Bastion `gestolen biografieën'

Vijftien jaar geleden bestormden Oost-Duitsers het hoofdkantoor van de geheime politie in Berlijn om het archief te redden. Nu staat de toekomst deze archieven ter discussie.

Heinz Meier was de eerste. De eerste burger die doordrong tot de archieven in het hoofdkantoor van de geheime politie, het gehate Ministerie voor Staatsveiligheid, Stasi, in Oost-Berlijn. Het was 15 januari 1990 en de vreedzame omwenteling in de DDR dreigde alsnog een gewelddadige wending te krijgen.

De toen 51-jarige ingenieur was tegen de avond met duizenden anderen naar het grauwe kantorencomplex aan de Normannenstrasse getogen. Meier wilde voorkomen dat de Stasi de archieven zou vernietigen. In een regionaal kantoor hadden geheime agenten archiefstukken verbrand; de rook had ze verraden. Zover mocht het in Berlijn niet komen.

Meier, een grote man met borstelige wenkbrauwen, had ook een persoonlijk motief voor deelname aan de actie. De Stasi had zijn zoon gevangen gehouden omdat deze een vluchtpoging had ondernomen. ,,Maak de poorten open'', scandeerde de woedende menigte.

,,Uit een raam werden brandblussers gegooid. Ruiten gingen aan diggelen. Ik werd met de menigte naar binnen gezogen'', vertelt Meier in Haus 7 van het voormalige Stasicomplex aan buitenlandse journalisten. Het gebouw was donker en verlaten. In de voorraadkamers vergaapten de bezetters zich aan de luxe etenswaren waarmee de geheime politie tot het laatste moment werd verzorgd. Rosbief en haaienvinnensoep. Toen het gerucht de ronde deed dat men het gebouw in brand wilde steken, vertrok Meier.

De volgende dag kwam hij terug. Als lid van een inderhaast opgericht comité van burgers. Het comité wilde er op toezien dat de Stasi, die al in ontbinding verkeerde, ook daadwerkelijk ophield te bestaan en dat de archieven intact bleven. Van een officier kreeg Meier een inventarislijst: er waren 5 miljoen archiefkaarten. De bandopnames van afgeluisterde telefoongesprekken, bleek later, vulden 100 vrachtwagens. De Stasi had genoeg gearchiveerd om 180 kilometer boekenrek te vullen. Kilometers papier met informatie over het gedrag, de denkbeelden en de uitlatingen van burgers.

Een klein deel van het archief was ook in Berlijn al vernietigd toen de onrustige meute binnendrong. De versnipperaars waren inmiddels vastgelopen, van lieverlee was men begonnen de documenten te verscheuren. Met de hand. De miljoenen snippers zijn er nog. In de Normannenstrasse probeert men tot op de dag van vandaag verscheurde documenten te reconstrueren.

De agressie en frustratie van de DDR-burgers richtte zich in die dagen vooral op de geheime politie, minder op de partij. De Stasi was hét symbool van de verafschuwde dictatuur. De bezetting aan de Normannenstrasse, vandaag vijftien jaar geleden, werd het politieke symbool van de omverwerping.

Het imperium van Erich Mielke was gebouwd op paranoia. In geen andere communistische dictatuur was de geheime politie zo omvangrijk als in de DDR. In de Sovjet-Unie was er één KGB-agent op 600 burgers. In de DDR was er één agent op 180 burgers. Het netwerk van verklikkers was nergens zo fijnmazig. In Polen waren 50.000 verklikkers op 40 miljoen inwoners. De DDR had 175.000 `informele medewerkers' op 16 miljoen inwoners.

Sinds de Wende hebben 1,1 miljoen mensen in het archief hun dossier opgevraagd. Vorig jaar kwamen 94.000 verzoeken binnen – ongeveer de helft daarvan afkomstig van mensen die nu pas willen weten wat men in de DDR over hen wist. Binnenkort komt Helmut Kohl om zijn dossier in te zien; de oud-kanselier voerde met succes rechtszaken tegen de vrijgave van zijn documenten aan journalisten en wetenschappers.

,,Gesloten archieven'', zegt Marianne Birthler, die in 2000 de leiding overnam van Joachim Gauck, ,,zijn gevaarlijker dan open archieven.'' Wie niets kan bewijzen, kan zich niet tegen smaad en manipulatie verdedigen. Zonder archief geen antwoord op de legendes die voormalige agenten in omloop brengen. Vorige maand kwam de Iraakse minister voor Mensenrechten langs om van de Duitse ervaringen te leren.

De vijftiende verjaardag, die dit weekeinde wordt gememoreerd met de onvermijdelijke Wolf Biermann en gedichten van Stasi-medewerkers, komt Birthler niet ongelegen. Rond de jaarwisseling laaide opnieuw een debat op over de toekomst van de `Birthler Behörde' toen het archief van de minister van Binnenlandse Zaken naar de minister voor Cultuur verhuisde. In een uitgelekte nota werd voorgesteld het archief onder te brengen bij het Bundesarchiv in Koblenz. Oost-Duitsers zien in dergelijke plannen het bewijs dat West-Duitsers de vreedzame revolutie nog steeds niet op waarde weten te schatten.

Birthler vindt dat haar dienst voorlopig zelfstandig moet blijven: de duizenden aanvragen per maand zijn voor haar rechtvaardiging genoeg. ,,Mensen halen hier hun gestolen biografie terug.''

    • Michel Kerres