De Franse illusie

De franse president Chirac heeft zich in een nieuwjaarstoespraak tot het volk gericht. Met een blijde boodschap want anders heeft dat geen zin. Al zijn inspanningen zijn er namelijk op gericht om straks te worden herkozen als president. Als dat je grootste wens is, moet je niet gaan somberen over de toekomst. Dus wist de president te melden dat het eigenlijk heel uitstekend gaat met de Franse economie, en dat niet al te veel waarde moet worden gehecht aan de deskundigen die het tegendeel voorspellen.

Wat mij het meeste is opgevallen aan de reacties op deze toespraak is dat haast niemand er een probleem van maakt dat de president de zaken rooskleuriger voorstelt dan ze zijn. Nou en? Wat wil je anders in zijn situatie? Iedereen weet dat toch, dus het kan ook geen kwaad.

Fransen gunnen hem het grote gebaar. In de bakermat van de verlichting zijn de mensen veel meer dan in Nederland bereid elkaar hun illusie te gunnen. En misschien ook wel zichzelf. Die illusies hebben niet alleen symbolische waarde; ze vormen een bruikbaar middel om conflicten op te lossen. Bijvoorbeeld die tussen de vakbonden van leraren en de regering.

In Frankrijk gold tot voor kort voor overheidspersoneel de eis van 37,5 dienstjaar voor een volledig pensioen. Dat aantal noodzakelijke dienstjaren werd enige tijd geleden verhoogd naar 40. Het onderwijspersoneel kwam hiertegen in opstand en er werd langdurig gestaakt. Veertig dienstjaren, dat, vonden de leraren, was in het onderwijs een onmogelijke eis.

In Nederland is het heel gewoon dat leraren hun werk op school inruilen voor een baan in een andere sector. In Frankrijk is zoiets een zeldzaamheid. Overheidsfunctionarissen, de alom benijde klasse der fonctionnaires, hebben zo veel voorrechten dat maar weinigen de overstap zullen maken naar een baan in het bedrijfsleven. Daar zijn de regelingen en zekerheden allemaal stukken minder. En de overgang naar een andere baan bij de overheid? Dat is niet mogelijk om een heel andere reden. Frankrijk kent meer dan duizend verschillende overheidssectoren. Daar hebben de vakbonden hoge muren omheen gezet. Personeel van buiten de sector wordt geweerd om zodoende de carrièrekansen van de eigen mensen intact te houden. Meer dan duizend gescheiden werelden dus, waar je alleen maar binnenkomt na een vergelijkend examen, het beruchte concours.

Bij de uitbreiding van het aantal pensioenjaren beriepen de leraren zich op het uitzonderlijke karakter van hun positie: het werken met jongeren. Dat houd je geen veertig jaar vol. Om de staking te beëindigen deed de minister de leraren de toezegging dat ze, na ten minste vijftien dienstjaren, mochten overstappen naar een andere functie bij de overheid. Op hetzelfde hoge niveau A, bijvoorbeeld directeur van een ziekenhuis, zonder concours, met behoud van ten minste het vroegere salaris en anciënniteit, maar met inlevering van de langdurige onderwijsvakanties van zestien weken. Die worden teruggebracht tot het schamele niveau van negen weken dat geldt voor alle fonctionnaires.

Het aantal leraren dat voldoende dienstjaren heeft om een beroep te mogen doen op deze regeling bedraagt 320.000. De nieuwe regeling gaat het komende schooljaar in. De minister van de fonction publique mikt, voor heel Frankrijk, op duizend mogelijke banen, maar geeft meteen toe dat deze schatting wel erg optimistisch is. Waarmee overigens de illusie geen geweld wordt aan gedaan, en die illusie, daar gaat het uiteindelijk om.

lgm.prick@worldonline.nl