Het Eldorado van het zwarte goud

Huis-tuin-en-keuken beleggingen zoals aandelen zijn uit. Pensioenfondsen kopen olie. En goud. Meer geld naar beleggingen in grondstoffen betekent minder aankopen op de beurs.

Het pensioenfonds voor de woningcorporaties doet er een schepje bovenop. Het fonds, dat meer dan 3 miljard euro aan beleggingen beheert, is de laatste in een groeiend rijtje pensioenbeheerders die zijn huis-tuin-en-keuken beleggingen in aandelen en effecten met een vaste rente (relatief) vermindert. Het extra geld gaat naar olie. Naar goud. Naar andere grondstoffen. En naar gespecialiseerde beleggingsfondsen (zogeheten hedge funds) die zich niets gelegen laten liggen aan beursgraadmeters, maar gretig een constant hoog positief rendement nastreven.

,,We hoeven geen aandelen of obligaties te verkopen om de uitbreidingen te financieren'', zegt directeur J. Kloet van het woningcorporatiepensioenfonds. ,,Onze inkomsten uit pensioenpremies zijn voldoende om de nieuwe beleggingen te betalen.''

Olie, goud, grondstoffen? Voor de meeste particuliere beleggers zijn het exotica. Maar voor beroepsbeleggers is het inmiddels dagelijks brood. Het pensioenfonds voor de woningcorporaties deed tot ruim drie maanden geleden helemaal niets in grondstoffen en hedge funds. Per 1 oktober vorig jaar ruimde het fonds vijf procent van zijn totale vermogen in voor deze `alternatieven', per 1 maart gaat dat naar tien procent.

De komende weken zal blijken dat sommige van deze ongewone beleggingen het afgelopen jaar ook smakelijke resultaten opleveren. Woensdag publiceren de pensioenkanjers ABP (ruim een miljoen ambtenaren en leraren) en PGGM (ruim een miljoen werkers in zorg en welzijn) hun rendementscijfers.

ABP en PGGM waren voortrekkers bij beleggen in grondstoffen. Maar het pensioenfonds voor metaal en techniek doet het ook en het metalektro pensioenfonds en het pensioenfonds van KPN, en het fonds voor de woningcorporaties. ,,Ik probeer niet de mode te volgen'', zegt Kloet. ,,Het gaat mij om de toegevoegde waarde voor onze deelnemers, om de vraag hoe wij meer zekerheid voor positieve resultaten kunnen bewerkstelligen.'' In 2003 had het fonds het op twee na beste rendement (12,9 procent) van alle pensioenfondsen die voor bedrijfstakken werken.

Alles bij elkaar worden de pensioengelden van meer dan 4 miljoen Nederlandse werknemers inmiddels deels belegd in grondstoffen. Het gaat zeker om vijf miljard euro, één procent van het vermogen van alle pensioenfondsen. De geldstroom naar grondstoffen is slecht nieuws voor de beurs: meer geld voor alternatieve beleggingen betekent minder kapitaal voor aandelen.

Grondstoffen waren het afgelopen jaar een gouden greep, maar wel met rap opeenvolgend pieken en dalen. Neem PGGM. In 2000, toen het fonds met grondstoffen begon, was het rendement op deze belegging 12 procent, in 2001 was het minus 33 procent, maar in 2002 plus 35 procent, en in 2003 23 procent. De eerste negen maanden van vorig jaar verdiende het fonds zelfs meer dan 36 procent met grondstoffen.

Doordat de rendementen op olie, goud en granen weinig samenhang vertonen met die op aandelen of obligaties, zijn zij ideaal om risico's te spreiden. De pensioenbeheerders beleggen de bulk van hun geld in aandelen en obligaties. Maar risicospreiding en risicovermindering zijn het parool.

De pensioenfondsen hebben hun financiële positie de laatste twee jaar wel weten te verbeteren na de aanslag van de beurskrach, de lage rente en de tot voor kort lage premies. Maar nieuwe tegenvallers zijn taboe, al is het maar om vervelende discussies met de toezichthoudende Nederlandsche Bank te voorkomen.

Dat betekent in de praktijk: meer spreiding van beleggingen om risico's te reduceren en de rendementskansen te verhogen, de koersval van de dollar en van andere valuta ten opzichte van de euro neutraliseren en de groei van de pensioentoezeggingen beteugelen. De afgelopen twee jaar zijn de pensioen massaal gewijzigd: de toekomstige uitkeringen zijn nu gekoppeld aan het gemiddelde salaris (middelloon), niet aan het laatst verdiende loon.

Tegenover minder risico's moet meer rendement staan. Rendement is de sleutel voor betaalbare pensioenen: werknemers en werkgevers zien met lede ogen toe hoe de pensioenpremies jaar in jaar uit stijgen, maar het echte geld verdienen de pensioenfondsen op de financiële markten. In 2003: bijna 46 miljard euro. Tussen 1999 en 2003, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, verdubbelden de premies tot 20 miljard euro.

Hoe ging het vorig jaar met het rendement van het pensioengeld? Aandelen deden het redelijk. Obligaties maakten dankzij een rentedaling een eindejaarsspurt. Het slechte nieuws is dat de rentedaling die de koersen van obligaties de laatste weken opzwiepte, de toekomstige rendementen gaat drukken.

Het goede nieuws is dat de spreiding van de beleggingen vorig jaar zijn nut heeft bewezen, zeker als valutarisico's zijn geneutraliseerd. Grondstoffen rendeerden vorig jaar uitstekend. Rendementen op de pensioenvermogens van ruim acht procent zijn haalbaar.

    • Menno Tamminga