Erasmus en de vrouw

Nooit geweten dat Erasmus in feministische kring als een vrouwvriendelijke auteur en zelfs als een vroege voorvechter van de vrouwenemancipatie werd gezien. Erg verbazend is het ook weer niet, omdat er altijd de neiging is nieuwlichterij ook historisch de kracht van het gelijk te geven. Grote filosofen en stichters van godsdiensten lenen zich daar heel goed voor, omdat hun geschriften altijd voor meer dan één uitleg vatbaar zijn. Met een beetje geluk blijken ze dan `eigenlijk' avant la lettre al aanhanger van de nieuwe richting te zijn. Wie daar niet bij wenst te horen, zal dan ook eerder geneigd zijn te bewijzen dat ook de grote filosoof daar niet toe gerekend kan worden. Er zijn ook heel wat teksten van Erasmus die op het eerste gezicht gemakkelijk het bewijs leveren dat hij helemaal niet zo vrouwvriendelijk was. Materiaal genoeg dus voor een fiks dispuut binnen vrouwenstudies.

In de moderne betekenis van het woord kan Erasmus natuurlijk nooit een feminist of antifeminist zijn. Vijfhonderd jaar geleden was de emancipatie van de vrouw nog geen thema, maar wel de positie van de vrouw en de verhouding tussen mannen en vrouwen. Daar heeft Erasmus wel veel over gezegd en in het proefschrift van Van Woerden is de eerste vraag die gesteld wordt dan ook: `hoe dacht Erasmus over de man en wat hield zijn voorstelling van mannelijkheid in?' Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan, zoals trouwens ook de stellingen over de mate van vrouwvriendelijkheid van Erasmus op niet veel meer gebaseerd blijken te zijn dan oppervlakkige lezing van slechts enkele teksten uit het enorme oeuvre van wat voor Fortuijn de Erasmusuniversiteit moest verlaten, onbetwist de grootste Rotterdammer was.

Hier slaat Van Woerden zijn slag. Hij hoort niet bij vrouwenstudies, maar heeft wel alles van Erasmus gelezen en dat leidt tot een duidelijk ander beeld van Erasmus' opvatting over mannen en vrouwen dan inmiddels gevestigd is.

Veel genuanceerder, veel verwarrender ook en uiteindelijk toch niet bijzonder vrouwvriendelijk, laat staan feministisch. Van Woerden's onderzoek komt voort uit irritatie over de onnozele praat van auteurs die niet zoals hij in staat zijn Erasmus zelf uit het Latijn te vertalen. Dat is op zichzelf al zo'n indrukwekkende prestatie dat het nauwelijks meer opvalt dat er ook met gemak uit de Engelse, Franse, Duitse en zelfs Spaanse literatuur wordt geciteerd, uiteraard zonder dat de lezer verwend wordt met een vertaling. Zoveel bewijs van Bildung kom je bijna niet meer tegen.

Dat er hier iets bijzonders aan de hand is, merkte ik overigens al toen het proefschrift aangekondigd werd. Ik kreeg een briefje, dat zo te zien getypt moest zijn op de oude Remington van Erasmus zelf. Dat wordt dus niks, dacht ik nog, want beverige letters en oude inktlinten zijn meestal het handelsmerk van wereldverbeteraars en andere gekken. Fout gedacht, want voor mij ligt nu een buitengewoon leuk en origineel proefschrift, een ontwapende mengeling van eruditie en ironie, bovendien ook nog geschreven in een heel toegankelijke en onopgesmukte stijl. Dit kon onmogelijk het werk van een jonge onderzoeker zijn. Dat is het ook niet, maar ik had toch ook niet gedacht dat Van Woerden dit jaar 78 wordt. Mijnheer Van Woerden dus en petje af.

