Dankbaarheid in tijden van tsunami

Zijn die Indiërs helemaal gek geworden? De schade van de tsunami in India bedraagt 1,6 miljard dollar. De westerlingen hebben met een opzienbarende hoeveelheid mededogen grote sommen geld bijeengebracht. Bekende Nederlanders kwamen elkaar overal tegen bij inzamelingsacties, de meest cynische grappenmakers waren ineens niet meer cynisch en gaven benefietoptredens, slagers en taxichauffeurs niet direct de beroepsgroepen die je associeert met mondiale solidariteit zelfs zij hebben een duit in de zak gedaan.

En wat zeggen die Indiërs? Nee, dank u. Wat een onvoorstelbaar, frustrerend, woestmakend vertoon van ondankbaarheid! Zouden ze in Delhi echt denken dat ze zonder ons kunnen? Lijkt me sterk. En toch weigeren ze de hulp. Hun weigering betekent dus iets. Maar wat?

Ik kan me niet voorstellen dat de Indiase politici denken dat ontwikkelingshulp niet werkt. Dat denken alleen ongedocumenteerde politici van Nederland. De uitspraak dat ontwikkelingshulp verdwijnt in `een bodemloze put' (hoe zou het komen dat ze allemaal dezelfde beeldspraak gebruiken?), die uitspraak doet het meestal goed bij het volk. Behalve in tijden van tsunami. Daar had het VVD-lid Zsolt Szabo zich lelijk op verkeken toen hij nog geen twee weken na de tsunami voorstelde het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking op te heffen. Ik weet niet wat dommer was, het voorstel of de timing.

Ik word moe deze domoren telkens weer uit te leggen dat ontwikkelingshulp wel werkt. In sommige landen is er veel corruptie (hier doet de beeldspraak van de strijkstok het weer goed, als in: `er blijft te veel aan de strijkstok hangen'), maar een zeker `warmteverlies' heb je altijd, zoals socioloog Bram de Swaan eens zei. Een auto verliest een deel van zijn energie aan wrijvingswarmte, maar zeggen dat je niet vooruitkomt, is dom. Een beter wegdek en betere banden helpen al een beetje. Als de regeringen corrupt zijn, geef je de hulp via kleine, lokale organisaties of controleer je de besteding wat strenger.

Bovendien vinden we het beste bewijs dat ontwikkelingshulp werkt in India zelf. Een enkeling herinnert zich nog de Groene Revolutie, waarbij door veredeling van gewassen, betere bestrijdingsmiddelen en een beter irrigatiesysteem de productie van rijst verviervoudigde, en India van een hongerlijdend land een voedselexporteur werd.

India weet beter dan welk land dat hulp van andere landen werkt, en toch weigeren ze nu hulp te ontvangen. Waar zou dat aan liggen? De sociologe Aafke Komter heeft hier twee jaar geleden een aardig boek over gepubliceerd, `Solidariteit en de gift', waarin ze onderzoekt waarom mensen willen geven en wat er gebeurt als mensen ontvangen.

Antropologen wezen er al op dat giftuitwisselingen belangrijk zijn voor de sociale banden tussen mensen en groepen. Niet alleen bij Maori's of andere wilden, bij ons werkt het net zo, tijdens sinterklaas en kerst. Je geeft een leuk cadeau aan een vriend of familielid; je geeft daarmee aan dat het je moeite en geld heeft gekost, maar dat je het de moeite waard vindt, omdat de ander belangrijk voor je is. Je hebt een `offer' gebracht.

De ontvanger moet het cadeau nu ook wel leuk vinden, dat wil zeggen: hij moet het offer erkennen en waarderen en een gepaste reactie tonen: dankbaarheid. Gevolg: band tussen gever en ontvanger is bezegeld, en daar gaat het om.

Maar pas op: er is nu tussen gever en ontvanger een `schuldbalans' ontstaan, er is een morele verplichting om iets van gelijke waarde terug te geven. Onder het warme gevoel dat bij het geven speelt, vriendschap, respect of solidariteit, huist een gebiedende kracht, een onmiskenbare macht van de gever ten opzichte van de ontvanger. De dankbaarheid wordt door de gever verwacht of geëist; je moet tonen dat je iets aan de gever verschuldigd bent, dat is een universele menselijke verplichting waar je niet omheen kunt. Anders volgt afkeuring, zelfs uitsluiting.

Ondankbaarheid is een van de grootste menselijke zonden. Zelfs een baby toont dankbaarheid, door na de borstvoeding tevredenheid of blijdschap te tonen. Baby's die na de voeding blijven krijsen zijn niet goed bij hun hoofd.

Dankbaarheid, zegt Aafke Komter, werkt als een moreel geheugen, zelfs chimpansees schijnen een mentale boekhouding bij te houden van wat ze gegeven en ontvangen hebben.

De gift behelst altijd een pijnlijke confrontatie: de gever heeft iets wat de ander niet heeft, en door het aan de ander te geven is dat gebrek van de ander goedgemaakt, maar terloops ook onderstreept. Daarin schuilt de vernedering, tenzij de ontvanger in staat is om na een tussenperiode van dankbaarheid, een soortgelijke gift terug te geven. Zolang dat niet is gebeurd, is de relatie tussen gever en ontvanger weliswaar bezegeld, maar ook `vergiftigd'. Het zal niemand verbazen dat de etymologische wortel van het Nederlandse woordje `gift' zit in het woordje `vergif'.

Samengevat: de gever van een gift plaatst zichzelf in een moreel superieure positie en de ontvanger van de gift toont zijn inferieure positie in de vorm van dankbaarheid, totdat de ontvanger de gift terugbetaalt. Dat maakt geven zo leuk en ontvangen zo vervelend.

Ik denk dat we de Indiase weigering van hulp na de tsunamiramp in dit licht moeten zien. India heeft al twee jaar geleden aan Nederland gezegd geen hulp meer te willen uit Den Haag. Onze minister van Ontwikkelingssamenwerking reageerde toen furieus, beledigd en gekwetst, maar het enige wat India eigenlijk zei was: we willen geen eeuwige dankbaarheid meer tonen en we willen onze relatie niet vergiftigen. De Indiërs zijn misschien een beetje gek, maar ze hebben een punt. Aafke Komter beschrijft veel voorbeelden van hoe hulpbehoevenden zich gekleineerd voelen, omdat ze steeds maar dankbaarheid moeten tonen en nooit uit die rol kunnen komen.

Er is een remedie, zegt Komter: als je de ontvanger niet te zeer wilt vernederen, kun je het beste je gift zonder veel poeha geven en je terugtrekken, alsof het onbetekenend was, alsof het geen groot offer betrof, alsof je niet geeft om je macht te tonen, alsof je helemaal geen dankbaarheid wenst. Maar dan wordt het geven een ondankbare aangelegenheid en ik vraag me af hoeveel bekende Nederlanders, cabaretiers en taxichauffeurs het nog de moeite waard vinden.

ramdas@nrc.nl