Laat het donker donker

Door kassen, straatlantaarns en tuinverlichting is het zelfs diep in Drenthe 's nacht niet echt donker. Hoe de lichtvervuiling te bestrijden? Een congres woensdag moet uitkomst bieden.

,,Wanneer we richting N. en K. rijden, dan lijkt het een constante zonsopgang te zijn'', klaagt een inwoner van Drenthe in Mooi licht, mooi donker, het rapport dat de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) aanstaande woensdag publiceert. De geciteerde heeft het niet over een avondlijke rit naar Nijmegen en Kampen, zelfs niet over een tocht naar Nieuwegein en Kaatsheuvel, maar, of all places, naar Nieuw-Dordrecht en Klazienaveen. Een ander maakt bezwaar tegen de ,,oranje gloed aan de hemel'' die hij altijd ziet, zijn klacht gaat over Wijster. Zelfs in Drenthe is het niet meer echt donker.

Diepe duisternis is zo zeldzaam aan het worden in Nederland dat het museale waarde krijgt. Kunstenaar Job Koelewijn bouwde in het museum van Almere een open kast met aan vier zijden rolluiken. Als je, na uitgebreide waarschuwingen van de suppoost, in het midden plaatsneemt, ratelen de rolluiken omlaag en word je negen seconden lang ondergedompeld in een totale duisternis. Hier kun je heel even het begin van de schepping gewaarworden, toen de aarde nog woest en leeg was.

De eerste woorden van God luidden volgens Genesis: `Er moet licht komen.' En God zag dat het licht goed was en Hij scheidde het licht van de duisternis. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus begonnen mensen na de uitvinding van het elektrisch licht hun steentje bij te dragen aan de verlichting van de wereld. Ze gingen daarbij zo fanatiek te werk dat 96 procent van de Europeanen nooit meer echte duisternis ervaart, de hemel is minimaal verlicht alsof het halve maan is.

Grootste boosdoener zijn de kassen; volgens het Platform Lichthinder zijn zij in Nederland verantwoordelijk voor 44 procent van het omhooggestraalde licht. Door het ruimtegebrek in de Randstad zijn de kassen begonnen aan een gestage opmars in de rest van het land. Zo zijn ze bij Klazienaveen terechtgekomen, maar er zijn bijvoorbeeld ook plannen voor een groot complex bij Eemshaven; het licht daarvan zal reiken van de stad Groningen tot het Duitse waddeneiland Juist.

De lichtvervuiling van de kassen is relatief makkelijk te verhelpen: als de bovenkant wordt afgeschermd met doeken ben je van het probleem af. Afgelopen september heeft Land- en Tuinbouworganisatie LTO beloofd om de uitstraling de komende drie jaar met 85 procent terug te brengen, sinds begin deze maand zijn de benodigde schermen fiscaal aftrekbaar. Er zijn overigens nog wel vragen over de praktische haalbaarheid: worden de kassen niet te warm en te vochtig?

Met een bijdrage van 31 procent is openbare verlichting de tweede bron van lichthinder. Hoewel het effect van lantaarns op de verkeersveiligheid omstreden is – in Gelderland steeg het aantal nachtelijke ongevallen na de plaatsing van lichtmasten met ruim de helft – lijkt de tijd nog niet rijp om de straten gewoon donker te laten. Ook hier moeten technische oplossingen uitkomst bieden: lichten langs de snelweg worden gedimd, Philips ontwikkelde een schijnwerper die alleen naar beneden straalt en in Flevoland begint binnenkort een proef met lantaarnpalen die enkel branden als er iemand langsrijdt.

Blijft de derde bron over, de aanstraling van gebouwen en reclame die samen goed zijn voor 19 procent van de lichtuitstoot. Dit is bij uitstek het gebied waarop burgers zelf iets kunnen bijdragen door het licht uit te doen. Maar juist hier blijkt onze dubbele houding. In Drenthe vindt volgens het RMNO-onderzoek negentig procent van de ondervraagden duisternis belangrijk. Maar tegelijk verlicht 75 procent van diezelfde mensen hun huis aan de buitenkant. En niet alleen met kerstmis, maar het hele jaar rond. Want duisternis blijft eng.

Woensdag houden RMNO en Stichting Natuur en Milieu bij Radio Kootwijk (midden op de Veluwe) een conferentie en een licht/donkerfestijn. Zie ook: www.laathetdonkerdonker.nl

    • Tijs van den Boomen