Democratische Partij van president Tadic, Servië's populairste leider, de belangrijkste media – iedereen is tegen haar en het prestige van steunpilaren als leger en kerk smelt om uiteenlopende redenen langzaam weg. Slobodan Miloševic had de natie als politieke formule die kon verenigen, wijlen Zoran Djindjic had de modernisering als politieke formule. Koštunica heeft géén formule die verenigt en moet het daarom doen zonder de steun van de ideologische elite, de intelligentsia.

    • Peter Michielsen