Gevallen leider, voorzichtig hervormer

De naam van China's oud-partijleider Zhao Ziyang (85), die vanmorgen in in Peking overleed aan hart- en ademhalingsproblemen, zal verbonden blijven met zijn rol tijdens de studentenopstand in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede.

Zhao, twee keer eerder abusievelijk dood verklaard in de buitenlandse pers, is in het westen door zijn optreden op het Plein uitgegroeid tot hét toonbeeld van de Chinese hervormer. Tot de man die China misschien naar een democratie naar westers model had kunnen leiden als de andere, veel wredere Chinese leiders hem dat niet onmogelijk hadden gemaakt door het inzetten van tanks.

Dat beeld is vertekend: Zhao was zeker een belangrijk liberaal hervormer, maar hij richtte zijn aandacht daarbij vooral op economische liberaliseringen. Daarin week hij niet veel af van de man die hem als zijn gedoodverfde opvolger aan had gewezen, China's voormalige leider Deng Xiaoping.

De bekendste beelden van Zhao zijn die waarbij hij zich in 1989 begeeft onder de studenten, interessant genoeg met China's huidige premier Wen Jiabao als assistent aan zijn zijde. Die zijn dan al een week in hongerstaking. De dag erop zal China besluiten tot het uitroepen van de staat van beleg, iets wat Zhao geweten moet hebben. ,,We komen te laat'', zegt Zhao met betraande ogen voor het oog van de buitenlandse camera's tegen de studenten. Hij smeekt hen toch vooral naar huis te gaan voordat het ook voor hen te laat zal zijn. In de nacht van 3 op 4 juni maakte het leger een bloedig einde aan de studentenacties.

Zhao is sinds zijn optreden op die 19de mei nooit meer in het openbaar verschenen. Hij werd uit al zijn functies ontheven en kreeg huisarrest, dat tot op de dag van zijn dood niet is opgeheven. Hij woonde de laatste zestien jaar in een Chinese hofjeswoning achter een mooie rode deur, die naar verluidt 's nachts aan de buitenkant werd afgesloten met het kettingslot van een fiets.

Toch was de zwaar gestrafte Zhao, van huis uit een landbouwdeskundige, zeker geen radicale politieke hervormer, en al helemaal geen democraat naar westers model. De hervormingen waar hij zich tot 1989 voor inzette, waren economische liberaliseringen. Zo ontmantelde hij het communesysteem toen hij in 1975 aantrad als partijleider in de centraal-Chinese provincie Sichuan.

Hij gaf de boeren het recht om stukjes grond voor privé-gebruik te verbouwen. En door zijn hervormingen wist hij de welvaart op het platteland snel en sterk te verhogen. Zijn wijze van hervormingen stond later model voor de landbouwhervormingen in heel China.

Zhao, die in 1938 lid werd van de communistische partij, was niet altijd zo zachtaardig als zijn optreden op het Plein doet vermoeden. Hij leidde in de jaren vijftig een zuiveringscampagne in de Zuid-Chinese provincie tegen partijkaderleden die verdacht werden van corruptie, banden met de nationalisten op Taiwan en verzet tegen landhervormingen. In 1957 leidde hij opniew een rectificatiecampagne, waarbij 80.000 ambtenaren naar het platteland werden gestuurd voor `heropvoeding'.

Zhao werd in 1980 benoemd tot vice-premier en lid van het machtige politbureau, waarschijnlijk vooral als beloning voor zijn goede werk in Sichuan. Door zijn economische hervormingsgezindheid kreeg hij aanvankelijk veel steun van China's leider Deng Xiaoping. Maar er kwam ook kritiek op de corruptie, de verzwakking van het centrale gezag en de afname van de invloed van de Partij op het dagelijks leven, die als consequenties van zijn beleid werden gezien.

[Vervolg ZHAO: pagina 5]

ZHAO

Dochter 'Zhao nu eindelijk vrij'

[Vervolg van pagina 1]

Als Zhao in 1987 nationaal partijleider wordt, is dat als opvolger van de in ongenade gevallen Hu Yaobang. De onder de bevolking geliefde Hu moest aftreden omdat hij te zeer geïnteresseerd was in het hervormen van China's politieke systeem.

Zhao wil daarmee veel minder ver gaan: hij is weliswaar bereid om politieke hervormingen te bestuderen, maar hij richt zich toch vooral op de economie.

Volgens het boek The Tiananmen Papers, dat een reconstructie geeft van de ontwikkelingen rond de studentenopstand in 1989, zou partijleider Zhao zich bij beraadslagingen binnen de partij tegen een scherpe veroordeling van de studentenopstand en tegen het uitroepen van de noodtoestand in Peking hebben uitgesproken. Dat zou hem uiteindelijk fataal zijn geworden.

,,Kameraad Zhao Ziyang heeft de ernstige fout gemaakt om de onlusten te steunen en de partij te splijten. Hij heeft onweerlegbaar een rol gespeeld in het ontstaan van en de ontwikkeling van de onlusten'', zo meldde een overheidsrapport in het najaar van 1989.

De dood van Zhao zadelt de Chinese partij nu op met een probleem. Hoe moet Zhao precies officiëel herdacht worden, en welke plaats krijgt hij in de Chinese geschiedenisboekjes?

Elk oordeel over Zhao is meteen ook een oordeel over de studentenopstanden, opstanden waar de partij tot op de dag van vandaag nog steeds niet goed raad mee weet.

Als de partij te scherp oordeelt, dan kan dat aanleiding geven tot openbaar rouwbetoon op het Plein, iets wat de overheid koste wat kost wil voorkomen om geen herhaling van 1989 uit te lokken.

Voor Zhao zelf maakt het allemaal niets meer uit. ,,Hij is nu eindelijk vrij'', zo verklaarde zijn dochter vandaag na zijn overlijden.

    • Garrie van Pinxteren