`Stapt u maar in, mr. McEnroe'

De Open Australische tenniskampioenschappen bestaan honderd jaar. David Inglis zag als scheidsrechter, lijnrechter, chauffeur en toeschouwer hoe de Australiërs de dominantie in eigen land verloren. ,,De hele wereld komt nu naar Australië toe.''

David Inglis kan zich nog als de dag van gisteren herinneren dat zijn ouders hem voor het eerst meenamen naar de Australian Open. Als vijfjarig jongetje zag hij op de grasbanen van Kooyong de toenmalige local hero John Bromwich in 1939 met overmacht zegevieren. ,,Bromwich had een hele fraaie en eigenaardige stijl. Hij had een linkshandige forehand, een dubbelhandige backhand, maar serveerde met rechts. Samen met Adrian Quist was Bromwich de beste van zijn tijd. Hij had de grote pech dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Dat kostte hem vijf jaar. Bromwich won de Australian Open in 1946 nog wel een keer, maar daarna was zijn tijd voorbij'', zegt de nu 67-jarige Inglis op een terrasje in het moderne Melbourne Park. De geboren Australiër rijdt de komende twee weken de hedendaagse tennissterren van hun hotel naar het tenniscomplex.

Tien jaar nadat Inglis voor het eerst als toeschouwer de Australian Open gadesloeg werd hij lid van de prestigieuze Kooyong Lawn Tennis Club, tot zeventien jaar geleden nog de thuisbasis van de Australian Open. Op het in de buitenwijken gelegen complex zag Inglis naast Bromwich en Quist nationale grootheden als Frank Segdman, Ken Rosewall, Rod Laver, Roy Emerson, John Newcombe en Mark Edmondson de titel opeisen.

Sinds 1970 is Inglis als vrijwilliger aan de Australian Open verbonden. Eerst als lijnrechter en scheidsrechter en later als chauffeur. ,,Mijn kantoor lag vlakbij de Kooyong club'', zegt de man die jaren achtereen in de mijnbouwindustrie werkte terugkijkend in de tijd. ,,Om vijf uur in de middag stopte ik met werken en stapte ik de tennisbaan op. De sfeer was heel ongedwongen. De meeste scheidsrechters waren vrijwilligers. Ik weet nog goed dat ik als lijnrechter bij een partij van een Australiër, van wie ik de naam niet zal noemen, naast de baseline zat. Hij maakte de ene voetfout na de andere. Op een gegeven moment besloot ik in te grijpen. Maar vlak nadat ik `voetfout' had geroepen hield hij zijn racket in en greep hij de bal met zijn hand uit de lucht. `Ik heb de bal nog niet eens geslagen', riep hij vertwijfeld uit. Ik kon wel door de grond zakken. Op die momenten zag je dat de spelers prof waren en de lijnrechters amateurs.''

Op de banen van Kooyong versloeg titelverdediger Roger Federer dit weekeinde zijn grote rivaal Andy Roddick in een demonstratiepartij. Maar sinds 1988 tellen de resultaten op het sfeervolle complex waar nog altijd een groot aantal grasbanen ligt niet meer echt mee. De kampioenen worden in Australië vandaag de dag geboren in de Rod Laver Arena aan de Batman Avenue van Melbourne.

Sinds de verhuizing van Kooyong naar Melbourne Park zag Inglis zich gedwongen zijn vrijwilligersbaantje als scheids- en lijnrechter op te geven. ,,In het tennis ging steeds meer groot geld om. Het was duidelijk dat alles professioneler aangepakt moest worden. De hele wereld keek mee. De verhuizing is goed geweest voor het tennis en voor Australië. Maar niet voor de Australische tennissers'', zegt Inglis met een glimlach op zijn lippen. ,,De laatste keer dat een Australische kampioen is geworden was Chris O'Neil in 1978. En bij de mannen is dat nog langer geleden: Mark Edmonson in 1976.''

