Tsunami

De zeebeving van op 1 november 1755 voor de kust van Portugal is ook in Nederland op verschillende manieren door de bevolking waargenomen (W&O, 8 jan). Beschrijvingen hiervan staan vermeld in de KNMI-catalogus `Aardbevingen in Nederland' (1992). Er zijn geen gegevens bekend over waterbewegingen aan de kust. De directe zeegolven hebben onze kust kennelijk niet bereikt of waren van een zodanige geringe hoogte dat ze niet zijn waargenomen. Landinwaarts zijn wel veel bijzondere verschijnselen waargenomen, zoals bewegingen van torens, ongewone waterbewegingen in meren, kanalen en havens, slingeringen van opgehangen voorwerpen en schommelingen van vloeistoffen in grote ketels en kuipen.

Al deze verschijnselen zijn niet het gevolg van de tsunami maar van de seismische oppervlaktegolven van deze zeer krachtige zeebeving. Deze golven die zich door de bovenste lagen van de aardkorst voortplanten hebben periodes van enkele tot tientallen seconden. Hierdoor kunnen hoge gebouwen, water in meren en zwembaden, vloeistoffen in reservoirs en andere objecten door resonantie in slingering worden gebracht. Deze verschijnselen treden vaker op in ons land en wel bij zeer sterke bevingen, zoals die voorkomen in het Middellandse Zeegebied. Het betreft hier dan bevingen met een magnitude van ca. 7 en op een afstand van ca. 2000 kilometer. Met als gevolg bv. meldingen over vloeistofbewegingen in opslagtanks uit het Botlekgebied en van landmeters die hun metingen ontregeld zien door storingen in hun waterpasinstrumenten. De hier genoemde bewegingen hebben in ons land in sommige gevallen geringe schade veroorzaakt. Het is echter het gevolg van de seismische bodembeweging. Kansen op tsunami-effecten zijn, zoals ook blijkt uit het Tsunami-artikel, verwaarloosbaar klein.

    • Gep. Knmi-Seismoloog Bilthoven