De Kamer swingt nu wel genoeg

Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas roept op tot een einde aan de politieke vernieuwing. Kamerleden luisteren te veel naar de kiezer en de media, partijen proberen te amechtig te verjongen. Hij gaat, als het aan hem ligt, hierover praten met de partijen. `Ze moeten niet alle 150 de Frans Weisglas van vroeger willen spelen.'

Wie aan de Kamer komt, komt aan Frans Weisglas. ,,Ik ben het uithangbord van de Tweede Kamer, maar ook een symbool van de democratie'', vindt de voorzitter van de Tweede Kamer. ,,Dat klinkt verheven, maar zo voel ik het, absoluut.''

Het langst zittende Kamerlid van de VVD (sinds 1982), heeft zich vereenzelvigd met zijn rol, sinds hij ruim tweeëneenhalf jaar geleden aantrad als eerste gekozen Kamervoorzitter. In 2003 werd hij door de Kamer herkozen. Weisglas (58) voerde toen bij de Kamerleden campagne met de wens de Kamer terug te voeren naar het midden van het maatschappelijke debat. De kaasstolp moest weer gaan swingen.

Maar swingt de kaasstolp nu? Halverwege de volgende Kamerverkiezingen klinkt buiten Den Haag vooral kritiek. Weisglas zou voorzitter zijn van een `hype-Kamer'. Kamerleden reageren te snel en te gretig op incidenten met pleidooien voor nieuwe regels. En terwijl de spanningen in het land – en bij de kiezers – oplopen, is `Den Haag' nog altijd te veel met zichzelf bezig. Politieke trendwatchers kondigen al nieuwe electorale revoluties aan.

Weisglas onderschrijft de kritiek voor een deel – en biedt remedie aan. Alles kan anders worden, nu de Kamer volgende week weer begint.

Er is één onderwerp waar de Kamervoorzitter het níét over wil hebben: zijn eigen partij. ,,Dat betekent in elk geval dat er weer eentje minder in het openbaar meetoetert. Dat is voor de VVD een voordeel. Zeg ik met enige ironie.'' De Kamervoorzitter is er voor alle Kamerleden. ,,Als 58-jarige mag ik het wel zeggen: als Kamervoorzitter heb je een bijna vaderlijke rol naar de Kamerleden toe.''

Dat geldt ook voor de twee Tweede-Kamerleden die beveiligd worden wegens ernstige bedreigingen: Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. Wilders mag van Weisglas langskomen voor hulp bij het opzetten van zijn nieuwe politieke beweging. ,,Niet natuurlijk voor het politieke deel. Maar wel voor vragen als: waar moeten mensen met wie ik praat naar jouw mening nu aan voldoen om Kamerlid te worden?''

Met zijn partijgenoot Ayaan Hirsi Ali had Weisglas ook regelmatig contact sinds zij na de moord op Theo van Gogh op 2 november onderdook. Al kon ook hij haar niet zomaar bellen. Hij deed een symbolisch oranje polsbandje om. Dat zou hij pas afdoen op de dag dat Hirsi Ali terugkeert in het parlement, zei hij erbij.

Heeft u dat polsbandje nog om?

,,Nee, nee. Ik heb een beetje gesmokkeld. Ik heb het afgedaan op het moment dat ik van haar zélf telefonisch heb gehoord dat zij aanstaande dinsdag terugkomt.''

Wanneer vertelde zij u dat?

,,Tijdens mijn vakantie in Zwitserland, een dag of tien geleden. Toen heb ik tegen mijn vrouw gezegd: nu is het genoeg. Het polsbandje knelde een beetje.''

We praten nu over een ondergedoken Kamerlid aan de hand van een polsbandje. Is dat nu een voorbeeld van trivialisering van media en politiek?

,,Nee, iedereen begrijpt de symboliek van dat bandje. Iedereen begrijpt dat je geen respect hebt voor iemand die moorden pleegt. En als politici het omdoen, is het logisch dat journalisten ernaar vragen.''

Het duurde tot 7 december, en totdat Wilders ook een week wegbleef, voordat u Hirsi Ali's afwezigheid een aantasting van de democratie noemde. Vanwaar uw aarzeling?

,,Omdat ik dat een heel zwaar oordeel vind. Ik moest het even tot me door laten dringen. En als zoiets een of twee weken duurt, is het anders.''

Was u bang te veel nadruk te leggen op haar afwezigheid?