Aan het begin van de vorige eeuw had niemand kunnen bevroeden dat de Australiërs de heerschappij in eigen land kwijt zouden raken. In 1904 besloten Australische en Nieuw-Zeelandse officials samen de Australasian Lawn Tennis Association op te richten. Een jaar later werd de eerste Australian Open gewonnen door Rodney Heath. De Australiër bleek de sterkste in een deelnemersveld van zeventien mannen op de banen van Albert Park, dat nu is ingericht als trainingscomplex voor de huidige generatie profs. In 1906 was de Nieuw-Zeelander Anthony Wilding de eerste buitenlander die de titel opeiste. Daarna wisten behalve Wilding (nogmaals in 1909) tot de Tweede Wereldoorlog alleen een aantal Amerikanen, Engelsen en een Fransman de Australische hegemonie te doorbreken van het toernooi dat in de beginperiode in verschillende grote steden zowel in Australië als in Nieuw Zeeland werd gehouden. ,,In het begin moesten de buitenlanders met de boot naar Australië komen'', stelt Inglis. ,,Europeanen deden nauwelijks mee. Bij de vrouwen was het helemaal een Australische aangelegenheid.''

Vanaf 1922 worden voor het eerst vrouwen toegelaten tot de Australian Open dat sindsdien officieel is losgekoppeld van Nieuw Zeeland. Margaret Molesworth is in 1922 en 1923 de eerste kampioene. Maar Margaret Court zal later met twaalf titels op de Australian Open uitgroeien tot de succesvolste lokale tennisster uit de geschiedenis. Inglis noemt het het grootste gemis van Melbourne Park dat ,,Margaret Court destijds niet direct is mee verhuisd van Kooyong''. Pas in 2003 kreeg Court alsnog haar plaats in Melbourne Park: baan één heet sindsdien Margaret Court Arena. Inglis maakte in 1988 wel meteen de overstap naar het moderne onderkomen, dat gelegen is naast het nationale cricketstadion.

Inglis rijdt al zeventien jaar als chauffeur vele kampioenen, maar nog veel meer verliezers rond in Melbourne. Zo vervoerde Inglis bijvoorbeeld de Nederlandse Betty Stöve (,,heel groot, en een goede speelster'') en leerde hij John McEnroe kennen als een uiterst correcte sporter. De tennisser die in 1990 tijdens de Australian Open werd gediskwalificeerd na een scheldpartij kwam volgens Inglis altijd stipt op tijd. ,,Als ik hem om tien uur op moest halen kwam hij nooit vijf seconden eerder of later. Hij zei `good morning sir' en we reden daarna in absolute stilte naar het park waar hij me bedankte.''

De langste rit die Inglis ooit maakte was vier jaar geleden met de Amerikaanse familie Williams, die twee auto's nodig had om al de bagage naar het vliegveld te vervoeren. ,,Halverwege de rit moesten we plotseling stoppen. Venus Williams kon haar paspoort niet vinden. Wij dus terug naar het hotel, maar het document bleek nergens te vinden. Op naar de Amerikaanse ambassade, waar Venus eerst nog een pasfoto moest laten maken. Ruim vier uur later had ze een nieuw paspoort. Maar haar vliegtuig was toen natuurlijk al lang vertrokken. Ik vond het echt wonderbaarlijk hoe relaxed de hele familie de hele tijd bleef.''

Inglis heeft in de afgelopen decennia gezien dat de tennissers professioneler en serieuzer zijn geworden. De afstand tussen de sporter en het publiek is groter geworden. ,,Neem de voormalig kampioen John Newcombe. Die was heel goed benaderbaar voor iedereen. Die hield altijd wel een praatje. Dat is met spelers als Lleyton Hewitt wel anders. Het is een hele aardige jongen, maar de afstand met de fans is veel groter. Dat komt ook door het publiek. Voorheen kwamen hier alleen tennisliefhebbers. Nu is het een rage voor jongeren om naar tennis te kijken. Het is heel anders dan toen ik in 1939 John Bromwich zag winnen. Het ontbreekt ons aan een Australische kampioen. Pat Cash (in 1987 en 1988) was er met twee finales nog het dichtste bij. Ach, de tijd is niet meer terug te draaien. De hele wereld komt nu naar Australië toe.''

    • Koen Greven