Haal preventie en acute behandeling niet door elkaar

Het artikel van collega Ritsema beschrijft een aantal aspecten van de gezondheidszorg. Het is een negatief getint beeld en bevat vele opvattingen zonder deugdelijke onderbouwing. Ik wil me, derhalve, beperken tot een opmerking over de behandeling van het acuut hartinfarct. Ritsema stelt dat de behandeling hiervan (kijkoperatie of dotteren) wordt uitgevoerd omdat: ,,dat leuk is en lucratief, en niet zo suf als het vertellen dat het beter is om meer te bewegen, minder te eten'' en ,,we willen bloed aan de vingers, want dat is heroïsch''. Hij haalt preventie en acute behandeling door elkaar.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 27.000 patiënten met een acuut hartinfarct opgenomen. Deze patiënten hebben geluk gehad dat zij het ziekenhuis levend bereikten. Immers, 30 tot 40 procent van de patiënten met een hartinfarct sterft voordat enige zorg kan worden geboden. De sterfte van opgenomen patiënten bedroeg in de tijd dat behandeling uitsluitend bestond uit opname en observatie (1950-1960), ongeveer 40 procent.

Dankzij vooruitgang in inzicht en kennis over deze aandoening en dankzij vooruitgang in de medische technologie en nieuwe geneesmiddelen is de kans op sterven van alle opgenomen patiënten (ongeacht leeftijd en behandeling; medicijnen, dotteren of enkel ondersteunend) slechts 10 tot 15 procent. Als direct ingrijpen zoals dotteren mogelijk is, is de kans op sterfte 4 tot 8 procent.

Het zal duidelijk zijn dat het, gegeven de aard van de aandoening en gebeurtenis (doorgaans een donderslag bij heldere hemel en levensbedreigend), volkomen ongepast en medisch fout is om de patiënt lastig te vallen met verhalen over voeding, beweging en stoppen met roken. Dat komt aan de orde als de patiënt de acute fase van de aandoening heeft overleefd.

Er bestaat een actieve Europese en ook Nederlandse Vereniging van Cardiologie die zich onder andere bezighoudt met het opstellen en verstrekken van richtlijnen, met evaluatie van toepassing naast advies en met voorstellen om de zorg te verbeteren. De richtlijnen worden steeds beter gevolgd. Er is steeds ruimte voor verbetering. Dit is inherent aan leven en samenleving. Een deugdelijke en integere argumentatie en discussie over maatschappelijke problemen kan hieraan een bijdrage leveren. Collega Ritsema heeft deze kans niet gebruikt.

    • Dr. P. de Jaegere