,,Nee, als ik het vind, wil ik het kunnen zeggen. Ik vind het zo'n aantasting, omdat de strenge beveiliging waarschijnlijk heel lang zal duren. Dat geldt ook voor Wilders. Politici hebben een volkomen onafhankelijk vak. Er moet niemand zijn die jou vertelt hoe je je werk moet doen. Bij bedreigde politici zijn er opeens beveiligingsinstanties die tegen je kunnen zeggen: je moet dit of dat. Als Hirsi Ali op het Malieveld wil staan, mag het uiteindelijk wel, maar het kan zijn dat die dienst zegt: dan kunnen wij de verantwoordelijkheid niet dragen.''

Wat moet de overheid wél doen voor een bedreigd Kamerlid?

,,Het is een plicht voor de overheid, vind ik, om er ook voor te zorgen dat Kamerleden zo kunnen wonen dat ze een normaal leven kunnen leiden, op een plek die bewaakt is. Als je elke avond naar een andere plek gebracht wordt waar je niet thuis bent, komt dat je werk als parlementariër niet ten goede. De ambassadeurs van Israël en de Verenigde Staten, de aanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Del Ponte, wonen hier ook normaal, en veilig. Dat moet ook voor Kamerleden kunnen. Dan heb ik het over Hirsi Ali en Wilders.''

Hirsi Ali heeft de kritiek gekregen dat haar film Submission een provocatie is en geen geëigend middel voor een Kamerlid. Wat vindt u daarvan?

,,Waarom niet? Waar staat dat? Het mooie van het Kamerlidschap is dat het een volkomen vrij beroep is. En het is ook je functie opiniemaker te zijn. Een Kamerlid kan alle middelen gebruiken die hij of zij daarvoor nuttig vindt. Bolkestein schreef vijf boeken, dat was ook niet alledaags. Een Kamerlid dat een film maakt: prima. Dus ook deze film.''

Moeten Kamerleden hun toon matigen in een harder maatschappelijk klimaat?

,,Nee, we moeten niet te gauw iets provocerend vinden – als het maar geen scheldpartijen zijn. Maar je kunt niet zeggen: als Kamerleden nu maar braaf iedereen over het bolletje aaien, komt het wel weer goed met het land. Het is minder gemoedelijk geworden.''

Is het hardere klimaat terug te zien in de Kamer?

,,In de omgang tussen Kamerleden gelukkig niet. De sfeer in de Kamer is goed.''

Wat moet de Kamer dan doen aan de verharding `buiten'?

,,Gewoon met het gezag dat de Kamer heeft...'' [valt stil]

Waarom aarzelt u? Past `gezag' niet bij de Kamer?

,,Ik aarzel omdat het snel lijkt dat het genoeg moet zijn als je het woord gezag laat vallen. Gezag op zichzelf is niks. Je moet het gebruiken.''

De Kamer moet leidend durven zijn, hoor je wel eens.

,,De Kamer ís natuurlijk ook het hoogste orgaan in de landelijke politiek, met de opdracht om de Nederlandse bevolking te vertegenwoordigen. Dat betekent enerzijds dat je als Kamer de opdracht hebt om polarisatie tegen te gaan, mensen bij elkaar te brengen. Daar is dat polsbandje een klein symbooltje voor. Maar we hebben ook de verantwoordelijkheid snel maatregelen te nemen tegen gevaarlijke ontwikkelingen in de maatschappij, die leiden tot geweld, bedreigingen, die hebben geleid tot moord.''

De kritiek is dat de Kamer juist vaak te snel reageert. Vandaag gebeurt er iets, morgen debatteert de Kamer over nieuwe regels. Het is paniekpolitiek, zei de commissaris van de koningin in Utrecht, Boele Staal, deze week.

,,Die kritiek is te gemakkelijk. Ik ben het wel met hem eens dat het niet goed is als Kamerleden vanwege de tv-strijd om de grootste Nederlander de naturalisatie van Anne Frank gaan bepleiten. Maar de Kamer krijgt ook vaak de kritiek dat er juist wordt gedraald met maatregelen. We moeten er nu niet een hype van maken alles wat wij doen een hype te noemen. Dat is onredelijk. Ook niet alles wat inspeelt op de actualiteit is een hype. Soms brengt een incident iets aan het licht waar de Kamer iets aan moet doen. Neem de ontvoering van dat meisje in de Achterhoek door een tbs'er die dat bleek te kunnen doen doordat er gaten zitten in het tbs-systeem.''

Vorige week noemde minister Remkes de kritiek van Kamerleden dat hij niet onmiddellijk in Thailand naar het rampgebied reisde ook een hype.

,,Ik vond dat die Kamerleden nogal makkelijk kritiek leverden.''

Dus Remkes had gelijk.

