`Wie geen kampioen meer is, moet in Nederland ophoepelen'

Rintje Ritsma, Greg van Hest, Inge de Bruijn een voor een dertigers in de Nederlandse topsport. Waarom stoppen ze niet? Maar hoe terecht is die vraag? ,,Topsporters bepalen zelf hun moment, dat is óók hun klasse.''

Het is een aloude jammerklacht van veel topsporters. Te snel en te makkelijk worden ze afgeschreven. Ze zijn `te oud' en/of `niet goed genoeg meer'. Kortom: rijp voor hun pensioen. Want: ,,Het moet niet zielig worden.'' Hoe vaak zijn die vijf woorden al niet uitgesproken in de wandelgangen?

Rintje Ritsma vertolkte volgens ex-roeier Michiel Bartman (37) de gevoelens van veel collega-topsporters, toen de schaatsveteraan vorige maand bij de Nederlandse kampioenschappen allround in Heerenveen geërgerd wegliep tijdens een tv-interview. Aanleiding voor de woedende reactie van de 34-jarige Fries: het in zijn ogen aanhoudende `gemekker' over het al dan niet nakende einde van zijn topsportcarrière.

Ritsma liet er geen misverstand over bestaan. Hij en niemand anders bepaalt wanneer `het mooi is geweest'. Tot die tijd zullen `de zelfbenoemde betweters' zich moeten verzoenen met zijn aanwezigheid op het ijs. Of de buitenwacht dat nu `leuk', `zielig' of wat dan ook vindt. Ritsma bepaalt zijn eigen houdbaarheidsdatum. Zolang hij nog lol heeft in zijn sport, zolang hij nog gelooft in vooruitgang bespeurt, bindt hij de ijzers onder.

Bartman kan en kon zich ,,helemaal vinden'' in de tirade van de getergde Beer van Lemmer. ,,Mijn eerste reactie was: wordt het niet eens tijd dat die journalist en dus niet Rintje op zoek gaat naar een andere baan?'', schampert de voorzitter van de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF. ,,Wie is een journalist in hemelsnaam om te bepalen wanneer een sporter stopt? Topsport is een eigen keuze.''

Ook Ad Roskam, technisch adviseur bij NOC*NSF, ergerde zich aan ,,de weinig respectvolle ondervraging van een groot sportman''. ,,Topsporters bepalen zelf hun moment, dat is óók hun klasse. Topsport is hun vak; zij kennen hun lichaam als geen ander, en weten maar al te goed wanneer ze moeten pieken en wanneer het moment gekomen is om te stoppen. Laat sporters in hun waarde en laten we alsjeblieft ophouden met het indirect beslissingen nemen voor anderen.''

Het geval-Ritsma kan onmogelijk als een incident worden getypeerd, weet Bartman. ,,In Nederland ben je al snel oud. Men kijkt naar getallen, niet naar potentie. In die zin regeert de kortzichtigheid. Zelf ben ik nu 37, en daar schrik ik soms van, maar zo voel ik me niet. Topsporters moeten van het grote publiek allemaal kampioen worden. Zijn ze dat niet meer, dan zijn ze te oud en moeten ze ophoepelen. Zo redeneert de gemiddelde supporter.''

Maar dat topsporters hun loopbaan langer `rekken' dan voorheen, staat vast. Het stipendium, de maandelijkse vergoeding voor A- en B-sporters, speelt daarbij een rol, zo bleek onlangs uit een onderzoek van Bartmans atletencommissie. ,,Het is enerzijds de financiële zekerheid die hen vandaag de dag in staat stelt langer door te gaan, anderzijds zijn het simpelweg verbeterde trainingsmethoden en een betere medische zorg.''

Nu topsporters langer doorgaan, moeten zij in de ogen van Bartman ,,ook steeds vaker verantwoording afleggen voor wat buitenstaanders dan een opmerkelijke stap vinden''. Buiten Nederland is het respect en het begrip voor een routinier doorgaans groter, constateert de voormalige slagman. ,,Denk maar niet dat [viervoudig olympisch roeikampioen] Matthew Pinsent in Engeland de laatste jaren vaak de vraag voorgelegd heeft gekregen wat hij in vredesnaam nog in een boot deed.''

Of laten sommige topsporters zich, bij gebrek aan opleiding bijvoorbeeld, leiden door `de angst voor het zwarte gat', zoals Bartmans voorganger Irene Eijs twee jaar geleden stelde in een vraaggesprek met deze krant? Roskam betwijfelt dat. Hij verwerpt in elk geval de suggestie als zouden (veel) topsporters zo verknocht zijn aan (media-)aandacht dat ze hun professie maar niet los kunnen of willen laten. ,,In een heel enkel geval is dat misschien zo, maar dan nog: is dat erg? Ook in het normale leven heb je mensen die hechten aan zekerheid, en mensen die niet bang zijn om te kiezen voor het avontuur. Ik zie dat niet als een probleem.''

Volgens de oud-zwemtrainer uit Friesland laten de media zich ,,in hun soms wat agressieve manier van optreden'' ook leiden door de behoefte aan nieuwe gezichten. ,,Ik begrijp het wel: iemand als Ritsma staat al geruime tijd aan de top. Het is leuker om over nieuwkomers te schrijven en te berichten, mensen van wie het publiek nog niet zoveel weet en die nog `jong, fris en onbedorven' zijn. Maar laten we niet vergeten dat sport zo fascinerend is, juist omdat types als Ritsma nog altijd meedoen. Daardoor ontstaat de tweestrijd tussen jong en oud.''

Niet alleen de media, ook collega's laten zich niet onbetuigd. ,,Ik wil niet zo worden als Henri Ruitenberg, die nu voor het 25ste seizoen bij de A-rijders meedoet'', liet marathonschaatser Bertjan van der Veen vorige week optekenen in de Jouster Courant. ,,Zo'n jubileum is leuk [..], maar hij rijdt vooral anderen in de weg. Je moet ook weten wanneer je moet stoppen.''

Zulke a-collegiale geluiden komen Bartman bekend voor. In de aanloop naar zijn derde Olympische Spelen, afgelopen zomer in Athene, werd hij vaker dan hem lief was geconfronteerd met vileine opmerkingen uit eigen kring. ,,En dat stak me. Mensen die niet weten wat topsport is en roepen dat `die Bartman te oud is en maar beter kan stoppen', daar haal ik m'n schouders over op. Maar als collega's zoiets zeiden, ja, dan werd ik wel eens boos. Ik heb me altijd op het standpunt gesteld: als jij vindt dat ik te oud ben en dus moet stoppen, prima, maar versla me dan eerst; dan heb je wellicht recht van spreken.''

Zijn critici snoerde Bartman afgelopen zomer de mond door in Athene zijn rijke loopbaan af te sluiten met de zilveren medaille in de Holland Acht zijn derde olympische medaille op rij. Lachend: ,,Ik geloof dat ik uiteindelijk wel het gelijk aan mijn zijde heb gekregen.''

Voor de kritische sportvolgers heeft hij een wijze boodschap in petto. Cynisch: ,,Ik ben bang dat journalisten maar beter kunnen gaan wennen aan het idee dat topsporters tegenwoordig langer doorgaan.''

    • Mark Hoogstad