Internationaal onderwijs

Het stuk `Hogescholen overzee' (W&O, 20 nov), over Nederlandse Hogescholen met vestigingen in het buitenland is enigzins beknopt en eenzijdig: Voor Nederlandse studenten zal het wellicht nuttig zijn om een tijdje onderwijs in een vreemde, exotische, omgeving te volgen. Vele onderwijsinstellingen uit andere landen, met name de V.S., zijn de Nederlandse al voorgegaan. De landen waar men heen gaat zijn vrijwel zonder uitzondering ontwikkelingslanden. De vraag is echter of die Nederlandse instellingen ook iets bijdragen tot verbetering van de situatie van het onderwijs in die landen. De indruk van velen is wat dit betreft negatief.

De behoefte in die landen aan onderwijs op internationaal niveau komt met name voort uit de armoe waar het onderwijs in die landen mee geconfronteerd wordt. Terwijl de ontwikkelde landen al gauw een kwart van het bruto nationaal product aan onderwijs uitgeven, liggen die percentages in ontwikkelingslanden vaak onder de vijf procent. Universiteiten hebben er geen geld om goede deskundigen als docenten te betalen, soms is er zelfs helemaal geen geld voor salarissen. Er is geen geld voor onderwijsmiddelen of voor onderzoek. Lagere scholen, als die er al zijn, storten in tijdens de les. In die sfeer komen buitenlandse universiteiten concurreren met de plaatselijke universiteiten.

Maar wie kunnen de collegegelden betalen, die vaak op Amerikaans niveau liggen? Dat zijn voor een belangrijk deel de lieden die zich via corruptie verrijkt hebben te koste van de bevolking. Nederlandse instellingen werken op deze wijze mee aan de bestendiging van de tweedelingen in die landen.

Nederlandse en andere instellingen kunnen bestaande universiteiten en andere onderwijsinstellingen beter helpen om geleidelijk een hoger peil bereiken. Maak eens een programma waardoor Nederlandse docenten beurtelings een tijdje les gaan geven aan de universiteiten van ontwikkelingslanden. Maak meer onderzoeksprogramma`s waarin buitenlandse onderzoekers kunnen participeren. Geef gekwalificeerde jongelui van armere afkomst beurzen.

In Nederlands Indië van vóór de Japanse inval waren er nog geen vijf instellingen voor enig hoger onderwijs. Het aantal Indonesiërs met Nederlandse of vergelijkbare universitaire diploma's was uiterst gering en een deel van hen is met opzet door de Japanners vermoord. Onder de Japanse bezetting is een aantal instellingen opgericht en na de bevrijding tot aan de souvereiniteitsoverdracht is nog een aantal haastig in elkaar geflanst. Zou het Nederland niet sieren als we op een andere wijze het hoger onderwijs in Indonesië zouden steunen?

    • M.T.J. Smit