,,Ik aarzel om het woord hype te gebruiken in verband met alles wat te maken heeft met de grote ramp in Azië. Maar já, ik vond het nogal makkelijk van die Kamerleden om met z'n allen in de nek van Remkes te springen.''

Je kan ook zeggen: het streven naar flitsender debatten werkt hypes in de hand.

,,Als ik dat zou vinden, zou ik het eerlijk zeggen en dan zou ik me zeer ongelukkig voelen. En dat voel ik me niet. Ik vind dat een aantal dingen zeker verbeterd is. Het debat naar aanleiding van de moord op Van Gogh vond ik zo'n weerspiegeling van wat er op dat moment speelde. Flitsend is in dit verband niet het woord – maar ik dacht toen: nou moeten we niet meer denken dat de Kamerleden en fractievoorzitters niet weten wat het ongenoegen is in het land. Dat kwam er wel uit. Op heel waardige wijze. Tegelijkertijd weet ik dat het ongenoegen er nog is.''

En een week later was de Kamer terug bij gesteggel over...

,,Smadelijke godslastering, ja. Mensen zaten daar echt niet op te wachten. Ik heb mijn positie ook gemarkeerd door als enige van de VVD-fractie tegen de motie daarover te stemmen. Dat was een signaal van de Kamervoorzitter dat hij dit niet goed vond voor het aanzien van de Kamer.''

Het is niet het enige voorbeeld van betwistbare maatvoering. Er zijn voortdurend spoeddebatten.

,,In het begin moest men er inkomen dat nu dertig Kamerleden al een spoeddebat kunnen aanvragen. Het gebeurde te vaak. Maar de laatste maanden ging het beter. Kijk, ik denk natuurlijk ook wel eens, om half twaalf 's avonds bij de 187ste interruptie van de dag: ja hallo, is dit nu een bijdrage aan het functioneren van onze democratie? Maar ik vind dat onze manier van debatteren wel is verbeterd. Kamerleden hebben zelf ook wel door dat mensen in het land er niet op zitten te wachten dat ieder debat wordt kapotgeïnterrumpeerd. Maar de Kamer dient bijvoorbeeld nog steeds veel te veel moties in. Het wordt steeds meer: ruim 1.300 vorig jaar, 300 méér dan in 2003. Daar sidderen ministers niet meer voor.''

Is de scoringsdrift toegenomen?

,,Nee, het is altijd zo geweest. Een Kamerlid dat nieuw in de Kamer komt, moet zijn uitverkiezing waarmaken – en terecht, want het parlement moet zichtbaar zijn. Als je dan leest dat je weinig geciteerd wordt, ga je nadenken [kijkt naar buiten]: `misschien moet ik dan maar eens vragen stellen over het feit dat de zonneschermen van de Kamervoorzitter zo wapperen. Dan word ik misschien genoemd.' Ik zit nu ruim 22 jaar in de Kamer en als ik zou zeggen dat ik dat vroeger nooit deed, zouden mensen die mij kennen hard gaan lachen. Ik was altijd goed in staat om met een oneliner, een citaat of een Kamervraag de publiciteit te vinden. Het enige is dat je vroeger een beperkt aantal Kamerleden had die daarom bekend stonden. Tegenwoordig lijkt het wel of ze alle 150 de Frans Weisglas van vroeger willen spelen. Dat is – zegt de Frans Weisglas van nu – een beetje veel van het goede.''

Welke invloed verwacht u van het nieuwe kiesstelsel?

,,In het nieuwe kiesstelsel dat het kabinet wil, met districtsvertegenwoordigers, zal dat alleen maar erger worden. Regio-Kamerleden komen straks thuis en worden afgerekend op de vraag of ze wel genoeg gedaan hebben aan de wegverbinding tussen Enschede en Oldenzaal. Dan krijg je dus reacties als: nou, ik heb vorige week nog een mondelinge vraag gesteld.''

U spreekt zich nu politiek uit.

,,Ja, en dat blijf ik doen over het kiesstelsel. Een Kamervoorzitter moet heel terughoudend zijn met een eigen inhoudelijke opvatting, maar die heb ik wel over dingen die het functioneren van de democratie raken. Ik denk niet dat je de kloof tussen mensen in het land en de politiek kan dichten door een nieuw kiesstelsel. En De Graaf (minster van Bestuurlijke Vernieuwing, D66) komt met een kiesstelsel dat het alleen maar ingewikkelder maakt. Dan maak je de afstand eerder groter dan kleiner.''

U zal daartegen stemmen?

