Pijlstaart

De vogelhut ligt op een stille hoek van de Eilandspolder, ooit een eiland tussen de droogmakerijen De Schermer en De Beemster. Watervogels drijven op `t Kerkemeertje, ondiep water omzoomd door rietkragen die in de lage winterse avondzon goud opgloeien. De pijlstaart (Anas acuta) is hier met enkele paartjes neergestreken. Deze eend, ook langhals of gaffelstaart genoemd, is een van de elegantste eenden; hij kan, zeker bij plots gevaar, zeer snel opvliegen, bijna loodrecht de hoogte in. Kenmerkend is de lange donkere staart, waarnaar hij is vernoemd. Voorts is het lichaam overwegend grijs, de hals helderwit en de kop en nek chocoladebruin. De witte hals loopt, als een sierlijk vraagteken, door in de nek. Het baltsgedrag is opmerkelijk. Het mannetje richt zich met gekromde hals op, de snavel dicht bij het water. Hij werpt een regen van waterdruppels in het rond. De pijlstaart is een schaarse broedvogel in Nederland. Het is overal stil. Dan klinken plots, oorverscheurend hard, drie schoten. Een jager! De groep eenden vliegt op in een warreling van veren, vleugels, angstig gesnater. Een is getroffen en duikelt triest omlaag. Dat maakt woedend.

freriks@nrc.nl

    • Kester Freriks