Tata Mirando c.s.:

Wat zien mensen bij de omschrijving `zigeunerorkest'? Een schmierende fiedelaar boven een toeristisch bord goulash? Een club besnorde halve wilden rond een kampvuur in de eindeloze Hongaarse poesta?

Het Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando op Dadesko Wazst zat en stond in augustus 1999 `gewoon' in het Amsterdamse Concertgebouw. En trok daar de traditie door die al voor de Tweede Wereldoorlog was gezet door contrabassist Joseph Weiss, de bedenker van de artiestennaam Mirando. Het specifieke geluid van dit orkest is te danken aan de door Tata zelf bespeelde piano naast de meer gebuikelijke cymbalom. Dat resulteert in een breed, dramatisch geluid, met name in het langzame `Lacho Dayo'.

Primás Nello Mirando jr., die melancholisch uithaalt in `Mein Herz' van Georg Boulanger, treedt ook op als aanvoerder van het Hungarian Gipsy Ensemble in de laatste vier stukken op deze cd. Bij dit veel jongere gezelschap rommelt het soms in het ensemble-spel maar cymbalist Ürmos Sándor kan heel veel.

Dadesko Wazst

(Fréa MWCD 4035,

distr. Music & Words)****