,,Dat sluit ik niet uit. De coalitie heeft 77 zetels, en ik kan tellen. Mijn stem kan van grote invloed zijn. Ik zal er niet zomaar voor stemmen, alleen omdat dat nou eenmaal onderwerp is van coalitiepolitiek.''

U was ook geen voorstander van het referendum over de Europese grondwet. Dat komt er wel.

,,Er waren binnen de VVD zes of zeven tegenstanders. Ik vond principieel dat dit instrument niet past in onze vertegenwoordigende democratie. Toen is er in de fractie afgesproken toch als één man te stemmen. Misschien klinkt het slap, maar daar heb ik me aan gehouden.''

Wat zegt dat referendum over het respect van de Kamer voor zichzelf als volksvertegenwoordiging?

,,Het feit dat de Kamer voor het referendum is, vind ik niet een verloochening van de Kamer van zichzelf – al vind ik het jammer. Je zet jezelf als Kamer buitenspel. Maar de meeste mensen in de Kamer geloven nu eenmaal in het instrument van het referendum. Ik hoop wel dat partijen zich in de campagne gaan houden aan het onderwerp, de Europese grondwet. Laten ze er niet een referendum van maken over, zeg, de positie van het kabinet-Balkenende of de verhoudingen tussen autochtonen en allochtonen in Nederland.''

Hoe hoog moet de opkomst zijn om de uitslag te volgen?

,,Uitslag is uitslag, je moet niet naar de opkomst kijken. Als de bevolking tegen is, is de meest logische gevolgtrekking dat de Kamer unaniem tegen de grondwet stemt. Juist ook als Kamervoorzitter lijkt het mij onvoorstelbaar dat de Kamer niet luistert naar het referendum waartoe zij zelf besloten heeft.''

Gelooft de Kamer genoeg in zichzelf?

,,Het Kamerlid Sharon Dijksma (PvdA) heeft eens gezegd: de Kamer moet meer van zichzelf durven houden. Dat vind ik ook. Je moet jezelf niet zo te grabbel gooien op sommige punten. Er is een nieuwe ontwikkeling waar ik bezwaar tegen heb: dat Kamerleden politiek gaan bedrijven met onze eigen werkwijze. Te veel reces, te veel of te weinig veiligheidsmaatregelen: dat kun je allemaal intern bespreken. Je moet van jezelf durven houden als Kamer, dan straal je ook uit dat je als instituut voor jezelf staat. Dan roep je meer respect op.''

Hoe kan de Kamer ervoor zorgen serieuzer te worden genomen in de publieke opinie?

,,Er moet meer evenwicht zijn tussen de drie functies: wetgeving, controle van de regering en bijdragen aan de opinievorming in de maatschappij.

Dat is er nu niet?

,,Nee, het schiet door. Het komt ook omdat zoveel Kamerleden zo veel met andere dingen bezig zijn. De wetgevingsfunctie sneeuwt wel eens onder. Maar het evenwicht is ook zoek in de weergave in de media. Er zijn serieuze debatten geweest die geleid hebben tot belangrijke nieuwe wetgeving, op het gebied van sociale zekerheid, zorg en andere gebieden. Daar zie je dan heel weinig van terug. Ná het debat komen de camera's de zaal binnen, dan hebben ze de hele dag zitten wachten om Kamerleden een vraag te stellen over een onderwerp dat niets met het debat te maken heeft, maar waarover iemand ergens heeft iets gezegd.''

Kamerleden doen daar graag aan mee.

,,Ja, die willen opvallen en herkozen worden. Maar wetgeving is ook een kwestie van inwerken, leren en doen. Daarom zeg ik ook: doe het de Kamervoorzitter en de Kamer niet weer aan dat er in 2007 bijna negentig nieuwelingen komen. Nu zijn 85 Kamerleden van na mei 2002. Wetgeving maken is echt een vak, dat doe je niet zomaar. Het is ook een kwestie van ervaring.''

U wilt een halt aan de vernieuwing?

,,Ik doe een oproep aan politieke partijen om in 2007 niet wéér de ambitie te hebben om de lijsten voor de Kamerverkiezingen, in welk kiesstelsel dan ook, voor tachtig procent te vernieuwen. Dat doe ik met het gezag van de Kamervoorzitter, met de verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van de Kamer. Ik wil wel eens met partijvoorzitters praten over dit soort dingen. Zorg voor continuïteit. Geef ook mensen die nog niet zo erg aan de bak zijn gekomen een kans die langer is dan vier jaar. Zet niet je eigen mensen na vier jaar weer bij het oud vuil. Dat is onredelijk, en voor het functioneren van de Kamer heel slecht.''