Als je leest wat Erasmus over mannen en vrouwen te zeggen heeft, is het moeilijk hem nog als humanist serieus te nemen. Je begrijpt zelfs niet meer wat er nu eigenlijk zo groot aan hem is. Veel van zijn teksten zouden op de volledige instemming van de imams van Rotterdam kunnen rekenen. Vrouwen worden in eerste instantie gekenmerkt door hun ondeugden: uiterlijke behaagzucht en wraakzucht. Het eerste kunnen we zien en het tweede vooral horen, omdat vrouwen snel in woede ontbranden en dan vreselijk gaan schelden. De vrouw wordt niet door de rede geleid – dat is het domein van de man – maar door de emotie (`affectus'). En zo gaat het maar door, vrouwen zijn praatziek, onmatig, opvliegend, afgunstig, ijdel, verwaand en brutaal. Ze kunnen niets geheim houden en zijn wispelturig, ze zijn mentaal en psychisch zwak, bovendien ook nog snel bang en lichtgelovig. Voor een man is er nauwelijks iets ergers denkbaar dan in deze zin van `vrouwelijkheid' beschuldigd te worden. Opvallend is dat Erasmus het nooit heeft over de vrouw als seksueel wezen, als verleider van de man. Ze is wel moeder en huisvrouw en opvoedster van de kleine kinderen.

Van nature staat de vrouw er niet best voor, daarom is het juist voor haar van belang deugdzaam en plichtsgetrouw te leven. Bescheidenheid siert haar, zeker in het openbaar, kuisheid natuurlijk en eenvoud. Het lijkt allemaal erg op wat ook al bij de Griekse en Romeinse filosofen terug te vinden is en nog eeuwen na Erasmus de standaard-opvatting over het wezen van de vrouw zal blijven. Niettemin is er bij Erasmus, zeker als het om werkelijk bestaande en hem bekende vrouwen gaat, toch ook een heel andere toon aan te treffen. Bewondering en waardering klinken dan door voor hun flinkheid en doortastendheid, hun verstand en hun wijsheid. Hij kan ook bijzonder boos worden als hij misbruik van of geweld tegen vrouwen vaststelt. Hij is fel tegen prostitutie en ergert zich aan de slinkse wijze waarop de clerus de gunst en het geld van vrouwen probeert te verwerven. Hoewel hij vrouwen geen plaats in het openbare of publieke leven toekent (uiteraard met uitzondering van landvoogdessen en andere hooggeborenen), vindt hij wel dat vrouwen onderwijs moeten kunnen volgen en goede boeken zouden moeten lezen. Ze worden daar niet minder gehoorzaam van: ``integendeel, niets is volgens mij onhandelbaarder dan de onwetendheid. Een eega heeft meer ontzag voor een echtgenoot die zij ook als leermeester erkent''.

Voor Erasmus is uiteindelijk de vraag wat de vrouw is, minder interessant dan de vraag wat de man niet behoort te wezen. De vrouw, zo stelt Van Woerden, is voor Erasmus ``contrastfiguur, afschrikwekkend voorbeeld en negatieve referentiegroep''. De man is voor Erasmus de mens bij uitstek en anders dan bij de vrouw ``liggen de deugden en de plichten van de man in het verlengde van wat Erasmus als diens aangeboren eigenschappen ziet''. Dat rijtje is welbekend: ernst, moed, zelfbeheersing, ondernemingszin, bezonnenheid. Een zekere hardheid is onvermijdelijk, maar de adellijke strijdlust heeft bij Erasmus al plaats gemaakt voor de zoveel burgerlijkere intellectuele en professionele vorming. Van Woerden laat er geen twijfel over bestaan: Erasmus was ``driedubbel'' androcentrisch in zijn denken. Maar toch, met zijn pleidooi om vrouwen ongecensureerd toegang tot de literatuur in de volkstaal heeft hij aan het begin van de tijd dat de boekdrukkunst tot ontwikkeling kwam, ruimte gegeven voor een ontwikkeling die hij nooit bedoeld en vrijwel zeker ook niet gewild had. Op de omslag van dit proefschrift staat een door Erasmus zelf gemaakte tekening. Het gezicht van een heel tevreden kijkende vrouw met een grote hoofddoek.

a.v.n. van woerden. vrouwelijk en mannelijk bij erasmus. een onderzoek inzake genus. erasmus publishing, 164 blz. universiteit leiden, 15 december 2004. promotor: prof.dr. c.l. heesakkers.